Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Elementen

Samenvatting Scheikunde


Niveau: 3 HAVO VWO

Taal:

Opmerking: De kringloop staat er niet bij, kan je zelf maken. Koper + bremerblauw + tenoriet + blauw vitriool


Bekeken: 5169 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Hoofdstuk 4

Paragraaf 1

Bij een chemische reactie verdwijnen de beginstoffen en ontstaan nieuwe stoffen: de reactieproducten. Als bij een chemische reactie een niet-ontleedbare stof verdwijnt, kun je soms via een serie reacties deze niet-ontleedbare stof weer terugkrijgen. Je kunt dit weergeven in een kringloopschema. In een kringloopschema staat hoe een niet-ontleedbare stof bij een chemische reactie verdwijnt en de stoffen die bij chemische reacties hieruit kunnen ontstaan. Uit die andere stoffen kan dan op een of andere manier weer de niet-ontleedbare stof ontstaan.

Kringloopschema van koper:










Paragraaf 2

Stoffen zijn opgebouwd uit moleculen. Iedere zuivere stof heeft zijn eigen soort moleculen (bijv. water bestaat uit watermoleculen, suiker bestaat uit suikermoleculen etc). Als je een zuivere stof heb, dan heb je dus te maken met één soort moleculen. Bij een mengsel heb je met meerdere stoffen door elkaar hen te maken, dus dan heeft het ook meerdere soorten moleculen door elkaar heen (bijv. suikerwater bestaat uit watermoleculen en suikermoleculen).
Bij een reactie verdwijnen stoffen en ontstaan nieuwe stoffen. De moleculen van de beginstoffen moeten dus verdwijnen en de moleculen van de reactieproducten moeten ontstaan. Moleculen bestaan uit nog kleinere deeltjes: de atomen.
Atomen = de bouwstenen van de moleculen (bijv. moleculen van koper bestaan uit koperatomen).
Bij reacties blijven de atomen behouden.
Omdat je die niet-ontleedbare stof altijd weer op de een of andere manier kunt terugkrijgen, nemen we aan dat bij reacties iets behouden blijft: de elementen. Deze stoffen vormen de basis van alle stoffen.
Elementen = atoomsoorten.
Niet-ontleedbare stoffen bestaan uit één element. Ontleedbare stoffen bestaan uit meerdere elementen.
Bij een chemische reactie verdwijnen de stoffen, maar de elementen blijven behouden. Ieder element wordt met zijn eigen elementsymbool weergegeven. Er bestaan ongeveer honderd elementen.
elementsymbool =een korte aanduiding van een element.


Elementen Symbool
aluminium Al
barium Ba
cadmium Cd
calcium Ca
chroom Cr
goud Au
kalium K
koper Cu
kwik Hg
lood Pb
magnesium Mg
mangaan Mn
natrium Na
nikkel Ni
platina Pt
radium Ra
tin Sn
titaan Ti
uraan U
Elementen Symbool
wolfraam W
ijzer Fe
zilver Ag
zink Zn
argon Ar
broom Br
chloor Cl
fluor F
fosfor P
helium He
jood I
koolstof C
neon Ne
silicium Si
stikstof N
waterstof H
zuurstof O
zwavel S


























Paragraaf 3

We gebruiken de volgende toestandsaanduidingen:

Toestand Toestandsaanduiding
vaste stof (solid) (s)
vloeistof (liquid) (l)
Gas (gas) (g)
opgelost in water (aqua) (aq)




Als een ontleedbare stof uit twee elementen bestaat, krijgt het tweede element een iets andere naam:

tweede element naam van stof
O …..oxide
F …..fluoride
Cl …..chloride
Br …..bromide
I …..jodide
S …..sulfide

Voorbeelden:
koper(vast) + zuurstof(gas) = koperoxide(vast)
Cu(s) + O(g) = Cu,O(s)
ijzer(vast) + chloor(gas) = ijzerchloride(vast)
Fe(s) + Cl(g) = Fe,Cl(s)

De officiële naam voor keukenzout is natriumchloride.
natriumchloride = een witte vaste stof die smaak aan ons eten geeft
Natrium reageert heftig met water.
chloor = een giftig groen gas

Paragraaf 4

Bij een chemische reactie geldt de wet van massabehoud:
De massa van alle stoffen vóór de reactie(beginstoffen) is net zo groot als de massa van alle reactieproducten na de reactie(eindstoffen).
Deze wet is door de Fransman Lavoisier rond 1770 opgeschreven.
wet van massabehoud = de wet van Lavoisier
Stoffen reageren met elkaar in een bepaalde massaverhouding.

Voorbeelden:
- Koper en chloor reageren met elkaar in de massaverhouding 10:11. Bereken hoeveel gram chloor kan reageren met 54,3 gram koper.
Uitwerking: 10 | 11 = 54,3 x 11 = 59,7 gram
54,3 | ? 10

- Magnesium en chloor reageren met elkaar in de massaverhouding van 1:3. Bereken hoeveel gram chloor nodig is voor de reactie met 12,6 gram magnesium.
Uitwerking: 1 | 3 = 12,6 x 3 = 37,8 gram
12,6 | ? 1


- Bereken hoeveel gram magnesiumchloride maximaal kan staan uit 5,8 gram chloor en magnesium (1:3).
uitwerking: 1 | 3 = 1 x 5,8 = 1,9 gram
? | 5,8 3


Paragraaf 5

Twee groepen niet-ontleedbare stoffen:
- metalen: bijv. koper, ijzer, zink
Eigenschappen: - ze glimmen
- ze geleiden de stroom
- overige: - uiteenlopende eigenschappen (niet zo’n duidelijke groep).
De langzame reactie van ijzer met zuurstof en water heet roesten.
Als een andere metaal met zuurstof en water(damp) reageert, heet dat corrosie. Het reactieproduct corrosie bedekt dan het metaal. Als je dat eraf poetst, komt het metaal weer tevoorschijn.


Overige begrippen:

Ontleedbare stoffen kun je op verschillende manieren ontleden:
- thermolyse = ontleding door warmte
- elektrolyse(gelijkstroom) = ontleding door stroom
- photolyse = ontleding door licht