Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

criminaliteit

Maatschappijleer


Niveau: 5 HAVO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 2458 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Criminaliteit §1



Waarden = Opvattingen over wat men belangrijk en waardevol vindt. Bijv.

-eerlijkheid,

-eerbied voor het leven.



Normen = Gedragsregels gebaseerd op waarden.

Bijv.

-niet liegen,

-niet doden.



~Fatsoensnormen = Etiquetteregels, ongeschreven.



~Morele normen = Normen gebaseerd op morele, belangrijke, immorele, principes; ongeschreven.



~religieuze normen = Normen die gesteld worden door een godsdienst; geschreven.



~Wettelijke normen = Rechtsregels; voor iedereen gelden de wetgeving en regelgeving door de overheid; geschreven.



Deviant gedrag = Afwijkend, onaanvaardbaar gedrag.



Criminaliteit = Gedrag wat niet toegestaan is door de wet.



Delicten = Strafbare feiten, strafbare handelingen.



Misdrijven = ernstige strafbare feiten.



Overtredingen = minder ernstige strafbare feiten.



Strafblad = een register waarin een aantekening wordt gemaakt van veroordelingen door de rechter voor een misdrijf.







§ 2



Fraude = Handelingen van mensen die ‘rommelen’ met papieren en cijfers.



Geregistreerde misdrijven = Misdrijven die de politie zo belangrijk vindt dat er proces-verbaal is opgemaakt.



Enquêtes = door een beter beeld te krijgen worden tegenwoordig enquêtes gehouden onder een deel van de bevolking dat representatief is voor de hele bevolking.

- Slachtofferenquête = Hierbij wordt gevraagd van welke misdrijven men het afgelopen jaar slachtoffer is geworden en/of de politie het misdrijf heeft geregistreerd.

- dader- of zelfrapportage = hierbij wordt gevraagd welke misdrijven men het afgelopen jaar zelf heeft gepleegd.





Criminaliteit:

~ Geweldscriminaliteit = Hierdoor voelen ze zich rechtstreeks in hun bestaan bedreigd.

~ Vermogenscriminaliteit = Hieronder vallen eenvoudige diefstal, inbraak, verduistering, valsheid in geschrifte, bedrog en heling.

~ Seksueel/huiselijk geweld = Hierbij zijn de daders vaak een goede bekende of familieleden.

~ Vernielingen = Hieronder vallen brandstichtingen en het verstoren van de openbare orde.

~ Verkeersmisdrijven = Deze houdt in onder andere in doorrijden na een ongeluk en dronken een auto besturen.

~ Drugshandel.

~ Milieudelicten = Een voorbeeld hiervan is storting van giftig afval.

~ Witteboordencriminaliteit = Criminaliteit die mensen van achter hun bureau plegen door te ‘rommelen’ met papieren en cijfers.

~ Belastingontduiking = Dit houdt in dat mensen het meeste verdienen door zwart te werken.

~ Uitkeringsfraude = Hier gaat het vaak om het niet opgeven van inkomsten uit werk naast een uitkering.

~ Georganiseerde criminaliteit = Hierbij gaat het om organisaties waarvan de belangrijkste activiteit bestaat uit het leveren van diensten waaraan in de samenleving behoefte bestaat, maar die strafbaar zijn gesteld, zoals maffia’s.







§ 3



Oorzaken van Criminaliteit:

- Psychologische theorieën,

- Biologische theorieën,

- Sociologische theorieën.



Psychologische theorieën

~Persoonskenmerken : - Introvert,

- Extravert

~Persoonlijkheidsstoornissen.



biologische theorieën = Processen in het lichaam, geanalyseerd door wetenschappen.

-Lombroso: geloofde in uiterlijke kenmerken. Grondleger van de individuele verklaringen.

-Testosteron: mannelijk geslachtshormoon.



sociologische theorieën:

~ Aangeleerd gedrag,

~ Anomietheorie = Deze legt een verband tussen misdaad en armoede en sociale ongelijkheid.

~ Straintheorie = Het niet met legale middelen kunnen bereiken van de doelen, veroorzaakt spanning, in het engels strain.

~ Etikettentheorie = Het voortduren van crimineel gedrag uit de reactie van de samenleving.

~ Control-bindingstheorie = Deze theorie stelt dat mensen geen misdrijven plegen als zij daarbij veel te verliezen hebben.

~ Gelegenheidstheorie = Volgens deze theorie wordt criminaliteit veroorzaakt door armoede.



Factoren dat crimineel gedrag sterk bevordert:

- alcohol,

- drugs,

- vuurwapens,

- tv-geweld.



Delicten:

- Er zijn 8x meer verdachte mannen dan vrouwen;

- Mensen uit lagere klassen plegen meer delicten dan mensen uit midden- en hogere klassen.

- Jongeren plegen meer delicten dan ouderen.

- Allochtonen plegen meer delicten dan autochtonen.



Verklaring waarom criminaliteit de afgelopen kwart eeuw is gestegen:

-De waarden en normen zijn zwakker geworden.

-Alles moet groter, sneller en efficiënter.

-Iedereen wordt aangespoord om individueel te concurreren op de markt.

-Er is een toegenomen vraag naar illegale goederen en diensten.

-de gelegenheid tot het plegen van vermogenscriminaliteit is enorm toegenomen.