Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Water in overvloed 1.1 t/m 1.4

Samenvatting Aardrijkskunde


Niveau: 3 HAVO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 3433 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




1.1 Neerslag

· De relatieve vochtigheid ( rv ) is de verhouding tussen de hoeveelheid waterdamp dat in de lucht zit en doe hoeveelheid waterdamp die maximaal in de lucht kan.

een berekening van de relatieve vochtigheid ;

temp : 20°
waterdamp : 12 g/m³

Relatieve vochtigheid : ??
Word het dauwpunt bereikt ? (het dauwpunt word pas bereikt als de r.v. 100% is)

Waterdamp aanwezig
------------------------- X 100 = 12/17,3 * 100 = 69 % Het dauwpunt word niet bereikt
waterdamp maximaal

Temperatuur°C Waterdampg/m³
30 30,3
20 17,3
10 9,4
0 4,8
-10 2,4
-20 1,1

· - Het ontstaan van wolken begint op de grond, de zon verwarmd de grond

- De lucht word warm, in die lucht zit waterdamp

- De verwarmde lucht stijgt in grote luchtbellen , als die luchtbellen warmer zijn dan de omgeving blijft de lucht stijgen

- De lucht en de waterdamp die er in zit koelt af, in koude lucht kan minder waterdamp

· De luchtbel koelt dus door stijging steeds verder af.

· Bij een bepaalde temp is de hoeveelheid waterdamp die in de luchtbel zit gelijk aan de hoeveelheid waterdamp die ( bij die temp ) maximaal in de lucht kan. Het dauwpunt is dan bereikt

· Het dauwpunt is de temperatuur waarbij de lucht verzadigd is met waterdamp.

· De lucht koelt verder af dan vormen zich hele kleine waterdruppeltjes. De waterdamp in de lucht condenseert.

· Soms gaat de stijging van de luchtbel zo snel dat de waterdamp sublimeert (overgang van waterdamp in ijs).

· Er ontstaat een wolk.



· In de lucht condenseert waterdamp op condensatiekernen. Condensatiekernen zijn zout-, stof-, zand-, en
asdeeltjes in de atmosfeer waarop waterdamp condenseert.

deze deeltjes komen in de lucht door;
- verdamping van zeewater
- uitstoot van industrie
- verkeer
- volkaanuitbarstingen

· Wolken ontstaan door condensatie of sublimatie nadat het dauwpunt is bereikt.



1.2 De kringloop van het water

· De kringloop van het water is de voortdurende verandering van water in waterdamp, water en ijs.

· Lange kringloop : het water is lang onderweg. Het is als neerslag op het land gevallen. Het kan hier opgeslagen worden in landijmassa’s of gletsjers.

· - Door warmte verdampt het zeewater ; er ontstaat waterdamp
- Door stijging koelt waterdamp af en condenseert ; er ontstaan wolken
- Door zeewind worden de wolken landinwaarts gedreven
- Uit de wolken valt vloeibare of vaste neerslag op het land
- Een groot deel van de neerslag stroomt weg via gletsjers en rivieren naar de zee
- De overige neerslag zakt in de grond tot in het grondwater. Grondwater is water dat ondergronds langzaam wegstroomt naar rivieren of direct naar de zee



· Korte kringloop : het valt als neerslag direct terug in de zee.


1.3 Depressies

· Een depressie is lage luchtdruk. De komst van een depressie kan je opmeten met een luchtdrukmeter (barometer), de luchtdruk daalt sterk als er een depressie nadert.

· Lucht stroomt altijd weg vanaf plaatsen waar veel lucht is: hoge luchtdruk.

· En hij gaat het snelst naar plaatsen waar weinig lucht is: lage luchtdruk.

· Een luchtsoort is een grote hoeveelheid lucht met de een bepaalde temperatuur en vochtigheid.




· Lucht stroomt van hoge naar lage luchtdruk.

· Koude en warme lucht mengen slecht met elkaar .

· Luchtsoorten van een verschillende temperatuur kunnen zich gewoon naast elkaar bevinden.

· Als polaire en tropische lucht elkaar ontmoeten, blijven ze gewoon hun eigen temperatuur behouden.
Er ontstaat dan een front. Een front is een grens tussen twee verschillende luchtsoorten.

· De windrichtingen aan de weerzijden van het front zijn verschillend.

· De luchtstromen komen immers uit het noorden en het zuiden. Hierdoor ontstaan golven in het front.

· - De golven worden steeds groter.
- In de toppen van de golven liggen de depressies.
- De depressie diept zich uit.
- Warme lucht stijgt in een spiraal tegen de klok.
- De stijgende lucht koelt af, waardoor de waterdamp condenseert.
- Het word zwaar bewolkt en er valt frontale neerslag.

· Frontale neerslag is neerslag die ontstaat aan een front.

· Depressies betekenen veel bewolking en neerslag.
· Het passeren van een front is goed te merken aan de veranderingen in het weer.

· Eerst passeert het warmtefront. Een warmtefront is de overgang van koude naar warme lucht.

· Een warmtefront kondigt zich aan door een toenemende bewolking.

· - Eerst verschijnen er vezelwolken met haakjes, het is nog tamelijk zonnig.
- Vervolgens wordt de lucht grauwer door matglasbewolking.
- Dan gaat het spoedig langdurig regenen uit een dikke, donkergrijze regenwolk.

· Nadat het warmtefront gepasseerd is, stijgt de temp. een paar graden. Het klaart op. Dat duurt maar kort.

· Er nadert een koufront. Een koufront is de overgang van warme naar koude lucht.

· Het koufront kondigt zich aan door:

- Een opbollende stapelwolk; het is nog zonnig.
- Boller en hoger wordende stapelwolken die uitgroeien tot een buienwolk; er kunnen flinke regen en onweersbuien vallen, soms met hagel en windstoten; de temperatuur is gedaald.
- Kleiner wordende stapelwolken; de zon breekt door.

· Een stapelwolk is een wolk met een bolle bovenkant.




1.4 Zeewater

· Als de wind boven zeewater constant uit 1 richting waait, gaat het zeewater stromen. Er ontstaan dan zeestromen.

· Een zeestoom is een reusachtig brede waterstroom in oceanen en zeeën.

· Een driftstroom is een zeestroom die door de wind wordt veroorzaakt.

· Zeestromen brengen warm water vanuit warme gebieden naar koudere gebieden, en koud water vanuit koudere naar warmere gebieden.

· Een warme zeestroom is een zeestroom die water aanvoert dat warmer is dan het zeewater waar de zeestroom doorheen gaat.

· Een koude zeestroom is een zeestroom die water aanvoert dat kouder is dan het zeewater waar de zeestroom doorheen gaat.