Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Aardrijkskunde

Samenvatting Aardrijkskunde


Niveau: 1 HAVO VWO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 13595 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Aardrijkskunde §5 BB’s

1. Wat zijn de vijf factoren?
2. Waardoor staat de zon bij de evenaar loodrecht en bij de polen schuin?
3. Welke 2 redenen zijn er waardoor de rechte stralen meer warmte afgeven dat de schuine?
4. Waarom is het bij de zon toch kouder?
5. Welke luchtstreken bestaan er?

Aardrijkskunde §5 BB’s Antwoorden:

1. De breedteligging, Hoogteligging, Land- en zeeverdeling, Wind- en zeestromen, ligging, ligging van gebergte.
2. De aarde is rond  gevolg: schuine stralen op hoge breedte.
3. 1) Schuine stralen moeten een grote oppervlak verwarmen. 2) Schuine stralen hebben een langere weg door de dampkring,  Gevolg: Kans op terugkaatsing.
4. Zonnestralen verwarmen het aardoppervlak, niet de dampkring.
5. Poolstreken, Gematigde zone, Tropen.

Aardrijkskunde §5

1. Wat is Tropisch regenwoud?
2. Wat is taiga?
3. Wat is toendra?
4. Is er een scherpe grens tussen toendra en taiga?
5. Wat is één van de gevolgen van de vegetatie op de bergen?

Aardrijkskunde §5 Antwoorden

1. 1) Altijd groen, 2) heterogeen, 3) bladerdaken in etages
2. 1) Homogeen, 2) Altijd groen
3. 1) Geen bomen, veel muggen, 2) 9 maanden sneeuwdak en 3 maanden moerassig.
4. Nee
5. Geen bomen.

Aardrijkskunde §5 Begrippen

1. keerkringen, poolcirkels
2. Natuurlijke zone
3. Hoogteligging
4. Gematigde zone.

Aardrijkskunde §5 Begrippen antwoorden

1. Keerkringen; Breedtecirkels van 23½° NB en ZB die de grens van de gematigde zone en het tropen vormt. Poolcirkels: Breedtecirkels van 66½º NB en ZB die de grens van de gematigde zone en de poolstreken vormt.
2. Natuurlijke zone: Een groot gebied met dezelfde oorspronkelijke plantengroei.
3. Hoogteligging: De invloed op de temperatuur.
4. Gebied tussen 23½º en 66½º NB en ZB.
Aardrijkskunde §6 BB’s

1. Wat is neerslag en uit welke 3 onderdelen bestaat dit?
2. Welke 2 vormen zijn er van water in de lucht.
3. Hoe ontstaat neerslag?
4. Waardoor gaat de lucht stijgen en wat gebeurt er als ie daalt? En stijgt of daalt bij een gebergte de lucht?
5. Wat is een loefzijde en lijzijde

Aardrijkskunde §6 BB’s antwoorden:

1. neerslag is water dat uit vaste of vloeibare vorm uit de dampkring op de aarde neerslaat. Neerslag bestaat uit 3 onderdelen:Er is water in de lucht, neerslag heeft verschijnende vormen en neerslag wordt gemeten in mm.
2. Onzichtbaar: waterdamp en zichtbaar: wolken
3. Door het opstijgen van lucht.
4. Bij opwarming stijgt lucht. Als de lucht daalt dan is het gevolg: droogte. Bij gebergte stijgt lucht.
5. loefzijde: windzijde, lijzijde: uit de wind.

Aardrijkskunde §6

1. Zet deze woorden op chronische volgorde: Savanne, Tropisch regenwoud, woestijn, steppe.
2. Wat is een savanne?
3. Wat zie je voornamelijk bij steppe?
4. Waar of onwaar? “ Bij de woestijn groeit wel eens een boompje, maar niet zovaak. “
5. Tot nu toe ken je 2 verklaringen in plantengroei. Welke zijn dat?

Aardrijkskunde §6 Antwoorden

1. Tropisch regenwoud, savanne, steppe, woestijn.
2. Een savanne is een overgangsgebied tussen gras en bomen.
3. Graspollen en hier en daar een struik.
4. Onwaar, In de woestijn groeit bijna of helemaal niks.
5. Temperatuur en neerslag

Aardrijkskunde §6 Begrippen

1. steppe
2. regenschaduw
3. woestijn

Aardrijkskunde §6 Begrippen antwoorden

1. steppe is een landschap met graspollen en hier en daar wat struiken.
2. regenschaduw is gebied dat aan de lijzijde ligt.
3. woestijn is/bestaat uit rotsen, zand, zout en grind en nauwelijks begroeiing.


Aardrijkskunde §7 BB’s

1. Wat is een klimaatgrafiek en wat betekenen blauw en rood op zo’n klimaatgrafiek?
2. Wat is weer en hoe is dat opgebouwd?
3. Wat is het gemiddelde van het weer en wat betekent het woord voluit?

Aardrijkskunde §7 BB’s Antwoorden

1. Een klimaatgrafiek brengt de temperatuur en neerslag in beeld. Blauw is de neerslag en rood is de temperatuur.
2. Weer is de toestand uit de dampkring op een bepaalde plek en op een bepaald moment. Weer is opgebouwd uit temperatuur, neerslag en wind.
3. Het klimaat; Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand over een groot gebied en een lange tijd.

Aardrijkskunde §7

1. Welke 4 soorten klimaten bestaan er en beschrijf deze soorten.
2. Wat zijn de 2 verschillen tussen weer en klimaat.

Aardrijkskunde §7 Antwoorden

1. 1) Poolklimaat: Hele jaar door koud, zomers niet lager dan 10 ºC, weinig neerslag; meestal als sneeuw. 2) Tropisch klimaat: hele jaar door warm, nooit kouder dan 18 ºC. Veel neerslag, soms deel van het jaar droog. 3) Gematigde zone: Gematigd, dus tussen koud en warmte in. Hele jaar of deel van het jaar neerslag. 4) Droog klimaat: Soms erg heel, soms minder warm. Bijna of helemaal geen neerslag.
2. 1) Weer is heel plaatselijk en 2) Weer is geld maar voor een korte tijd.

Aardrijkskunde §7 Begrippen

1. Dampkring
2. Hooggebergte vegetatie
3. luchtstreken

Aardrijkskunde §7 Begrippen antwoorden

1. atmosfeer: Een luchtlaag rond de aarde.
2. Plantengroei in de bergen
3. Temperatuurzones

Aardrijkskunde Topo:











Aardrijkskunde §8 BB’s

1. Wat is voor de inrichting van belang?
2. Wat is dichtheid en spreiding?

Aardrijkskunde §8 BB’s Antwoorden

1. aantal, dichtheid en spreiding
2. Dichtheid: Gemiddelde aantal inwoners per km² en spreiding: De manier waarop de bewoners over het land verdeeld zijn.

Aardrijkskunde §8

1. Noem de 4 natuurlijke factoren op.
2. Wat is de pure definitie van de gematigde zone, tropen en de polen?
3. Wat is het verband tussen bevolkingsspreiding en * neerslag, * temperatuur en * hoogteligging.

Aardrijkskunde §8 Antwoorden

1. Te droog, Te hoog, Te koud of Onvruchtbaar.
2. Poolstreken: Gebied tussen de aardas en de 66½ º, Gematigde zone: Gebied tussen 66½ º en 23½ º en tropen: Gebied tussen 23½ º en de evenaar.
3. Bevolkingsspreiding en neerslag in droge gebieden wonen weinig
mensen.
Bevolkingsspreiding en temperatuur in koude gebieden wonen weinig mensen.
Bevolkingsspreiding en hoogteligging in hoge gebieden wonen weinig mensen.

Aardrijkskunde §8 Begrippen

1. Bevolkingsspreiding
2. bevolkingsconcentratie
3. bevolkingsdichtheid
4. cultuurgrond

Aardrijkskunde §8 Begrippen

1. De verdeling van de bevolking over het aardoppervlak.
2. Een opeenhoping van mensen in een bepaald gebied.
3. Gemiddelde aantal inwoners per KM²
4. Grond die gebruikt wordt voor akkers

Einde!