Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Kunststof en textiel

Samenvatting Techniek


Niveau: 1 VWO

Taal:

Opmerking: Het is een samenvatting van T-kit hoofdstuk 5


Bekeken: 7491 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Kunstof:

Voordelen:

* Niet breekbaar
* Duurzaam
* Lichtgewicht
* Sterk
* Roest / rot niet
* Isoleert warmte

Een kunststof fles is gemaakt van PET.

Van kunststof kun je dezelfde producten in grote aantallen maken. Dat heet massaproductie. Massaproductie is erg goedkoop.

Er bestaan duizenden soorten kunststoffen. Elke soort heeft zijn eigen eigenschappen. Het is mogelijk kunststoffen te maken met elke gewenste eigenschap.

Kunstrubber noem je ook wel syntetisch rubber. De zolen van je schoenen zijn hiervan gemaakt. Deze buigen en volgen daardoor de beweging van je voeten. Syntetisch rubber buigt en komt daarna weer in de oude vorm terug. Het rubber is elastisch. Elasticiteit kan een materiaaleigenschap van kunststof zijn.

Bij het koken wordt een koekenpan heet. De kunststof steel is hittebestendig. De steel zal ook niet snel beschadigen. Hij is van een harde soort kunststof gemaakt.

Kunsstof maken we uit aardolie of aardgas. Aardolie is een kleverige vloeistof die uit de grond wordt gehaald.
Aardolie ontstond meer dan 200 miljoen jaar geleden door het rotten van dode planten en dode dieren.

Om uit aardolie verschillende producten te kunnen halen verhitten we de olie in een raffinaderij. De olie wordt in verschillende delen gescheiden,
zo krijg je flessengas, asfalt en nafta. Van nafta maken we benzine, parfum, geneesmiddelen, kunstmest en kunststoffen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Een PET-fles is van gesmolten kunststofkorrels geperst. Het gesmolten materiaal wordt tegen een koude mal geblazen en stolt tot fles. De kunststof die ze gebruikt hebben is een thermoplast. Dit is een kunststof die door verwarming verweken en smelten. Bij afkoeling worden ze weer hard. Je kunt ze buigen, persen of in een vorm gieten. De meeste kunststofffen zoals PE en PVC zijn thermoplasten.

Een thermoharder is een kunststof die onder invloed van druk en warmte een vaste vorm krijgt. Dit noem je spuitgieten.

Elastomeren zijn kunstrubbers. Door duwen of trekken vervorm je ze. Daarna komt de oude vorm vanzelf weer terug.

Kunststoffen kun je lijmen. Soms is hier speciale lijm voor nodig. Als je een thermoplast verhit, wordt die zacht en stroperig. Als je dan twee delen tegen elkaar drukt, zijn ze na afkoeling met elkaar versmolten. Dit heet lassen. Thermoharders kun je niet lassen want deze worden niet zacht en stroperig. Deze moet je met schroeven, bouten of moeren met elkaar verbinden.

Je kunt kunststoffen op verschillende manieren bewerken:

- zagen
- vijlen
- schuren
- boren
- polijsten

Kunstof verteert niet. Als je kunststof verbrandt komen er soms giftige gassen vrij. Dat gebeurt bijv. bij PVC. In veel producten zit PVC. Kunstof kun je wel recyclen, er worden dan vuilniszakken of paaltjes van gemaakt.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Een lap stof is meestal gemaakt van draden. Een draad bestaat uit dunne vezels. Een vezel is niet sterk. Vezels kun je in elkaar draaien. Dat noem je spinnen. Zo ontstaat een draad die sterk en soepel is.

We maken stof van:

- Plantaardige vezels : Katoen : sterk, kan tegen hoge temperatuur, neemt vocht op, niet elastisch
- Dierlijke vezels : Wol : Warmte vasthoudend, minder sterk dan katoen, lucht tussen de vezels
- Syntetische vezels : Nylon, Acryl en Polyester : Goedkoop, licht, erg sterk, neemt geen vocht op, zijn snel droog, gaan lang mee

Door een brandproef te doen kun je een vezel herkennen. Een katoenen draad brandt meteen door. Er blijft bijna geen as over.
Een wollen draad schroeit en brandt niet. Je ruikt de stank van verschroeid haar.
Een draad van kunstvezel ( syntetische ) smelt eerst en brand daarna. Na de doving houd je harde as over.

Textiel wordt ook in de autotechniek gebruikt:

- Het karkas = dat wat onder het rubberen loopvlak van een band zit
- Sleepkabels = de kabel waarmee een auto met pech wordt geslepen.
- Autogordels = Veiligheidsriemen
- Bekleding

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Iedere stof heeft een bepaalde opbouw of structuur. Elke structuur heeft speciale eigenschappen.

Weefsel :

• Een soort vlechtwerk
• Draden liggen gekruist
• Geweven met twee of meer draden
• In één richting elastisch
• Makkelijk te scheuren

Breisel:

• Gebreid met één draad
• Lussen haken in elkaar
• Soepel en warm
• In meer dan één richting elastisch
• Moeilijk te scheuren
• Tricot is ook een breisel

Vilt:

• Samengeperste en samengeplakte vezels
• Vezels liggen dicht tegen elkaar aan
• Moeilijk te scheuren

Vilt wordt o.a. gebruikt bij hoeden, versterking bij dijken, wegenbouw en woningbouw

De werktekening voor textiel heet een patroon.

1. Je trekt het patroon over op doorzichtig papier.
2. Je knipt het uit
3. Je speldt of rijgt het patroon op de stof
4. Je knipt de stof 2 cm groter dan het patroon af
5. Je naait de stoffen delen aan elkaar met naald en draad of naaimachine

Met knopen, ritsen, drukkers, houtje-touwtje, en klittenband maak je losneembare textiel-verbindingen.

Katoen kun je heet wassen en strijken. Als je wol boven de 30 graden wast of strijkt krimpt en vervilt het.
Kunstvezels zijn thermoplasten: ze kunnen niet tegen hoge temperaturen. Ze vervormen dan. Kunstvezels worden snel schoon en droog. In kleding zit een etiket waarop staat hoe je het moet wassen, drogen en strijken.

Textiel kun je door een behandeling vlamwerend of waterdicht maken.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

EXTRA

5.1

Veel sportschoenen zijn gemaakt van kunstof en textiel.
Het bovenwerk van de schoen is van leer of kunstleer.
Kunstleer is:

• Lichter dan gewoon leer
• Je hoeft het niet te poetsen
• Het is waterdicht

Dat het kunstleer waterdicht is is vervelend voor zweetvoeten. Om die te luchten zijn er gaatjes in het kunstleer gemaakt.
Sommige schoenen bestaan uit verschillende laagjes kunstof op elkaar. In elke laag zitte duiszenden kleine gaatjes.
De binnenzool is een laag PU ( poly-urethaan ). Dit is schokdempend. Het is de vering van je schoen.
Kunstrubber is slijtvast.

5.2

De onderdelen van het bovenwerk zijn aan elkaar gestikt. Het stiksel is een sterke verbinding en een gestikte naad kun je makkelijk repareren.
Het bovenwerk is over het stiksel heen aan de zool gesmolten. Zo kan er geen water door de naden komen. Zolen worden ook gelijmd. Zolen zijn namelijk te dik om te stikken.
Lijmen stiksels en lassen zijn vaste verbindingen. De losneembare verbinding van een schoen is de veter, rits of het klittenband.

5.3

In 1910 waren alle schoenen van leer. Nu gebruiken we veel andere materialen.
Het bovenwerk van een gymschoen is gemaakt van canvas. Canvas is gemaakt van linnen. Dat is sterker dan katoen en kan ook meer vocht opnemen.
De veters zijn van katoen. Vaak is er kunstvezel door het katoen verwerkt. Daardoor worden de slijtvastheid en de sterkte van katoen verbeterd.
Ook de binnenzool is meestal van katoen met syntetisch materiaal. De sokken schuren bij elke stap over de binnenzool. Daarom is slijtvastheid de belangrijkste eis die aan de schoen gesteld wordt.

5.4

Garendraad wordt getwijnd. Dit is het in elkaar draaien van de draden. Zo krijg je een sterke draad. Hiermee wordt de schoen gestikt.
Canvas wordt geweven. Een weefsel is opgebouwd uit twee of meer draden. De scheringdraden lopen in de lengte van de stof. De inslagdraden lopen in de breedte van de stof.
Een veter wordt gevlochten. Hierbij lopen de draden schuin. Bij het diagonale vlechtwerk kunnen de draden langs elkaar schuiven. Hierdoor is de veter soepel.