Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

'Een model van een bedrijf'

Samenvatting Economie


Niveau: 4 VWO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 4028 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




3 Een model van een bedrijf

3.1 Het begrip model
 Onder een model verstaan we een gestileerde (zonder details) weergave van een deel van de werkelijkheid.

3.2 Opbrengsten
Opbrengsten  de omzet, de waarde van de verkochte producten (geen winst!).
Opbrengstenvergelijking: TO = pq (TO=Totale Opbrengsten, p = prijs eindproduct, q = verkochte hoeveelheid producten  q = afzet en TO = omzet)

3.3 Kosten
Als een bedrijf producten op de markt wil aanbieden, moeten er kosten worden gemaakt. Voor de productie van goederen en diensten is immers een groot aantal zaken nodig, bijvoorbeeld:
- Arbeid.
- Diensten van andere bedrijven.
- Producten die bij andere bedrijven worden ingekocht.
Al deze zaken moet een ondernemer inkopen. De prijs die hij daar voor betaald noemen we kosten.
Er zijn verschillende methoden om de kosten in te delen:
 Constante kosten zijn kosten die op korte termijn vastliggen en onafhankelijk zijn van de geproduceerde hoeveelheid (o.a. samenhangende kosten met de vaste kapitaalgoederen, verzekeringspremies, energiekosten, loon leidinggevend personeel).
 Variabele kosten zijn kosten die op korte termijn aan veranderingen onderhevig zijn en die afhangen van de geproduceerde hoeveelheid. (o.a. grondstoffen, onderdelen die bij een ander bedrijf worden besteld, bepaalde energiekosten, loon oproepkrachten).

Er zijn verschillende manieren op hoe de variabele kosten van de productie afhangen:
- De variabele kosten zijn rechtevenredig met de productie, dwz: de variabele kosten per stuk zijn constant.
- De variabele kosten per stuk zijn niet constant.

Constante kosten zijn alleen op korte termijn constant, op lange termijn bestaan geen constante kosten.

Een grafiek die de variabele kosten weergeeft, heeft een lijn die het verband aangeeft tussen de productie van een product en de variabele kosten. Het heeft twee kenmerken:
- De lijn gaat door de oorsprong (geen productie, dan ook geen variabele kosten).
- De lijn is lineair (de variabele kosten per product zijn immers steeds hetzelfde).

Symbolen:
- TCK totale constante kosten
- TVK totale variabele kosten } TK = TVK + TCK
- TK totale kosten

TK = aq + TCK (a = de variabele kosten in het algemeen, per stuk)

Opmerkingen over q:
- q:  Afzet
 Geproduceerde hoeveelheid
Deze twee variabelen zijn uiteraard niet altijd aan elkaar gelijk. Er is slechts één geval waarin afzet en
productie over een bepaalde periode gelijk zijn, namelijk als de voorraad gelijk blijft.
- Het begrip productie staat voor een aantal vervaardigde eenheden.

3.4 De kosten nader beschouwd
We kunnen de kosten ook per eenheid eindproduct berekenen. Men spreekt dan van de gemiddelde kosten of de kosten per stuk. Gebruikte symbolen:
- GCK gemiddelde constante kosten = TCK / q
- GVK gemiddelde variabele kosten = TVK / q
- GTK gemiddelde totale kosten = TK / q

Verband tussen deze variabelen: GTK = GVK + GCK


3.5 De doelstellingen maximale winst en kostendekking
- Het streven naar zoveel mogelijk winst
- Het streven naar een productiehoeveelheid waarbij de kosten juist worden goedgemaakt.
Ieder bedrijf wil een maximale winst nastreven, maar er zijn uitzonderingen, zoals de nutsbedrijven (die zijn al tevreden met kostendekking of een mini winst).

TW = TO – TK (TW = totale winst  winst: het verschil tussen opbrengsten en kosten)

Winstvergelijking: TW = pq – aq – TCK

Wanneer er sprake is van een bedrijf dat kiest voor kostendekking, geldt: TO = TK
Een andere manier om te zeggen dat diegene geen winst maakt: TW = TO – TK = 0

Wanneer in een grafiek TO en TK een snijpunt hebben heet dit punt: BEP (= break-evenpunt; het punt waarop kostendekking plaatsvindt).
 De break-evenafzet is de afzet waarbij kostendekking plaatsvindt. De winst is dan gelijk aan nul.

3.6 Andere doelstellingen; maximaal marktaandeel en continuïteit
Een maximaal marktaandeel
Op korte termijn kan een bedrijf ernaar streven een zo groot mogelijk deel van de marktafzet naar zich toe te trekken. Vooral als het daartoe de prijs moet laten zakken, kan dat een gewaagde strategie zijn, die ten koste van de winst gaat. We gaan er hier vanuit dat de prijs een vast gegeven is. Het streven naar een maximaal marktaandeel komt dan eenvoudig neer op een zo groot mogelijke afzet en dus een zo groot mogelijke omzet. Formule:
Marktaandeel = ( (omzet van het desbetreffende bedrijf) / (omzet op de totale markt) ) x 100%

Continuïteit
Een bedrijf kan afzien van maximale winst of een maximaal marktaandeel en kiezen voor een bescheiden winst, uitsluitend met het doel het bedrijf en daarmee verbonden werkgelegenheid en het ondernemersinkomen te laten voortbestaan. Het is dan vaak de vraag of het op den duur blijft bestaan in de harde marktsamenleving. Winst is nu eenmaal nodig om onderzoek te doen naar nieuwe producten en nieuwe markten. Bedrijven die voldoende winst behalen om daarvoor geld vrij te kunnen maken, zullen uiteindelijk een voorsprong nemen op de concurrenten die het wat kalmer aan willen doen. Daarom is de doelstelling ‘maximale winst’ zeker op wat langere termijn zeker niet onrealistisch.
Bij bedrijven die niet of nauwelijks aan de tucht van de markt zijn overgeleverd ligt het anders (bijvoorbeeld ziekenhuizen).

3.7 Spanningen tussen doelstellingen
De productie zoals die in bedrijven plaatsvindt, kan heel goed in overeenstemming zijn met de doelstellingen van andere groepen in de samenleving. Als een bedrijf zich vestigt in een regio met een hoge werkloosheid, zullen de nieuwe arbeidsplaatsen zeer welkom zijn. Het extra inkomen is, behalve voor de werknemers, ook voor de plaatselijke middenstand welkom.
Maar het kan ook voorkomen dat de doelstelling van het bedrijf (bijv. maximale winst) niet in overeenstemming is met de doelstellingen die anderen hebben. Een van die doelstellingen is het zoveel mogelijk vermijden van negatieve externe effecten (Externe effecten doen zich voor als het streven naar welvaart door de één onbedoeld invloed uitoefent op de welvaart van een ander).
In het algemeen kun je dus zeggen dat de doelstelling van winstmaximalisatie niet zelden op gespannen voet staat met een meet duurzame ontwikkeling. Er zijn natuurlijk wel meer conflicten tussen doelstellingen te bedenken. Bijvoorbeeld: bedrijven proberen vaak hun winst te vergroten door diepte-investeringen te doen. De dure productiefactor arbeid wordt vervangen door de goedkopere factor kapitaal. Gevolg: de winst stijgt wel, maar de werkgelegenheid neemt af. Overigens kan het ook zo zijn dat de doelstellingen ‘vermijden van negatieve externe effecten’ en ‘werkgelegenheid’ niet met elkaar in overeenstemming zijn.