Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

spanning

Samenvatting Natuurkunde


Niveau: 3 HAVO

Taal:

Opmerking: Tis alleen §1.1a t/m §1.4b.


Bekeken: 4334 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Natuurkunde;

· Spanning: in volt.
· Serieschakeling:
1. alle onderdelen zitten in dezelfde stroomkring.
2. als 1 onderdeel kapot is, werken de andere onderdelen ook niet meer. (bijvoorbeeld: kerstverlichting)
· parallelschakeling:
1. elk onderdeel zit een aparte stroomkring
2. als 1 onderdeel kapot is, blijven de andere onderdelen werken.
· Een spanningsbron: levert elektrische energie.
· De sterkte van een spanningsbron wordt uitgedrukt in: Volt (V)
· De stroomsterkte wordt gemeten met een: ampèremeter, die in serie is geschakeld. Hij meet de hoeveelheid lading die in 1 seconde passeert.
· Een elektrische stroom: transporteert energie, en is dus een bewegende landing. Bij een grotere stroomsterkte beweegt de landing sneller.
· In een serieschakeling is de stroomsterkte: overal even groot.

Ibron = I¹ = I² I¹ = I ² = Ibron I² = Ibron = I¹

Ibron de stroomsterkte die uit de spanningsbron komt in Ampère (A)
I¹ de stroomsterkte door onderdeel 1 in Ampère (A)
I² de stroomsterkte door onderdeel 2 in Ampère (A)

· In een parallelschakeling is de stroomsterkte: die uit de spanningsbron komt, gelijk aan de som van de stroomsterkten in de aparte stroomkringen.
Ibron = I + I I¹ = Ibron – I² I² = Ibron - I¹

Ibron de stroomsterkte die uit de spanningsbron komt in Ampère (A)
I¹ de stroomsterkte door onderdeel 1 in Ampère (A)
I² de stroomsterkte door onderdeel 2 in Ampère (A)

· Identieke lampjes: twee gelijke lampjes.
· spanning: is de energie de een bepaalde hoeveelheid lading krijgt of afgeeft. En wordt uitgedrukt in Volt (V), we meten hem met een voltmeter, die parallel wordt aangesloten.
· Weerstand: geeft aan hoe moeilijk een elektrische stroom door een stukje materiaal gaat.
· Soorten weerstanden:
1. draadgewonden weerstanden: de weerstand van een metalen draad hangt af van:
· de soort materiaal.
· De dikte, hoe dikker de draad, hoe minder weerstand.
· De lengte, hoe langer de draad, hoe meer weerstand.

2. koolweerstanden: bestaan uit een keramisch buisje met een laagje koolstof, de grootte van de weerstand hangt af van de koolstoflaag.

3. lichtgevoelige weerstanden (LDR): deze weerstand is gemaakt van een stof die beter geleidt als er meer licht op valt. Bij veel licht is de weerstand klein, de belichtingsmeter geeft dan aan dat er veel licht is.

4. NTC-weerstanden: kunnen worden gebruikt om temperaturen elektrisch te meten en te regelen. Deze weerstanden geleiden beter bij hogere temperaturen, er gaat dan een grotere stroom door. Kan bijvoorbeeld bij een verwarming gebruikt worden.

5. regelbare weerstanden: kun je bijvoorbeeld het apparaat mee harder en zachter zetten. Als de weerstand groter wordt, lopen er kleinere stroompjes naar de luidspreker. Deze weerstand wordt ook wel potentiometer genoemd (potmeter).

· eenheid van weerstand: ohm, Ω een weerstand van 10 ohm laat gemakkelijker stroom door dan een weerstand van 20 ohm.
· De weerstand: is rechtevenredig met de lengte van de draad.
· Een metalen draad met een 2 keer zo grote oppervlakte van de doorsnede: heeft een 2 keer zo kleine weerstand.
· Je kunt de weerstand berekenen met de formule:

A= 2r

A de oppervlakte in mm²
3.14
r de straal van de cirkel in mm

· De soortelijke weerstand van een materiaal: geeft aan hoe goed een metaal geleidt, het is dus een stofeigenschap. Die eenheid hiervan is Ω•mm²/m.
· De weerstand van een metalen draad hangt af van de soortelijke weerstand, de dikte van de draad en de lengte van de draad.
· Formule om weerstand mee uit te rekenen:

R = p I:A

R de weerstand in ohm
p de soortgelijke weerstand in ohm vierkante millimeter per meter
l de lengte in meter.
A de doorsnede in vierkante millimeter.

· In een condensator: kan elektrische energie worden opgeslagen, en kan de opgeslagen energie in korte tijd leveren.
· De weerstand is groter als: er bij een bepaalde spanning een kleinere stroom loopt.
· De weerstand is groter als: je voor een bepaalde stroomsterkte een grotere spanning nodig hebt.
· De verhouding van de spanning en de stroomsterkte heet spanning, in formule vorm is dit:
R = U : I I = U : R U = R x I

R de weerstand in ohm.
U de spanning in volt
I de stroomsterkte in ampère

· Een metalen draad heeft bij hogere temperaturen: een grotere weerstand.
· Wet van ohm: spanning en stroomsterkte zijn rechtevenredig met elkaar.