Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Samenvatting hoofdstuk (chapitre) 5-6

Samenvatting Frans


Niveau: 1 VWO

Taal:

Opmerking: Veel succes! ;)


Bekeken: 3580 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Samenvatting Frans hoofdstuk 5 en 6

Hoofdstuk 5

5.5
beëindigen terminer
daarom c'est pourquoi
de broek le pantalon
de dingen les choses
de handschoen le gant
de herfst, het najaar l'automne
de jurk la robe
de kleding les vêtements
de opening l'ouverture
de riem la ceinture
de schoen la chaussure
de sluiting la fermeture
de sok la chaussette
de terugreis le retour
de trui le pull
de winkel le magasin
de winter l'hiver
dragen porter
duur cher, chère
goedkoop bon marché
het eiland l'île
het feestje la boum
het seizoen la saison
natuurlijk bien sûr
nodig hebben avoir besoin de
slechts, maar seulement
te voet, lopend à pied
vaak souvent
vertellen raconter
winkelen faire du shopping

Phrases Clé E
Tu veux acheter la robe rouge? Wil je de rode jurk kopen?
Il est cher, le jean noir? Is de zwarte spijkerbroek duur?
Il est en solde? Is hij in de uitverkoop?
Tu veux acheter une ceinture rose? Wil je een roze riem kopen?
Quel est ton magasin préféré? Wat is je favoriete winkel?
Tu viens avec moi? Ga je met me mee?
Non, je veux acheter la robe jaune. Nee, ik wil de gele jurk kopen.
Non, il n'est pas cher. Nee, hij is niet duur.
Oui, il est seulement à 20 Euros. Ja, hij kost maar 20 euro.
Oui, j'aime le rose. Ja, ik houd van roze.
Monoprix! J'aime les articles bon marché. Monoprix! Ik houd van goedkope artikelen.
Oui, je viens avec toi. Ja, ik ga met je mee.

Phrases Clé J
Tu vas aller à Notre-Dame? Ga je naar de Notre-Dame?
On va faire du shopping? Zullen we gaan winkelen?
Tu vas prendre le métro? Neem jij de metro?
Tu vas porter un jean vert? Ga je een groene jeans dragen?
Comment tu trouves ma ceinture? Hoe vind je mijn riem?
C'est combien? Hoeveel kost het?
Non, je vais visiter le Centre Pompidou. Nee, ik ga het Centre Pompidou bekijken.
Oui, nous allons faire du shopping. Ja, wij gaan winkelen.
Non, je vais à pied. Nee, ik ga lopend.
Non, je vais porter un jean noir. Nee, ik ga een zwarte jeans dragen.
Elle est supercool! Die is super gaaf!
99 Euros, s'il vous plaît. 99 euro alstublieft.

Het bijvoeglijk naamwoord

Ev Mv
Vrouwelijk -e -es

Mannelijk X -s

De toekomende tijd

Als je iets in het Frans wilt zeggen of vertellen wat nog moet gebeuren, gebruik je een vorm van het werkwoord aller (gaan) met daarachter een heel werkwoord.
Voorbeelden zijn:
Je vais faire du shopping
Tu vas acheter un livre?
On va prendre le métro.

Hoofdstuk 6

6.5
een uitwisseling un échange
een penvriend un corres
het haar les cheveux
bruin brun
jullie kunnen vous pouvez
op sur
de keuze le choix
vergeten oublier
de lunch le déjeuner
de sneeuw la neige
zij willen ils veulent
te veel trop
duur cher
de brug le pont
een waaghals un casse-cou
springen sauter
de snelheid la vitesse
voetbal le foot
tennis le tennis
basketbal le basket
turnen la gym
het dansen la danse
het zwemmen la natation
het schaatsen le patinage
alsjeblieft tiens
mag ik? je peux
natuurlijk bien sûr


Phrases Clé E
Waar is mijn penvriendin? Elle est ou, ma corres?
Heeft zij blauwe ogen? Elle a les yeux bleus?
En jij, heb je zwart haar? Et toi, tu as les cheveux noirs?
Heb je rood haar? Tu as les cheveux roux?
Heeft zij lang haar? Elle a les cheveux longs?
Is hij lang? Il est grand?
Ik weet het niet. Je ne sais pas.
Nee, zij heeft geen blauwe ogen. Non, elle n'a pas les yeux bleus.
Nee, ik heb geen zwart haar. Non, je n'ai pas les cheveux noirs.
Nee, ik heb bruin haar. Non, j'ai les cheveux bruns.
Nee, zij heeft kort haar. Non, elle a les cheveux courts.
Nee, maar hij is gespierd. Non, mais il est muscle.

Phrases Clé J
Doe je aan sport? Tu fais du sport?
Wat doe je voor sport? Qu'est-ce que tu fais comme sport?
Dansen jullie? Vous faites de la danse?
Voetbalt hij? Il fait du foot?
Hou je van gevaarlijke sporten? Tu aimes les sport casse-cou?
Houden jullie van honkbal? Vous aimez le baseball?
Doe je aan aerobics? Tu fais de l'aérobic?
Nee, ik sport niet. Non, je ne fais pas de sport.
Ik tennis. Je fais du sport.
Ja, we dansen. Oui, on fait de la danse.
Ja, hij voetbalt en hij basketbalt. Oui, il fait du foot et du basket.
Ja, ik hou van bergbeklimmen. Oui, j'aime l'alpinisme.
Nee, we vinden karate leuker. Non, on préfère le karaté.
Ja, een keer per week. Oui, une fois par semaine.

De ontkenning

De ontkenning bestaat in het Frans uit twee woorden: ne en pas.
Dat betekent niet of geen.
Ne schrijf je vóór de persoonsvorm en pas schrijf je erachter.
Als de persoonsvorm met een klinker of een stomme h begint, dan verandert ne in n'

Faire (=Doen/maken)

te fais
tu fais
il, elle, on ait

nous faisons
vous faites
ils, elles font