Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

hoofdstuk 9.

Samenvatting Natuurkunde


Niveau: 3 HAVO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 5382 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Natuurkunde hoofdstuk 9.

· Door een kracht kan: (kracht is een vectorgrootheid)
1. De snelheid groter of kleiner worden.
2. De bewegingsrichting veranderen.
3. De vorm van een voorwerp veranderen.
· Katrol: kun je de richting van een kracht veranderen. De kracht blijft even groot.
· Spankracht: de kracht van een touw (ketting of stang) op een voorwerp. Richting = vanuit het aangrijpingspunt in de richting van het touw. Het aangrijpingspunt is de plaats waar het touw vastzit.
· Normaalkracht: de kracht waarmee een oppervlak een voorwerp tegenhoudt. De normaalkracht werkt over de hele onderkant, midden van onderkant als aangrijpingspunt. De kracht staat ook loodrecht op het oppervlak.
· Aangrijpingspunt van een kracht is: de plaats waar de kracht werkt.
· Hefboom: kun je met een kleinere kracht een grotere kracht maken, en op grotere afstand van het draaipunt is de kracht die je maakt groter. (bijv. breekijzer, notenkraker, schaar) de gemaakte kracht hangt af van de uitgeoefende kracht en de arm. Nadeel van hefboom: je moet de kracht over een grotere afstand uitoefenen.
· Werklijn van een kracht; de lijn waarlangs de kracht werkt.
· Arm van een kracht: de afstand van de werklijn van een kracht tot het draaipunt.
·
M = F x I F = M : I I = M : F

M moment in newtonmeter (Nm)
F de kracht in Newton (N)
l de arm in meter (m)

· positief moment: geeft een draaiing tegen de wijzers van de klok in.
· Negatief moment: geeft een draaiing met de wijzers van de klok mee.
· Wat je wint aan kracht: verlies je aan afstand. Bij een grotere kracht tot het draaipunt heb je een kleinere spierkracht nodig. Maar je moet deze kleinere kracht over een grotere afstand uitoefenen.
· Momentenwet: een hefboom is in evenwicht als de momenten elkaar opheffen.
· Momentenwet in formulevorm:
·
M+ = M_

M+ het positieve moment (in Nm)
M_ het negatieve moment (in Nm)

Deze formule wordt ook vaak gebruikt als:

F¹ x l¹ = F² x l² ²¹¹

F¹ en F² = de krachten in newton (N)
l¹ en l² = de armen in meter (m)
· Dragen: het voorwerp zo dicht mogelijk bij het draaipunt houden.
· Tillen: je knieën buigen en je rug recht houden.
· Bukken: wordt een grote kracht in je rug gemaakt. Je moet bukken voorkomen. Dit kan zoal door bij veters strikken een krukje gebruiken, bij stofzuigen een verlengstuk te gebruiken.