Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

criminaliteit

Samenvatting Maatschappijleer


Niveau: 5 HAVO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 3049 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Samenvatting hoofdstuk Criminaliteit:

Recht: het geheel van gedragsregels, vastgesteld door de overheid, die betrekking hebben op het handelen van mensen als leder van een samenleving.
Waarden: principes die mensen belangrijk en nastrevenswaardig vinden, zoals vrijheid en eerlijkheid.
Normen: gedragsregels die voortvloeien uit waarden, zoals respect tonen voor elkaars mening en niet liegen.
Criminaliteit: alle gedragingen die bij de wet strafbaar zijn gesteld / alle misdrijven die in de wet staan omschreven.
Misdrijven: meer ernstige strafbare feiten.
Overtredingen: minder ernstige feiten.
Verschillende soorten delicten:
delicten tegen de openbare orde en het gezag (verbranden vlag, afluisteren)
misdrijven tegen leven en persoon (moord, mishandeling)
ruwheidmisdrijven (vernieling, graffiti)
vermogensmisdrijven (diefstal, verduistering)
seksuele misdrijven
verkeersmisdrijven
misdrijven tegen de Opiumwet
economische delicten
milieudelicten
Zware criminaliteit: ernstige aantasting van de rechtsorde en zorgen sterk voor een gevoel van onveiligheid. (moord, inbraak, overvallen)
Veelvoorkomende criminaliteit: ze komen vaak voor en zorgen voor een gevoel van onveiligheid. (Winkeldiefstal, vernielingen, graffiti). Relatief licht gestraft.
Socialisatie: proces waarbij waarden, normen en andere kenmerken van een cultuur worden aangeleerd.
Lombroso: de ene mens wordt wel als misdadiger geboren en de andere niet. Crimineel gedrag is biologisch bepaald.
Sutherland: crimineel gedrag wordt aangeleerd.
Hirschi: ieder mens is voor een deel tot het slechte geneigd. In iedereen schuilt een misdadiger.
Geweldsmonopolie: de politie mag wel de wapenstok of pepperspray gebruiken en schieten, maar niet iedereen oppakken en in de cel stoppen.
Rechtsstaat: een staat waarin de overheid is gebonden aan wettelijke regels en waarin de bevolking beschikt oer politieke en sociale rechten.
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:
-men mag niet discrimineren.
-men mag mensen niet martelen.
-men mag niet zomaar iemand gevangenzetten.
-iedereen heeft recht op een eerlijk proces.
-iedereen heeft recht op vrijheid van meningsuiting.
Dit alles is vastgelegd in de grondwet.
Legaliteitsbeginsel: je kunt alleen worden gestraft voor iets dat in de wet strafbaar gesteld is.
Ne bis in idem-regel: je mag niet voor hetzelfde strafbare feit voor een tweede keer worden vervolgd.
Tweesporenbeleid:
1. Bij veelvoorkomende criminaliteit wordt gezocht naar preventieve (voorkomen) maatregelen. Bijv versterking van de sociale controle.
2. bij zware, georganiseerde misdaad wordt de oplossing gezocht in repressieve maatregelen. Bijv hogere vrijheidsstraffen.
Procedure:
1. de politie verzamelt informatie over het strafbaar feit. Dit wordt opgeschreven in een speciaal transport; proces-verbaal.
2. De politie geeft het proces-verbaal aan de officier van justitie. Deze zal de zaak verder onderzoeken in het opsporingsonderzoek. De officier van justitie moet dan beslissen of hij de zaak zwaar genoeg vindt om de verdachte verder te vervolgen. I.d.g volgt er een rechtszaak.
3.Als de officier van justitie voldoende bewijzen heeft, stuurt hij deze naar de rechter. Deze moet tijdens de rechtszaak vaststellen of de verdachten inderdaad schuldig is.
Drie taken van de politie:
1. hulpverlening
2. handhaven van de openbare orde.
3. opsporingstaak.
Basisrecht van de verdachte: hij hoeft niet actief mee te werken aan zijn vervolging, en mag weigeren iets te zeggen.
Verdachte staande houden: iemand vasthouden om hem te vragen naar zijn personalia.
Legitimeren: met een paspoort of een ander identiteitsbewijs aantonen wie je bent.
Fouilleren: aan zijn lichaam en kleding worden onderzocht.
Machtiging tot binnentreding: formulier waarin de officier van justitie toestemming geeft de verdachte in zijn huis aan te houden.
Machtiging tot huiszoeking: de politie mag in een woning naar bewijzen van een misdrijf speuren.
Officier van justitie:
-leidt het opsporingsonderzoek.
-brengt verdachten voor de rechter (vervolging)
-eist een bepaalde straf in een rechtszaak.
-is verantwoordelijk voor de uitvoering van de straf.
Openbaar ministerie (OM): alle officieren van justitie bij elkaar.
Opsporingsbevoegdheid: bevoegd om bepaalde opsporingsmethoden toe te passen.
Seponeren: iemand wordt niet vervolgd. (Voorwaardelijk sepot: voorwaarden aan het seponeren)
Transactie: geldboete/schikking/voortijdige afdoening.
Vervolgen: verdachte voor de rechter brengen. Er volgt dan een rechtszaak.
Infiltranten: personen die ongemerkt een misdaadorganisatie binnendringen om informatie over die organisatie te verzamelen.
Informanten: leden van een misdaadorganisatie de die politie informatie doorspelen.
Onafhankelijkheid van de rechters is verder gewaarborgd doordat:
-een rechter wordt voor het leven benoemd.
-het salaris van de rechters is bij de wet geregeld.
-het aantal rechters in elke rechtszaak staat vast.
Griffiers/gerechtssecretarissen: leggen schriftelijk vast wat er door de partijen op een terechtzitting is gezegd en maken de vonnissen van de rechters op.
Arrondissementsrechtbanken: laagste rechtscollege en houdt zich bezig met alle misdrijven. Ze hebben verschillende rechters:
-politierechters: houden zich bezig met lichte misdrijven uit het strafrecht.
-kinderrechter: houdt zich bezig met misdrijven door jongeren van 12 tot 18 jaar.
-kantonrechter: nevenvestiging van de rechtbank binnen het arrondissement. Ze houden zich vooral bezig met de berechting van overtredingen.
-meervoudige kamer: bestaat uit drie rechters en behandelt zware misdrijven uit het strafrecht.
Gerechtshof: hogere rechtbank; wordt rechtgesproken door een meervoudige kamer van drie rechters of door een enkelvoudige kamer van een raadsheer.
Hoge raad: hoogste rechtscollege; kamers van drie of vijf raadsleden. Ze spreken recht als een verdachte of het Openbaar Ministerie het niet eens is met de uitspraak van het hof. (Cassatie) De hoge raad kijkt allen of de rechtsregels goed zijn toegepast.
Dagvaarding: hierin staat wat de verdachte wordt verweten, en waar en op welk tijdstip de zitting plaatsvindt.
Rechtszaak bestaat uit acht stappen:
1. opening; rechter controleert de persoonsgegevens van de verdachte.
2. aanklacht; officier leest de aanklacht voor.
3. onderzoek; de rechter begint aan het eigenlijke onderzoek het eventuele bewijs voor de aanklacht.
4. verhoor van de verdachte
5. requisitor; verhaal waarin de officier probeert aan te tonen dat de verdachte schuldig is, en vraagt de rechter om een bepaalde straf.
6. Pleidooi; de advocaat verdedigt de verdachte. Hij vraagt om vrijspraak of strafvermindering.
7. laatste woord; verdachte kan zeggen dat hij niets heeft gedaan, of dat hij spijt heeft, of dat de straf hem ernstig zal benadelen.
8. vonnis; uitspraak van de rechter.
Voor rechtshulp kun je terecht bij:
-advocaat.
-bureau voor rechtshulp; beginnende juristen die mensen helpen die niet zo snel naar een advocaat gaan.
-rechts- of wetswinkel; rechtsstudenten die gratis spreekuren houden waarin zijn eenvoudige juridische adviezen geven.
De rechter straft iemand omdat;
Vergelding: kwaad moet gestraft worden. Een misdaad moet weer goed worden gemaakt door de dader iets vervelends te laten doen.
Afschrikking van de dader: de straf moet de dader afschrikken om nogmaals een misdaad te plegen.
afschrikking van de samenleving: een straf moet andere burgers afschrikken een misdaad te plegen.
voorkomen van eigenrichting: anders zullen mensen zelf het recht in handen nemen en de dader straffen.
verbetering van de dader: met een straf probeert de overheid een dader te resocialiseren, zodat hij zich aanpast aan de normen van de samenleving.
beveiliging van de samenleving: in de tijd dat een crimineel gevangen zit, kan hij de samenleving geen last bezorgen.
Resocialisatie: verbetering en heropvoeding van een crimineel.
De wet kent drie hoofdstraffen:
geldboete: de rechter bestraft de dader met een geldboete.
vrijheidsstraf: maximumstraf voor overtredingen : 1 jaar : hechtenis
maximumstraf voor misdrijven : levenslang : gevangenisstraf
alternatieve straf: onbetaalde arbeid ten algemenen nutte. Men wil de veroordeelde straffen, maar ook voorkomen dat hij in een criminele spiraal terechtkomt.
Voorwaardelijk: hij krijgt dit gedeelte van de straf niet, onder voorwaarde dat hij binnen een bepaalde proeftijd niet nogmaals een soortgelijk strafbaar feit begaat. Doet hij dat wel, dan krijgt hij alsnog die straf, plus een nieuwe straf.
Tbs: terbeschikkingstelling: de dader wordt hiertoe veroordeelt wanneer deze niet of verminderd toerekeningsvatvaar is. Tbs duurt maximaal 4 jaar, maar kan worden verlengt.
Burgerlijk recht: privaatrecht: een partij eist iets van een andere.
Eiser: degene die de zaak aan de rechter voorlegt.
Gedaagde/verweer: de persoon van wie iets wordt gevraagd.
Dagvaarding: mededeling aan een persoon dat hij voor de rechter moet verschijnen. Een dagvaarding bevat altijd:
-de naam van de eiser -de eis
-de motivatie van de eis -het tijdstip en de plaats van de rechtszaak.
Tenuitvoerlegging/executie: de rechter kan een partij dwingen het vonnis na te komen.
Kort geding: vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zaken die worden behandeld door een rechter: voorlopig oordeel: vaak een dwangsom.