Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Regeling en gedrag

Samenvatting Biologie


Niveau: 3 HAVO VWO

Taal:

Opmerking: è is een ==> (pijltje dus)


Bekeken: 5178 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Basisstof 1.

Het zenuwstelsel è centrale zenuwstelsel en zenuwen.
Centrale zenuwstelsel è hersenen en ruggenmerg.
Zenuwen è verbinden centrale zenuwstelsel met alle lichaamsdelen.
Hersenzenuwen è verinden delen van hoofd en hals met hersenstam
Ruggenmergszenuwen è verbinden delen van romp en ledematen met ruggenmerg.
Prikkels è lichtstralen en geuren.
Impulsen è elektrische signalen die door zenuwen worden voortgeleid.
Functie zenuwstelsel è Impulsen verwerken die afkomstig zijn van zintuigen en het regelen van de werking van spieren en klieren.

Basisstof 2.

Zenuwcel è miljoenen zenuwcellen in zenuwstelsel, is opgebouwd uit cellichaam en uitlopers.
Cellichaam zenuwcel è deel waarin de celkern zich bevind, cellichamen liggen in of vlakbij centrale zenuwstelsel.
Uitlopers è geleiden impulsen, er zijn uitlopers die impulsen náár het cellichaam geleiden en uitlopers die impulsen van het cellichaam áf geleiden, uitlopers kunnen heel lang zijn.
3 typen zenuwcellen è Gevoelszenuwcellen, schakelcellen en bewegingszenuwcellen.
Gevoelszenuwcellen è geleiden impulsen van zintuigen naar centrale zenuwstelsel, cellichamen liggen vlakbij het centrale zenuwstelsel, 1 lange uitloper geleid impulsen.
Bewegingszenuwcellen è geleiden impulsen van centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren, cellichamen liggen in het centrale zenuwstelsel, 1 lange uitloper geleid impulsen.
Schakelcellen è geleiden impulsen binnen centrale zenuwstelsel, verbinden uitlopers gevoelszenuwcellen met uitlopers bewegingszenuwcellen, liggen in hun geheel in centrale zenuwstelsel.
Zenuw è waar de uitlopers bij elkaar liggen, elke uitloper wordt d.m.v. een dun laagje beschermd, om zenuw ligt een stevige laag die bescherming biedt.
Zenuwen è verbinden centrale zenuwstelsel met alle delen van het lichaam.

Basisstof 3.

Ruggenmerg è geleidt impulsen van zintuigen in romp en ledematen naar de hersenen en andersom.
Wervelkanaal è daar ligt het ruggenmerg, ruggenmerg begint bij hersenstam en eindigt bij ledenwervels onder aan de rug, wervels beschermen het ruggenmerg.
Ruggenmergszenuwen è tussen twee wervels komt steeds aan iedere kant een zenuw uit het ruggenmerg, dat is een ruggenmergszenuw.
Hersenen è bestaat uit de hersenstam, de grote hersenen en de kleine hersenen.
Hersenstam è ligt in verlengde van ruggenmerg, geleid impulsen van ruggenmerg aar grote en kleine hersenen en andersom.
Hersenzenuwen è verbinden hoofd en hals met de hersenstam, geleidt impulsen afkomstig van zintuigen in hoofd en hals naar grote en kleine hersenen en geleid impulsen van grote en kleine hersenen naar spieren en klieren in hoofd en hals.
Hersenen è bestaan uit linker en rechterhelft.
Schors è buitenste gedeelte van de grote en kleine hersenen, heeft een grijze kleur.
Merg è binnenste gedeelte van kleine en grote hersenen, heeft lichte kleur.
Grote hersenen è komen veel impulsen aan van zintuigen, de plaats waar impulsen in de grote hersenen aankomen bepaalt de aard van de waarnemingen die je doet.
Hersencentra è daar liggen de cellichamen van de schakelcellen in groepen bij elkaar.
Gevoelscentra è liggen bij elkaar in hersenschors achter de centrale groeve, gevoelscentra voor zich, gehoor en reuk liggen apart in de hersenschors.
Bewuste gewaarwording è het bewust gewaar worden van prikkels.
Bewegingscentra è liggen meestal bij elkaar in hersenschors voor de centrale groeve, zorgen voor bewuste of gewilde bewegingen.
Kleine hersenen è zorgen ervoor dat alle bewegingen op elkaar zijn afgestemd, zorgen voor coördinatie van alle bewegingen.

Basisstof 4.

Alcohol, medicijnen en drugs è beïnvloeden werking van het zenuwstelsel.
Loskomen è gebeurt na een of twee glazen alcohol, je gaat je vrijer en vrolijker voelen.
Aangeschoten è je denkt dat je meer kunt e je zelfvertrouwen wordt groter, je hoort en ziet minder goed en kunt minder goed bewegen, reactiesnelheid neemt af.
Dronken è Je ziet dingen onscherp en kan moeilijk bewegen, kans op black-outs.
Kater è Hoofdpijn en erge dorst doordat je dronken bent geweest, soms moet je overgeve.
Verslaving è geestelijk of lichamelijk afhankelijk zijn van een stof, alcohol bv.
Geestelijk afhankelijk è je hebt het nodig om tot rust te komen of je goed te voelen.
Lichamelijk afhankelijk è je lichaam functioneert niet meer goed zonder alcohol
Ontwenningsverschijnselen è als je stopt met drinken als verslaving.
Promillage è alcoholgehalte in je bloed.

Basisstof 5.

Reflexen è een snelle onbewuste reactie op een prikkel, vaak nodig voor bescherming.
Reflexboog è de weg die de impulsen bij een reflex afleggen, onder invloed van prikkels ontstaan in zintuigcellen impulsen, via gevoelszenuwcellen worden impulsen naar schakelcellen in ruggenmerg of hersenstam geleid, schakelcellen geleiden de impulsen direct door naar de bewegingszenuwcellen, die geleiden impulsen naar spiercellen waardoor die zich samentrekken.
Reflexboog via hals en hoofd è verlopen via hersenstam.
Reflexbogen van romp en ledematen è verlopen via ruggenmerg.

Basisstof 6.

Hormoonstelsel è bestaat uit een aantal hormoonklieren.
Hormoonklieren è produceren hormonen, veel hormoonklieren hebben geen afvoerbuis, hormonen worden afgegeven aan het bloed, hormonen regelen werking van weefsels en organen, hormonen zijn op invloed op de stofwisseling, voorplanting, groei en ontwikkeling.

Basisstof 7.

Ligging van:
Hypofyse è onder tegen de hersenen aan, tussen hersenhelften in, hormoon voor groei.
Schildklier è in de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan, maakt schildklierhormoon.
Eilandjes van Langerhans è in de alvleesklier.
Bijnieren è als kapjes op de nieren, produceren adrenaline.
Eierstokken è in de buikholte, produceert geslachtshormonen.
Teelballen è in de balzak, produceert geslachtshormonen.
Struma è sterke vergroting van de schildklier als er te weinig schildklierhormoon word geproduceerd, mogelijke oorzaak is te weinig jood in het voedsel.

Basisstof 8.

Gedrag è alles wat een mens of dier doet.
Respons è Een reactie van een dier of mens op een prikkel.
Erfelijke factoren è gedrag dat je al hebt geërfd.
Leerprocessen è dingen die je leert.

Basisstof 9.

Overeenkomsten tussen gedrag van mensen en dieren:
è gedrag word bepaald door erfelijke factoren en leerprocessen.
è bij beide komen rolpatronen voor.
Verschillen tussen gedrag van mensen en dieren:
è gedrag van mensen wordt sterker bepaald door leerprocessen.
è mensen kunnen hun gedrag beoordelen aan de hand van normen en waarden.
Normen è gedragsregels waarvan veel mensen vinden dat je je eraan moet houden.
Waardeè uitgangspunten die mensen gebruiken bij het inrichten van hun leven.
Rolgedrag è gedrag dat anderen van iemand verwachten in bepaalde situaties.
Rolpatroon è als iemand rolgedrag vertoont.

EXTRA BASISSTOFFEN ZIE BOEK!