Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

H6 scheikunde (chemie overal)

Scheikunde


Niveau: 3 HAVO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 5607 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Het grootste deel van de elementen komt in de natuur voor als verbindingen

Om zo element er uit te halen moet de verbinding worden vrijgemaakt.

Aluminium  elektrolyse  aluminiumoxide

IJzer  hoogovens  ijzeroxide



De meest gebruikelijke indeling van elementen is metalen, niet-metalen.

70 worden er ongeveer tot de metalen berekend



Edele metalen zijn metalen die niet worden aangetast door water en lucht.

De meeste metalen zijn onedel of halfedel.



Natrium en kalium zijn erg onedel, ze moeten geen contact hebben met de lucht.

Ze worden bewaard in paraffineolie.



Goud, zilver, brons zijn edele metalen



Kwik, koper zijn halfedel

Koper  elektriciteitskabels

Kwik  thermometers

De damp van kwik is erg schadelijk.



Metalen met een lage dichtheid heten lichte metalen, natrium bijvoorbeeld dat blijft op water drijven.

Titaan is licht en heeft een hoogsmeltpunt dus word vaak gebruikt voor vliegtuigen e.d.



Zware metalen hebben een grote dichtheid en worden zware metalen genoemd.

Verbindingen van zware metalen zijn uitermate giftig.



Alle metalen:

• Hebben een glimmend oppervlakte

• Geleide warmte en elektrische stroom

• Kunnen vervormd worden

• Kunnen in gesmolten toetstand worden gemengd.



Op een onedel metaal is glimmend oppervlakte bijna niet te zien.

Het is bedekt met een oxide laagje



Hoe zuiver een metaal des te makkelijker het vervormd kan worden.



Een legering bestaat uit 2 of meer gesmolten metalen

Een legering met een laag smeltpunt wordt vaak gebruikt voor sprinklerinstallaties (automatische brandblusinstallatie) er smelt iets door de lage temperatuur ook wel een smelt zekering genoemd



Er zijn ongeveer 20 niet-metalen.

• Halogenen  fluor, chloor, broom, jood.

• Edelgassen  helium, neon, argon (gaan niet in verbinding met andere elementen)

• Koolstof  grafiet, diamant

• Fosfor  witte p4 en rode p (brandbommen)

• Zwavel  vulkaniseren van rubber.

• Zuurstof, stikstof  lucht

• Waterstof  kleinste dichtheid (raketbrandstof)

Natuurlijke polymere materialen zijn hout, wol, linnen, katoen, leer.

Vergaan op een gegeven moment.



Synthetische polymere materialen (kunststoffen) zijn plastic, piepschuim, polyester, kunsthars, nylon.



Plastic is polyetheen, aaneengeregen etheenmoleculen.

Al we als grondstof propeen nemen heet het polypropeen

Ook plastic alleen harder en stugger.

Polystyreen is piepschuim

Polyvinylchloride is pvc



Netwerkmoleculen hebben een grote hardheid, ze zijn niet aaneengeketend.

Het is een reactie van 2 grondstoffen.

Een voorbeeld is synthetisch rubber (styreen, butadieen).



Composieten zijn combinaties van materialen (gewapend beton, beenderen)

Beenderen bestaan uit apatiet, collageen

Apatiet zorgt voor stevigheid en collageen voor soepelheid.

Synthetisch composiet is nylon (versterkt met grafiet vezels).



Overige materialen zijn klei, glas (soda, zand), marmer, gips.



Als een polymeer voorwerp verhit word, word het plastisch, dat noem je thermoplast.

Als een netwerk polymerende stof verhit word het niet plastisch, dat noem je thermoharders.

Als je het verder verhit ontleed het.

Het bestaat vaak uit koolstof waterstof en zuurstof daardoor ontstaat er verkolking.



IJzer koper en aluminium worden het meest gebruikt

Een legering van ijzer is staal.

Koper word gebruikt voor pijpen

Aluminium voor heel veel dingen, machines, verkeer, huishouden.



Het wereld gebruik van aluminium is 20 miljoen ton per jaar.

Het proces is in 3 fase:

• De winning en zuivering van bauxiet

• Bereiding aluminium door elektrolyse van aluminiumoxide

• Verdere verwerking



Bauxiet is een delfstof dat een hele grote gehalte heeft aan aluminiumoxide.(open mijnen)

Door middel van een groot aantal bewerkingen wordt uit bauxiet een zuiver aluminiumoxide alo3

Door uit aluminiumoxide aluminium te krijgen moet je het ontleden

Dat kan je doen door thermolyse maar dat kan alleen met 5000 graden

Daardoor doen ze dat met elektrolyse.

Aluminiumoxide wordt eerst vloeibaar gemaakt

Reactie: 2al. O. (l) 4al(l) +3o. (g)

Aluminium heeft een grotere dichtheid als aluminiumoxide dus aluminium zakt naar beneden.

Reactie tijdens elektrolyse: 2c (s) + o. (g) 2co (g)

Er is sprake van verbranding

Voor 1 ton aluminium is 0,6 ton elektrolysemateriaal nodig.



Het aluminium gaat naar de ovens, daar word het gemengd met 1 of meer elementen



De thermolyse van ijzeroxide moet hoger als 3000 graden zijn.

Hier kan je geen elektrolyse gebruiken, je doet het met koolstofmono-oxide.

Dat doe je in hoogovens

Koolstofmono-oxide plukt het oxide ervan af en hou je alleen ijzer over en koolstofoxide.



Voor staal te maken heb je ijzererts en kolen nodig.

De steenkool wordt in een cokesfabriek omgezet in harde poreuze cokesbrokken.

Figuur 6.24









Steenkool bestaat het meest uit c atomen, als je het verhit in een zuurstof vrije ruimte.

Houd je alleen cokes over (alleen c atomen).



Hoogoven

Er word in een hoogoven koolstofmono-oxide gevormd

2c(s) = o. 2co(g)

De reactie is exotherm dan loopt het op tot 2000 graden

De koolstofmono-oxide reageert met ijzererts fe.0.

Fe.0.(s) + 3co(g) 2fe (s) +3c0.

Dit gebeurt in het midden van de hoogoven.

Het net gevormde vloeibare ijzer zakt naar beneden (ruw-ijzer)

Het wordt vloeibaar naar de staalfabriek gevoerd omdat er nog koolstof in zit.

Het ijzer komt in een oxystaalconvertol

Reactie: 2c(s) + 0.  2co(g)



De warmte die bij deze reactie vrijkomt word gebruikt voor de endotherme reactie van ijzererts (schoot) en koolstof.

Fe.0. + 3c  fe(l) + 3c0 (g)

Door schoot toe te voegen zorgt het ervoor dat de temperatuur niet zo sterk stijgt in de oxystaalconvertol.



Hoogovens produceren een brandbaar gas (hoogovengas) bestaat uit stikstof en koolstofmono-oxide een koolstofdioxide



Corrosie is de ongewenste aantasting van metalen door stoffen uit de omgeving(10 tot 15 miljoen schade)

Corrosie van staal heet roestvorming



Roest ontstaat door oxidatie van ijzer, dit gaat makkelijker in een vochtige ruimte.

IJzerroest is minder stevig dan ijzer.

IJzerroest neemt meer ruimte in, en is minder stevig

In beton heet betonrot



Voorkomen van roestvorming

• Andere legeringen gebruiken zoals nikkel

• IJzer inpakken



Verchromen en vernikkelen, dun laagje van een niet roestend metaal, dure methode en fraai gezicht.

Galvaniseren laag zink, goedkoop en lelijk

Coaten, laag menie en verf

Plastificeren laag plastic



Aardolie is dik, zwart, ondoorzichtig en bestaat uit allemaal verschillende stoffen.

Aardolie laat je scheiden dan hoe je aardoliefracties over.

Dit woord uitgevoerd in een olieraffinaderij, en komt in een destillatie kolom.



Het merendeel van de aardolie componenten verdampt zodra ze in het kolom terecht komen.

Aardolie wordt weergegeven met c. – c.



Het bestaat uit stoffen die bij kamertemperatuur gasvormig zijn.

Metaan en ethaan en propaan en butaan, samenpersen word vloeibaar.

Word gebruikt voor gasfles vulling (butaangas) en autobrandstof (lpg)



c.-c. dit wordt nafta genoemd, en is bij kamertemperatuur vloeibaar.

Nafta gebruik je als grondstof van de productie van autobenzine



Nafta wordt gekraakt door thermolyse

Het hoofdproduct is etheen c. h. word gebruikt voor plastic

Kerosine is c. – c. (vliegtuigen)

c. – c. is lichte gasolie (diesel)

c. – c. is zware gasolie (stookolie voor schepen)

c. is het residu(asfalt)



Een kraakproces is een chemische reactie

Nafta kraken etheen, propeen

Etheen is een bulkchemicaliën

Etheen gebruik je voor plastics, synthetische wasmiddelen, kunstvezel en alcohol

Petrochemie is aardolie grondstof

Een groot deel van de aardolieproductie vindt laats in de opec landen.



Samenstelling van aardolie  koolstof, waterstof en koolwaterstoffen die alkanen worden genoemd.

De eenvoudigste alkaan is methaan ch.



c.h. 2 verschillende formules

butaan en menthylpropaan(isomeren)

isomerie is het verschijnsel dat verschillende stoffen met verschillende structuurformules, dezelfde molecuulformule bezitten