Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

natuurkunde

Opdracht Natuurkunde


Niveau: 2 VMBO

Taal:

Opmerking: het is voor pulsar


Bekeken: 4696 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




hoofdstuk 1

Warmte in huis. (1.1)



1. a.) Door de lampen.

b.) Dan groeien de planten of groenten sneller.

c.) Door de cv-ketel of kachel.



2 Hoe wordt warmte door het huis verspreid?

-Door de cv-ketel



Waarmee meet je temperatuur?

-Met graden Celsius.

-Meet een thermometer.



Hoe lees je een thermometer af?

- Tussen welke getallen staat de vloeistof. (tussen 10 en 20)

-Ga na hoeveel elke stap tussen de twee getallen is. (10:5=2)

-Tel aantal streepjes vanaf het laagste getal. (=2)

-Bereken het aantal graden Celsius(10+2x2=14)



3. a.) 1. Koffiezetapparaat

2. Waterkoker

3. cv-ketel

4. kookplaat

b.) 1. Elektriciteit

2. Elektriciteit

3. Elektriciteit/vuur

4. Vuur



4. a.) Gas

b.) Kaarsvet



5. a.)







b.) In de cv-ketel.

c.) In de brander van de cv-ketel wordt gas verbrand. Daarbij komt er warmte vrij.



6. a.) Nee

b.) Nee



7. Koud+koud=warm



8. - Graden Celsius.

- Vloeistof thermometer.

- Temperatuur.



9. Als de temperatuur stijgt, dan zet de vloeistof in de thermometer uit. De vloeistof in de buis stijgt. De temperatuur meet je met in graden.



10. 10:5=2



11.a.) 0ºC t/m 300ºC



b.) 30ºC t/m 40ºC



12.a.) Ongeveer 25ºC

b.) Ongeveer 22ºC



13.





14.a.) 100ºC

b.) 1ºC



15.













16.a.) Verwarming

b.) 21ºC

c.) Wordt warmer.



17.a.) Warm+warm=warm

b.)



18.a.) Dat je kan instellen hoe laat de temperatuur warmer wordt.

b.) Dat wordt het warm en de warmt er van, verspreid zich door de kamer.



Hoofdstuk 1

De brander (1.2)



19.a.) Het vuur in zijn mond kan komen.

b.) Over vuurwerk, lucifers en kaarslicht.



20. Hoe je gaat werken met de brander en verbranden.



21.a.)

b.) Het wordt zwart.

c.)

d.) Niet zwart.

e.) Aanslag ontstaat door gele vlam.



22.a.) Veel zuurstof.

b.) Brandstof en zuurstof.



23.a.) De vlam gaat uit, door te weinig zuurstof.

b.) Zuurstof.

26.

24. Spiritusvlam, het brand op andere brandstof.



25.a.) - een brander

- een gasslang

- een gaskraan

- een lucifer

b.)



26. BRANDER



27.a) Soort Vlam Stand van de luchttoevoeging

Gele vlam Dicht

Onzichtbare vlam Half open

Ruisende vlam Open

b.) Gele vlam

c.) De luchttoevoer open draaien.

d.) Je zet de luchttoevoer helemaal open.



28. Als de luchtring dicht staat, dan komt weinig lucht bij de vlam. De vlam in dan geel.



29. Als je de brander uit doet, dan doe je eerst de luchtring dicht. Daarna draai je de gasschroef open. Als laatste doe je de hoofdkraan op je tafel dicht.



30.a.)

b.)

c.)



31.a.) Brander van cv-ketel

b.) Bij de verbranding ontstaan waterdampen koolstofdioxide.

c.) Gassen

Waterdamp

Vergif



32. Uit gas en zuurstof ontstaan bij verbranding in de cv-ketel koolstofdioxide en waterdamp.



33.a.) Te weinig zuurstof.

b.) Geel

c.) Dan ontstaat bij de verbranding ook het zeer giftige gas. ( koolstofmono-oxide )



34. Als je niet bezig ben met de brander.



35.a.) nee

b.) nee



Hoofdstuk 1

Warmte binnenhouden. (1.3)



36.a.)97ºC

b.)Doordat hij een dikke vacht heeft.



37. Waarom is de radiator van ijzer?



38.a.) plafond

b.) linkermuur

c.) Door de warme lucht tijgt en afgekoeld daalt het.



39. Nog door de gas.



40. 1. 40ºC

2. 35ºC

3. 25ºC

4. 21ºC

5. 18ºC



41. Plafond: ongeveer 24ºC

Grond:ongeveer 23ºC



42. IJzer



43.a.) IJzer en koper.

b.) IJzer en koper.



44.a.) IJzer, koper en aluminium.

b.) Geleid het.

c.) Dat geleid niet.



45. Geleider Isolatoren

Fietsstuur Plank

Sleutel Jas

Soeplepel Handsvat van een strijkijzer



46.a.) warmte geleiden

b.) Dat geleidt.



47. Kunststof geleidt slecht.



48.a.) Infrarood.

b.) De warmte.

c.) De schoorsteen en ramen.

d.) Rood.



49.a.) Een geïsoleerd huis verliest minder warmte dan een huis dat niet geïsoleerd is.

b.) In een geïsoleerd huis bespaar je geld en energie.



50. C



51. 24m³



52.a&b.)



hoofdstuk 1

Temperatuur meten (1.4)



53.a.) 80ºC -40ºC

b.) 29ºC



54. Een sensor.



55. Oventhermometer.



56a.)Het hoogste+laagste=wat je met de thermometer kan meten.

b.) Linkse thermometer.



57. Koorts thermometer.



58a.) Oventhermometer.

b.) Kleiner.

c.) Je kan beter aflezen.

d.) Je kan geen grote meet bereik nodig hebben.



59. - Computer.

- Temperatuursensor.

- Een reageerbuis.

- Heet water.



60.a.) Zet de sensor in de buis.

b.) Stel in hoe lang je wilt meten. Vb: 10 min.



61. Temperatuur meten en een grafiek maken.



62.a.) Overeenkomsten:

- De lijnen lopen allebei naar beneden.

- Op eind lopen beide lijnen horizontaal.

b.)Verschillen :

- Het hangt ervan af hoeveel water erin zit.



63. B Wol is een goede isolator.



64.a.) Proef

b.) Het water wordt vanzelf koud.



65.a.) Met een thermometer.

b.) Die kan het precies meten.



66.a.) Verticale as. Temperatuur.

b.) horizontalle as. Tijd in uren.



67.a.) 19°C

b.) 19°C

c.) 19°C



68. 14:00



69.a.) 16°C

b.) 19°C

c.) 3°C



70.a.) 9°C

b.) 3°C

c.) Buiten.

d.) De streep zit langer in de grafiek.



71.a.) Hoe hoog of hoe laag je kan meten met een thermometer.

b.) - Computer.

- Temperatuur.

- Reageerbuis.

- Heet water.

d.) Lijn.



Hoofdstuk 1

Test je zelf.



1. Hoef te je niet te maken.



2. a.) Om genoeg zuurstof te krijgen.

b.) Koolstofmono-oxide.

c.)

d.)

e.)

f.) Deze thermometer gaat maar toto de –20ºC onder 0 en op de zuidpool is het veel kouder.



3. a.) isolatie

b.) Ski-jack, duikpak en gymnastiekshirt.

c.) Die isoleren.



4. a.) 80ºC

b.) 55ºC

c.) 8 minuten.





38.

d.) Ja, de grafiek lijn gaat sneller naar de 0ºC.

e.) - Die meet het hele tijd. Vb: elke seconde.

- Je maak meteen een grafiek.



Hoofdstuk 1

Herhaling.



72. 1. 14ºC

2. 37ºC

3. -6ºC



73. Thermometer 2.



74. Thermometer 3.



75a.)

· Gas –en luchttoevoer dichtdraaien.

· Gasslang aansluiten op de gele hoofdkraan.

· Gele hoofdkraan opendraaien.

· Brandende lucifer boven de schoorsteen houden en gaastoevoer opendraaien.

· Brander brandt op de gele vlam of de pauze vlam.



b.) Haar haren op binden



76.a.) Blauw.

b.) De luchttoevoer helemaal open.



77.a.) Geel

Zuurstof

Cv-ketel

Heet

Warmte

b.) Lucht.



78.a.)

b.)

c.)



79.a.) Stijgt op.

b.) Stroming.



80. Steenwol.

Piepschuim.

Wol.



81.a.) - Een computer

- Een thermometersensor.

- Een aquarium.

- Water.

b.) Je hoef er niet de hele tijd bij blijven, je weet het precies.



82. Een blauwe vlam: doe de luchttoevoer open.



83.a.) Temperatuur.

b.) Tijd

c.) 8 uur.

d.) Tijdstip. Temperatuur.

14:00 20ºC

12:00 18ºC

14:30 21ºC



16:00 23ºC

17:15 23ºC



Hoofdstuk 1

Verdieping.



84. Brandende lucifer in de prullenbak gegooid.



85. Hete temperatuur en brandstof.



86.a.) Als je houtje snel ronddraaien op een stuk hout, dan ontstaat warmte door wrijving.op het ligt droog mos of stro. Dat droge materiaal vliegt door de hitte in brand.

b.) Met hout.

c.) Met vuursteen.



87. Aansteker: Brand start met:

Lucifer. Wrijving van kop op strijkvlak.

Benzineaansteker. Elektrische vonk.

Gasaansteker. Wrijving van wieltje

over vuursteentje.

Wat brand er:

Hout.

Benzine.

Gas.



88.





89.a.) Om de deksel en te doen en het zuurstof weg te nemen.

b.) Zuurstof.



90. Hoge temperatuur.



91. Zuurstof.

Hoge temperatuur.



92.a.) Ja.

b.) Ja.



93. Omdat dat huis dan ook niet in de brand vliegt.



94. 1. Brandstof

2. Brandstof

3. Hoge temperatuur.

4. Zuurstof.

5. Zuurstof.

6. Zuurstof.