Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

stepping stones jaar 2 hoofdstuk 4 vertalings stones

Vertaling Engels


Niveau: 2 HAVO VWO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 6862 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Stepping Stones 2 thv – Chapter 4: It Must Be Love



Stone 16



Zo maak je een afspraakje:



I was wondering if you'd like to go out with me tomorrow

-Ik vroeg me af of je morgen met me uit zou willen gaan?

Would you like to go out with me tonight?

-Zou je vanavond met me uit willen gaan?

Do you want to go swimming with me on Saturday?

-Wil je zaterdag met mij gaan zwemmen?

Why not come to the concert next week?

-Waarom kom je volgende week niet mee naar het concert?

Why not come over to my place tonight?

-Waarom kom je vanavond niet bij mij thuis?

Do you feel like going to the cinema?

-Heb je zin om naar de bioscoop te gaan?

How about coming along to Jason's party?

-Hoe denk je er over om mee te gaan naar Jason’s feest?



Zo reageer je op een afspraakje:



Sounds great!

-Dat klinkt fantastisch!

Sure!

-Natuurlijk!

I'd love to, but I'm working on Saturday.

-Ik zou heel graag willen, maar ik werk o pzaterdag.

I'd love to, but I'm busy tonight.

-Ik zou heel graag willen, maar ik ben druk vanavond.

I'm afraid I can't, because tomorrow is my birthday.

-Ik ben bang dat ik niet kan, omdat ik morgen jarig ben.

I'm afraid I can't, because I'm going on holiday next week.

-Ik ben bang dat ik niet kan, omdat ik volgende week op vakantie ga.

No thanks.

-Nee, dank je.

Perhaps some other time.

-Misschien een andere keer.

Forget it!

-Vergeet het maar!



Stone 17



Zo stel je jezelf voor:



Hello. My name is Jennifer.

-Hallo. Ik heet Jennifer.

Hi. I'm Laura.

-Hoi. Ik ben Laura.

This is my girlfriend Rachel.

-Dit is mijn vriendin Rachel.

These are my friends Nick and Sarah.

-Dit zijn mijn vrienden Nick en Sarah.

I'd like you to meet my parents.

-Ik wil graag dat je kennismaakt met mijn ouders.



Zo reageer je als iemand aan je wordt voorgesteld:



Pleased to meet you.

-Prettig kennis met je te maken.

Nice to meet you.

-Prettig kennis met je te maken.

How are you?

-Hoe gaat het met je? Hoe gaat het met u?

Fine thanks. How are you?

-Goed, dank je. Hoe gaat het met jou?

How do you do?

-Hoe maakt u het?



Stone 18



Zo vertel je over jezelf en anderen:



Right now I'm playing a computer game.

-Ik ben nu op dit moment een computer spelletje aan het spelen. 1

At the moment she's eating a hamburger.

-Op dit moment eet zij een hamburger.

At the moment I'm wearing blue trousers.

-Ik draag op dit moment een blauwe broek.

I like crime novels.

-Ik houd van misdaadromans.

My best friend likes junk food.

-Mijn beste vriend houdt van een vette hap.

I go to a large comprehensive school.

-Ik ga naar een grote scholengemeenschap.

We wear glasses.

-Wij dragen een bril.

My brothers have freckles.

-Mijn broers hebben sproeten.

Ian plays football at Caerleon Football club.

-Ian speelt voetbal bij de Caerleon Voetbal Club.

My sister lives in Caerleon.

-Mijn zus woont in Caerleon.

Ian wants to be a teacher.

-Ian wil leraar worden.



Stone 19



Zo zeg je dat je ergens naar verlangt:



I'm looking forward to our date next Saturday.

-Ik kijk uit naar onze afspraak aanstaande zaterdag.

I'm looking forward to your next letter.

-Ik kijk uit naar je volgende brief.

I'm looking forward to Valentine's Day.

-Ik kijk uit naar Valentijnsdag.

I hope to see you again soon.

-Ik hoop je snel weer te zien.

I want to go fishing tomorrow.

-Ik wil morgen gaan vissen.

I can't wait to watch Buffy the Vampire Slayer tonight.

-Ik kan niet wachten om Buffy de Vampire Slayer te zien vanavond.

I hope to get lots of Valentine's cards.

-Ik hoop veel Valentijnskaarten te krijgen.



Stone 20



Zo vraag je wat er op een bepaald moment aan de gang was:



What was Susan doing then?

-Wat was Susan toen aan het doen?

What was your boyfriend doing last night?

-Wat was je vriendje gisteravond aan het doen?

What was going on last night?

-Wat gebeurde er gisteravond?

Why were your parents laughing when I called?

-Waarom lachten je ouders toen ik opbelde?

Why were Jane and her boyfriend kissing when Mary came in?

-Waarom waren Jane en haar vriend aan het zoenen toen Mary binnenkwam?

Where were you going when I ran into you?

-Waar ging je naar toe toen ik je tegenkwam?

Where were you going at six o'clock?

-Waar ging je naar toe om zes uur?



Zo geef je hier antwoord op:



Susan was making dinner then.

-Susan was toen het avondeten aan het maken.

My boyfriend was calling a friend last night.

-Mijn vriendje was gisteravond een vriend aan het bellen.

My parents were laughing, because they were happy.

-Mijn ouders lachten, omdat ze gelukkig zijn.

Jane and her boyfriend were kissing, because they are in love.

-Jane en haar vriendje waren aan het zoenen, omdat ze verliefd zijn

We were going to the cinema, when we ran into you.

-We gingen naar de bioscoop, toen we jou tegenkwamen.

They were fighting at six o'clock.

-Ze hadden ruzie om 6 uur/Ze waren aan het vechten om 6 uur.