Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

hersenschimmen

Verslag Literatuurkunde


Niveau: 5 HAVO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 4237 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Hersenschimmen



J.Bernlef, Hersenschimmen, Querido,Amsterdam(1984)





Samenvatting



Maarten Klein is een man van 71 jaar, die met zijn vrouw Vera al 15 jaar in Gloucester, Amerika woont. Voordat Maarten met pensioen ging, werkte hij in Boston als secretaris bij een internationale visserij organisatie. Ze hebben twee kinderen, Kitty en Fred, wonen ver bij hun vandaan. Op een zondag staat Maarten uit het raam te kijken. Hij wacht op de kinderen die elke schooldag langs het huis lopen om met de bus naar school te gaan. Pas nadat zijn vrouw hem verteld dat het zondag is en de kinderen dus niet naar school gaan, weet hij dat hij zich heeft vergist. Diezelfde dag lijkt Maarten steeds vergeet achtiger te worden. Hij bevindt zich plotseling in het washok scheurt zonder enkele reden een krant aan stukken en kan de kruiswoord puzzel niet meer oplossen.

De volgende dag- het is maandag- geeft hij zijn vrouw suiker bij haar koffie, terwijl ze al tien jaar geen suiker meer in haar koffie doet. Hij gaat met zijn hond Robert wandelen, maar hij verdwaalt. Tot overmaat van ramp raakt hij ook nog de hond kwijt. Maarten wandelt naar de antiquair en koopt een boek. De antiquair informeert naar zijn mening over de vorige aanschaf, maar Maarten weet niet waar de man het over heeft. Vera pikt hem uiteindelijk met de auto op, nadat hij een halve dag van huis is geweest. Die avond beweert Maarten zich dingen te herinneren die volgens Vera nooit zijn gebeurt. De verwarring neemt toe als Maarten zich boven wil gaan scheren; iets wat hij al vijf jaar niet heeft gedaan. Maarten informeert bij Ellen Robbins naar haar overleden man. Een pijnlijke vergissing.

Maarten vindt plotseling een ansichtkaart van Kitty in zijn zak. Hij vraagt zich af wie dat is.

Na een uitgebreid ontbijt vertrekt Maarten naar zijn werk- waar hij al vier jaar niet meer werkt. Om binnen te kunnen, forceert hij een gesloten deur en spreekt hij de denkbeeldige bestuurders van de visserij toe. Opeens beseft hij waar hij is en haast zich naar huis. Op advies van de huisarts toont Vera hem het familiealbum. Maarten kan zich nauwelijks iets herinneren van al die mensen op de foto’s alleen de oude foto’s roepen vage herinneringen op. Dan komt de huisarts langs maar Maarten heeft opeens moeite met zijn engelse uitspraak. De vergissingen worden steeds omvangrijker. Maarten herkend zijn eigen huisarts niet meer en wantrouwt hem. Hij ziet zijn eigen vrouw aan voor zijn moeder en gooit, om de hond binnen te laten een raam in. Uiteindelijk schakelt Vera de hulp in van een verzorgster en Maarten wordt vastgebonden aan zijn bed. Vera en de verzorgster krijgen overal de schuld van en Maarten gebruikt grof taalgebruik. Hij bevuilt zijn eigen bed en krijgt de kans om weg te lopen. Hij verdwaalt, maar de vuurtorenwachter brengt hem weer terug bij zijn vrouw. Op de laatste dag- zaterdag -verscheurt Maarten alle foto’s uit het album in een poging om het lot te wenden. Diezelfde dag brengt de ziekenwagen Maarten naar een inrichting.





Karakterbeschrijving en ontwikkeling



Maarten Klein:



We leren Maarten pas echt kennen door de gesprekken van zijn vrouw met anderen. Hierdoor ontwikkelt Maarten zich tot een rond karakter. Maarten Klein is de hoofdpersoon. Hij is een man van 71 jaar, die sinds vijftien jaar met zijn vrouw Vera in de Verenigde Staten woont. Samen hebben zij twee kinderen, Kitty en Fred, en een hond Robert. Maarten heeft rechten gestudeerd. Voor zijn pensionering werkte hij als secretaris bij de Intergovernmental Martime Consultative Organisation in Boston. Maarten is een gesloten en een verlegen persoonlijkheid. In Hersenschimen dementeert Maarten snel, Waardoor hij aan het eind van het verhaal alleen nog flarden van herinneringen heeft. Maarten heeft zich ontwikkelt van een hardwerkende man tot een ‘hoopje mens’, volledig afhankelijk van andere mensen.





Vera Klein:



Vera is in het verhaal een bijfiguur, waarvan we maar weinig weten. Ze is een vlak karakter. Vera is getrouwd met Maarten en de moeder van Kitty en Fred. Vera deed vroeger veel vrijwilligerswerk in de bibliotheek. Door de dementie van Maarten heeft ze zich ontwikkelt tot een sympathieke en zorgzame vrouw. Ze doet er alles aan om Maarten te helpen en neemt uiteindelijk de zware beslissing om haar man op te laten nemen.





Kitty en Fred Klein:



De kinderen van Maarten en Vera Klein. Zij zijn vlakke karakters.





Robert:



De hond van Maarten en Vera Klein.





Dr. Eardly:



De huisarts van Maarten.





Ellen Robbins:



Een goede kennis van Maarten en Vera. Weduwe van Jack Robbins. Zij is een vlak karakter.







Ruimte



De plaats Waar het verhaal zich afspeeld is Gloucester, in de VS. Oorspronkelijk komen Maarten en Vera uit Nederland, het is dus een vreemde omgeving voor hun, ondanks dat ze er al vijftien jaar wonen. Dit maakt ook dat Maarten zomaar midden in een wandeling de weg kwijt is, hij denkt dat hij in Alkmaar is.

Een ander belangrijk gegeven is dat het winter is. Daardoor is alles wit en lijkt alles op elkaar. Dit kun je zien als een symbool voor Maartens gedachten. Hij kan de fantasie en de werkelijkheid niet meet uit elkaar halen. Hij heeft bovedien een hekel aan de winter, maar ik denk dat dit komt omdat hij niet wil dat zijn gedachten zo vervagen. De winter lijkt daar op en daarom haat hij die.







Tijdsopbouw



Het verhaal loopt chronologisch, maar er zijn wel veel flashbacks. Een ander typerend iets van de tijd is dat er soms stukjes van worden weggelaten, doordat Maarten ze zelf niet echt heeft beleeft. Het verhaal duurt ongeveer een week, maar door de vele flashbacks beslaat het eigenlijk meer 65 jaar.







Verteller en perspectief



Het veraal wordt verteld door Maarten zelf van begin tot eind. Vanuit de patient wordt het ziektebeeld beschreven. In het begin heeft Maarten wel besef van zijn kwaal, maar hij realiseert zich ook, dat hij er weinig aan kan doen. Hij voelt zich als ‘een zeilschip dat is windstilte is terechtgekomen’. ‘En dan plotseling is er weer even wat wind, vaar ik weer’. ‘Dan heeft de wereld weer vat op me en kan ik weer meebewegen’.(blz. 70).







Motieven



Het verdriet van Vera om Maarten;

Het accepteren van de ziekte van Maarten;

Maarten die de winter de schuld geeft van het in de war zijn en dus niet wil accepteren dat het aan hem zelf ligt;

Het belang van herinneringen voor ouderen.





















Thema



De kern van het boek is het proces van dementie en depersonalisatie. over het snel toeslaande dementieproces waardoor twee oude mensen die al een halve eeuw samenleven totaal van elkaar vervreemde. Vele dingen spelen daarbij een belangrijke rol onder andere: het tijdsbesef, de onzekerheid, verwarring,isolement, zintuiglijke waarnemingen, taal, de foto’s die tonen hoe de werkelijkheid echt is en het sterke verband tussen herinneringen en het leven.







Titelverklaring



De herinneringen van de hoofd persoon zijn door de dementie erg vaag. Ze zijn daardoor niet veel meer dan een paar hersenschimmen.

Hij is zichzelf verloren zijn identiteit.







Onderwerp:



Het is heel duidelijk wat het onderwerp van het boek is. In het boek wordt beschreven hoe het dementeren gaat, je voelt echt mee in de pijn van Maarten die in het begin nog doorheeft dat hij leeft in flarden van zijn verleden. Het is zeker een onderwerp waar ik al eerder aan gedacht heb omdat je steeds vaker hoort over demente ouderen. Ik had voor dat ik dit boek gelezen had niet echt een goed beeld van het dementeren. Door dit boek kreeg ik medelijden met Maarten en met Vera. De pijn om je partner zo te verliezen.







Gebeurtenissen:



De nadruk in het boek licht vooral in de gedachten omdat bijna alles via de gedachten van Maarten verteld wordt. Je leest hoe hij zich schaamt als hij uit zijn waanbeelden ontwaakt en hij ziet dat hij dingen heeft gedaan waar hij helemaal niks meer van weet. De gebeurtenis die mij het diepst heeft geraakt is als Maarten uit het huis breekt omdat hij denkt dat hij een bespreking heeft op zijn werk waar hij een presentatie moet houden over de visvangst van het jaar. Als hij wakker wordt uit zijn waanbeeld staat hij opeens in een vakantiehuisje, vanaf dat moment gaat het van kwaad tot erger.











Personages:



Je kunt je goed verplaatsen in de hoofdpersoon en de bijpersoon. Het lijkt mij vreselijk om te weten dat je, je eigen leven niet meer ondercontrole hebt het wordt je in feite afgenomen. Maarten reageert heel onvoorspelbaar maar dat komt omdat hij niet meer met zijn verstand denkt, hij laat zich alleen nog leiden door flarden van herinneringen. Al het vermogen om waar te nemen en te reageren op zijn omgeving is hij verloren.



bouw:



In het verhaal zit een verhaallijn. Je ziet hoe het dementieproces verloopt. Bovendien krijg je een idee hoe het voelt om langzaam alle controle te verliezen de schaamte die daarbij gepaard gaat, maar ook hoe hartverscheurend het is om je levenspartner op deze manier te verliezen.

Het verhaal bevat heel veel herinneringen omdat het eigenlijk het enigste is waar de hoofdpersoon nog in leeft. Alles is weer vroeger, hij ziet zijn vrouw als zijn eigen moeder of als zijn eerste liefde. Mensen die overleden zijn komen in zijn hoofd tot leven.







Taalgebruik:



Het taalgebruik in het boek is niet moeilijk om te lezen. Ook al staan er vaak lange zinnen tussen. Ik denk dat de tekst makkelijk te lezen is omdat het gaat over de gedachten van iemand, en iedereen kan zich daar wel in verplaatsen. De schaamte die je zou kunnen voelen of hoe boos je zou zijn op wat er komen gaat en bang. Naarmate Maarten verder aan het dementeren is wordt het taalgebruik kinderlijker het zijn niet altijd meer de woorden van een wijze oude man. Door dat het taalgebruik steeds verandert zie je echt de verschillen tussen fictie en non-fictie in de gedachten van Maarten.







Conclusie:



Ik heb dit boek nou inmiddels twee keer gelezen en het blijft een fantastisch boek.

De manier waarop Bernlef je laat meeleven met de gevoelens van een oude dementerende man. Daarom raad ik ook iedereen aan dit boek te lezen. In de recensie van Hugo Bousset stond dat hij een van de grote kwaliteiten van het boek vond, hoe de hersens van Maarten steeds verder achteruit gingen meer wartaal begonnen uit te slaan en hoe meer hij vervreemde van zichzelf en alles om hem heen. Dat hij alleen nog maar kon denken of alles wel werkelijkheid was en hij misschien niet zelf niet een schim is geweest.

En ik kan niet anders zeggen als dat ik het daar helemaal mee eens ben. Dit boek is meer dat de moeite waard.















Over de auteur:



Achternaam: Bernlef

Voornaam: J.

Geboren: 14-01-1937

Te: Sint-Pancras





Pseudoniem(en): J. Bernlef is het pseudoniem van Hendrik Jan Marsman

Vanaf september 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (dus zonder de J.)

J. Bernlef gebruikte ook de pseudoniemen Ronnie Appelman, J. Grauw, Cas den Haan, S. den Haan en Cas de Vries.

Hij koos een pseudoniem omdat zijn naam 'nauwkeurig gelijkluidend is aan de naam van een zeer bekend Nederlands dichter'.

Het pseudoniem 'Bernlef' is ontleend aan de blinde Friese dichter 'Bernlef' uit de achtste eeuw. Van deze 'Bernlef' is verder weinig bekend. Bij de westelijke doorgang van de Martinitoren in Groningen staat een beeld van deze 'Bernlef'.





• J. Bernlef woonde als kind in Amsterdam en Haarlem. Hij volgde de HBS in Amsterdam. K. Schippers en G. Brands kent hij van deze school. Rob Nieuwenhuys was zijn leraar Nederlands. In 1955 deed hij examen.

• Na zijn eindexamen was hij bediende in een boekhandel.

• Van 1956 tot 1958 zat hij in militaire dienst.

• J. Bernlef reisde van 1958 tot 1960 heen en weer tussen Nederland en Zweden. Hij had allerlei baantjes, bijv. bordenwasser (in een hotel in Karlstad), houthakker en ober.

• Van 1960 tot 1964 werkte Bernlef in een boeken importbedrijf in Amsterdam.

• J. Bernlef debuteerde met de dichtbundel 'Kokkels' (1960). als prozaïst debuteerde hij met 'Stenen spoelen' (1960).

• Sinds 1964 wijdt hij zich geheel aan het schrijven.

• J. Bernlef is getrouwd met Eva Hoornik (dochter van de dichter Ed. Hoornik). Ze hebben twee kinderen.

• De essaybundels 'Perfektie met een gaatje' (1980) en 'Schiet niet op de pianist' (1993) gaan over jazz.

• 'Hersenschimmen' (1984) was Bernlefs doorbraak naar het 'grote publiek'. Hierin beschrijft hij het dementeringsproces van een oude man.

• In zijn vroege poëzie maakt Bernlef gebruik van ready-mades en van collage-techniek. Zijn latere poëzie is geconstrueerder van vorm.

• De titel van de bundel 'De noodzakelijke engel' (1990) verwijst naar de Amerikaanse dichter Wallace Stevens, die zijn essays over de poëtische verbeelding in 1951 onder de titel 'The necessary angel' bundelde.

• In het werk van J. Bernlef komen enkele van zijn fascinaties steeds terug: lege plekken, gaten, vergeten, het waarnemen, Laurel & Hardy, fotografie, jazz.

• Uit het juryrapport van de P.C. Hooftprijs 1994: 'De kwaliteit van zijn poëzie werd al meteen erkend door de prijzen die hij voor zijn eerste twee bundels kreeg. Toch is Bernlef voor het lezende publiek vooral een romanschrijver, waarbij misschien te weinig wordt opgemerkt dat zijn verhalend proza in thematiek de consequentie trekt uit wat al in zijn gedichten was geëxploreerd. Men kan zijn poëzie dus het hart noemen dat het bloed door zijn hele oeuvre doet stromen.

• De poëzie van Bernlef wordt wel gekenschetst als: 'Kijken met woorden. Zijn gedichten zijn als contactlenzen: ze zijn zo gewoontjes opgeschreven, in alledaagse taal, dat je nauwelijks merkt dat je erdoorheen kijkt, dat je amper door hebt hoe ze de werkelijkheid verscherpen.'