Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Nederlandse grammatica

Samenvatting Nederlands


Niveau: 1 VMBO HAVO VWO

Taal:

Opmerking: ik heb dit gehad in de 1e maar je kan t ook goed gebruiken op de basisschool of later.


Bekeken: 8354 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Module spelling

Persoonsvorm tegenwoordige tijd
De PV tt kun je op 3 manieren schrijven:
 Als de ik-vorm;
 Als de ik-vorm + -t;
 Als het hele werkwoord.
Let op: in een samengestelde zin kan meer dan één PV staan.

Komma
Je schrijft een komma:
 Tussen 2 PV’s;
 Tussen de delen van een opsomming, maar niet voor en en of;
 Tussen zinnen schrijf je tussen komma’s.

Persoonsvorm verleden tijd
Een PV vt kun je op 3 manieren schrijven:
 Als ik-vorm + -te(n): stopte, wachtte;
 Als ik-vorm + -de(n): voerde, brandde;
 Met klank verandering: bracht, liep.

Voltooid deelwoord
Een voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die vaak met ge- begint: gezet, gespeeld, gelezen.
Be- , ont-, ver- en her- zijn ook mogelijk: bewerkt, ontvoerd, vergeven en herschreven.
Het voltooid deelwoord staat altijd achteraan in de zin.

Voltooid deelwoord of persoonsvorm
Zoek de PV(‘s) in de zin en stel vast hoe je die schrijft. Als er nog meer werkwoorden in de zin staan, zijn dat hele werkwoorden of voltooid deelwoorden.

Aan elkaar of los?
Soms komt het voor dat 2 woorden aan elkaar geschreven iets anders betekent dan met een spatie ertussen.
Jij hebt evengoed meegedaan.
Zaïm spreek even goed Nederlands als Turks.
Vuistregels:
 Alleen als een voorzetsel bij een werkwoord hoort, mag je het voorzetsel vast schrijven aan dat werkwoord of aan er, daar, hier of waar.
 Als er, daar, hier of waar gevolgd wordt door twee daarbijhorende voorzetsels of een bijwoord, schrijf je alles aan elkaar (daaronderdoor).

Klemtoon op Nederlandse werkwoorden
Je gebruikt alleen een voorover liggend streepje (´) als klemtoonteken (dézé, véél, niét). Een klemtoonteken kan ook betekenis verschil aangeven of uitspraakverwarring voorkomen (voorkómen, vóórkomen, negéren).
Accenttekens op één schrijf je als de lezer anders een ’n kan lezen, terwijl je een 1 bedoelt (een en ander, met één stap).

Voltooid deelwoord als BN
Ook een voltooid deelwoord dat als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt, schrijf je zo kort mogelijk.

Meervoud en verkleinwoord van woorden die eindigen op klinkers
Het meervoud van woorden die eindigen op -a, -i, -o, -u of –y, schrijf je met ‘s (piano – piano’s). bij het verkleinwoord van woorden die eindigen op -a, -i, -o, -u of –y, schrijf je de klinker 2x (piano - pianootje)

Apostrof
De ’s gebruik je om bezit aan te geven als een woord eindigt op -a, -i, -o, -u of -y (Mia’s jas) als een woord eindigt op -s, -z, -x of -sch, geef je bezit aan allen met een ‘ (Hans’ jas). In alle andere gevallen schrijf je een vaste -s. (Vincents jas)

Dubbele punt
Een dubbele punt gebruik je voor:
 Een citaat;
 Een opsomming;
 Een toelichting of verklaring.

Puntkomma
Schrijf een puntkomma als een komma een te kleine scheiding geeft en een punt een te grote scheiding. Schrijf een puntkomma als een opsomming bestaat uit lange onderdelen, waarin komma’s staan.

Samengestelde zin
Je riskeert een boete, als je de wet (overtreden). probleem!
Hoofdzin = je riskeert een boete, bijzin = je overtreedt de wet.

Trema
Schrijf een trema op de eerste letter van een nieuwe lettergreep:
 In getallen (drieëntwintig)
 Als binnen een woord 2 klinkers samen 1 klank kunnen zijn (geërgerd)
Let op: in samenstellingen schrijf je een koppelteken(na-apen).

Tegenwoordig deelwoord
Het Tegenwoordig deelwoord is gemakkelijk te schrijven. Schrijf een –d achter het hele werkwoord (fluitend, lachend, zingend)

Engelse werkwoorden
 Schrijf ik-vorm + -te(n) en een voltooid deelwoord op –t: als je vóór –en in het hele werkwoord een medeklinker uit het hele werkwoord hoort (checken, checkte, gecheckt of faxen, faxte, gefaxt)
 Schrijf ik-vorm + -de(n) en een voltooid deelwoord op –d: in alle andere gevallen (joggen, jogde, gejogd).
 Soms eindigt de ik-vorm op een –e vanwege de uitspraak (race, bridge). Die uitspraak –e blijft in de verleden tijd en in het voltooid deelwoord staan. Hoor je een medeklinker van ’t kofschip op het eind van die ik-vorm, dan schrijf je: ik-vorm + te (racete, geracete). Hoor je een andere letter dan schrijf je: ik-vorm + -de (bridgede, gebridged).

Oude naamvallen
Pas op voor het gebruik van oude naamvalsvormen. Je taalgebruik lijkt snel ouderwets en plechtig. Gebruik je een uitdrukking met oude naamvalsvormen, zorg dan dat je de uitdrukking goed schrijft. Twijfel je aan de juist spelling, gebruik dan een omschrijving i.p.v. de uitdrukking.
Let op bij wier en wiens: deze woorden kun je alleen gebruiken voor personen.
Wiens gebruik je bij mannelijke en onzijdige woorden in het enkelvoud.
Wier gebruik je bij vrouwelijke woorden en alle woorden in het meervoud.

Brieven
Je schrijft een komma:
 Tussen de plaatsnaam en de datum (Beesd, 12 mei);
 Na de aangesproken persoon (Beste Mirna,);
 Na de groet (met vriendelijke groet,).

Enveloppen
Let op: een voorvoegsel zonder voorletter of voornaam, krijgt ook een hoofdletter.

Bezittelijk voornaamwoord
Als de persoonlijke voornaamwoorden u en jou als bezittelijk voornaamwoord (BZV) gebruikt worden, schrijf je er een –w achter.

Hen of hun?
Schrijf hun:
 Als het persoonlijk voornaamwoord een meewerkend voorwerp is zonder aan of voor. Schrijf anders hen. (Ik geef het hun. Ik zie hen.)
 Als het bezittelijk voornaamwoord is (hun huis)
Let op: hun of hen is nooit het onderwerp van een zin.

Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke woorden
Woorden als onze, vele, sterke krijgen alleen een –n als personen bedoeld worden en niet bij een zelfstandig naamwoord horen.
Bijvoorbeeld: Velen gingen naar het zwembad.
Let op: het ZN waar het bijvoeglijke woord bij hoort, kan in een voorafgaand deel staan.
Alle mensen verlieten het park, sommige naman de bus.

Spellingcontrole
Voordat je een tekst inlevert of een brief verstuurt, controleer je de spelling. Als je je tekst geschreven hebt met een tekstverwerkingsprogramma, laat dan altijd het computerprogramma de spelling controleren.
Let op: een programma ontdekt veel (tik)fouten, maar niet alle!
Heb je twijfels? Zoek dan het woord op in het Groene Boekje of in een goed woordenboek.

Geschiedenis van spellingveranderingen
Spellingsregels werden pas belangrijk in de middeleeuwen, met de uitvinding van de boekkunst. Iedereen moest immers elkaars werk kunnen lezen.
De basisafspraken over de Nederlandse spelling zijn eind negentiende eeuw gemaakt. Sindsdien zijn de regels twee keer aangepast: in 1947 en in 1995.