Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Sfinx - Hoofdstuk 5

Uitwerkingen Geschiedenis


Niveau: 4 HAVO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 3851 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Vraag 1 Wat was voor 1700 het meest voorkomende gezinstype in Europa?

Kerngezin was in Europa voor 1700 al actief



Vraag 1b Hoe was een zodanig gezin opgebouwd?

Een gezin met meer dan 2 generaties die samenwonen. Bijv: vader, moeder en kinderen met grootouders.



Vraag 2

Je moet je indenken dat je voor 1700 geboren bent in een groot boeren gezin: en dan moet je drie kenmerken noemen waardoor dit instabiel kan worden

- bij de geboorte stierven ze vaak door aangeboren afwijkingen, ziekten en infecties.

- Er was een slechte voeding

- De hygiene was slecht

- Er was te weinig geld (grote armoede)



Vraag 3 Je krijgt hier een tabel die gaat over het sterftecijfer per 1000 vrouwen. En dan krijg je een rijtje met streken en dan wat jaartallen met daaronder aantallen…



De vragen bij de tabel zijn:

Waarom nederland zo bijzonder is (nederlandse bevolking groeide met 370%)

Wat is er zo bijzonder aan Noord Brabant



Vraag 4 kenmerken van modern demografisch patroon

- een laag sterfte en geboortecijfer

- mannen en vouwen trouwden op jonge leeftijd

- verdwijnen van relatief grote aantal ongehuwden

- samenstelling van het gezin werd kleiner



vraag 5 waaruit bestond een modern gezin uit het midden van de 20e eeuw?

Bestaat uit een jonggetrouwd echtpaar met een klein aantal kinderen, die vooral aan het begin van het huwelijk worden geboren.



Vraag 6 wat verstaan we onder materiele verzorging?

Taak van de ouders om hun kinderen te kleden, voeden en te verzorgen



Vraag 7 opvattingen van een modern kind

- kinderen moesten worden opgevoed in een gezin

- kindertijd bezat zijn eigen rechten en privileges

- de manier waarop de kindertijd werd doorgebracht was van doorslaggevend belang voor wat voor volwassene het zou worden.



Vraag 8 hoelang bleven de jongeren voor de industrialisatie in huis en hoelang na de industrialisatie?

Vanaf hun 12e waren leerlingen vaak al geheel buitenhuis, maar dat verschilde naar plaats, persoonlijke omstandigheden. Hoe armer ze waren, hoe eerder ze het huis uit waren

Na de industrialisatie bleven kinderen veel langer in huis, omdat ze leerplichtig waren tot hun 12e