Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

oplossingen

Samenvatting Scheikunde


Niveau: 3 VWO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 5042 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Proef 4 t/m 7

Onderzoeksvraag: Hoe groot is de oplosbaarheid van zout, jood, slaolie, zwavel en ijzer?

Benodigdheden: Tekening v/d opstelling:
* Reageerbuis.
* Gasbrander.
* Gedestilleerd water.
* Zout.
* Jood.
* Slaolie.
* Zwavel.
* IJzerpoeder
*Driepoot
*Porseleinen schaaltje.
* Filter

Uitvoering:

Voor de eerste proef hebben we een schepje zout in een reageerbuis gedaan. Hier moesten we gedestilleerd water aan toevoegen. Vervolgens hebben we dit mengsel geschud totdat de zout was opgelost.
Om te controleren of het zout echt was opgelost, deden we dit mengsel in een porseleinen schaaltje. Deze plaatsten we boven op de driepoot, en zetten we boven de brander. We lieten dit mengsel indampen. En zagen zou het resultaat.
Voor de tweede proef hadden we 2 reageerbuizen nodig met jood. In 1 buis met jood voegden we gedistilleerd water toe, en de tweede buis met jood vulden we met alcohol.
Beide buizen hebben we goed schudden, totdat de jood zo volledig als mogelijk was opgelost. We moesten de waarneming tekenen.
Voor de derde proef, moesten we weer 2 reageerbuizen gebruiken. 1 moesten we vullen met slaolie en gedistilleerd water, en 1 met zwavelpoeder en gedestilleerd water. Beide reageerbuizen moesten we goed schudden, en vervolgens 2 minuten laten. Weer moesten we de waarneming tekenen.
Voor de laatste proef was het de bedoeling zelf te onderzoeken hoe ijzer oplost in water. Hierbij moesten we zelf de uitvoering van de proef bedenken. We hebben als eerst een reageerbuis gevuld met ijzerpoeder en gedistilleerd water. Ook deze reageerbuis hebben we goed geschud. Vervolgens om de ‘oplosbaarheid’ van het ijzer te onderzoeken, hebben we dit mengsel gefiltreerd en in het porseleinen schaaltje geschonken. Vervolgens hebben we dit schaaltje op de driepoot geplaatst en boven de (aangestoken) brander geschoven. Nu hoefden we alleen nog maar af te wachten of er ijzerpoeder achter zou blijven nadat het mengsel was ingedampt.

Waarneming:

Proef 4: Nadat het water in het porseleinen schaaltje langzaam begint te koken, zien we beetje bij beetje het mengsel indampen. Wat na enkele minuten over is gebleven is het zout, dat dus oplosbaar is.
Proef 5: In de eerste buis lost het jood bijna niet op. Ook vind er geen kleurverandering of iets dergelijks plaats. Dit in tegenstelling tot de reageerbuis met alcohol en jood. De jood is na goed schudden volledig opgelost en heeft een bruinrode kleur gekregen.
Proef 6: Na de slaolie vermengt met water goed geschud te hebben, moesten we het ongeveer 2 minuten laten staan. De slaolie loste niet op, maar steeg langzaam op. Het water zakte naar beneden. Daardoor leek het net of de slaolie op het water ging drijven.
De zwavel wou zich moeilijk vermengen met het gedistilleerde water.
Terwijl we de reageerbuis voor 2 minuten met ‘rust’ lieten leek het, net als bij de slaolie, alsof de zwavel op het water ging drijven.



Proef 7: Het ijzerpoeder wou zich moeilijk vermengen met het water. Toen we klaar waren met het schudden, zakte al het ijzerpoeder al snel weer naar de bodem. Om toch te kijken of er geen ijzer in het water was opgelost, gingen we het mengsel filtreren. Het ijzer bleef achter in de filter. Het ‘water’ liep door het filter in het porseleinen schaaltje.
Nadat we alles op de brander hadden gezet, begon het water langzaam te koken, en het mengsel ging verdampen. Er was namelijk geen ijzer in het water opgelost…
Hier konden we dus al een conclusie vaststellen dat ijzer niet oplosbaar is in water.

Tekening proef 5:









Tekening Proef 6:








Conclusie:
Er is duidelijk verschil tussen de oplosbaarheid van de behandelde stoffen, en de manier waarop je kunt vaststellen of het werkelijk oplosbaar is.
Zo zijn volgende stoffen niet oplosbaar: Zwavel in water, slaolie in water, en ijzer in water.
Deze stoffen zijn een beetje oplosbaar: Jood in water.
Dit zijn de stoffen die wel oplosbaar zijn: Jood in alcohol, en zout in water.
Bij sommige stoffen kun je in één oogopslag zien of de stof wel of niet oplosbaar is. Maar bij andere stoffen moet je nog even verder onderzoeken. Dit kun je doen door het te filtreren en vervolgens te laten indampen. Blijft er dan een stof achter dan was het wel oplosbaar. Is dit niet het geval, dan was de stof dus niet oplosbaar.

Antwoordt op de vragen:

Proef 4:
1. Welke stof blijft in het schaaltje achter?
Het zout.
2. Hoe zou je het oplossen bij onderdeel a kunnen versnellen?
Door minder water te gebruiken.
Proef 5:
1. In welk van de 2 vloeistoffen lost jood het best op?
In Alcohol.
2. Waarvoor wordt jodium(tinctuur) gebruikt?
Voor het ontsmetten van wonden.
3.Waarom gebruikt men geen oplossing van jood en water als jodiumtinctuur?
Omdat jood niet volledig oplost in water..
Proef 6:
1. Maak een tekening:
* Zie waarneming.
2. Hoe zou je kunnen onderzoeken of zwavel en klein beetje oplost in water?
Door het mengsel te filtreren en vervolgens het laten indampen.