Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Solar hoofdstuk 5

Samenvatting ANW


Niveau: 4 HAVO VWO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 4917 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Anw hoofdstuk 5

Om te kunnen voorspellen zijn 2 soorten groei erg belangrijk:
-lineaire groei (iets groeit met een constante hoeveelheid)
-exponentiele groei (een toename met een vast percentage)

Thomas Robert Maltus was een Britse econoom(1766-1834) hij hielt zich bezig met de Engelse bevolkingsgroei. Hij zag de toekomst somber in; de bevolking nam snel toe, en er zou niet genoeg voedsel zijn voor iedereen (voedseloorlog, hongersnood, enz.) Om dit te voorkomen stelde hij mensen voor om op latere leeftijd te trouwen en seksueel onactief te blijven (dit om geen kinderen te krijgen).
In 1845 brak in Ierland een jarenlange hongersnood uit door een aardappelziekte (gevolg; miljoen mensen stierven & vele emigreerde naar VS). In Engeland ontstond de Engelse ziekte (=rachitis), het kromgroeien van benen en armen door gebrek aan zonlicht. Toch kreeg Malthus niet helemaal gelijk (nu geen hongersnood) dit kwam door;
-technologische ontwikkelingen
-sociale factoren

De groei van de bevolking is afhankelijk van veel variabelen, bijv. ziekte, geboorte-sterfte cijfer enz.. Het CBS (Centraal Bureau voor Statistiek) houdt zich in Nederland bezig met de registratie van de bevolkingsgegevens (in NL nu 16 miljoen, 2035 misschien 17 miljoen).
Het bevolkingsonderzoek centrum van de rijksuniversiteit Groningen heeft samen met een internationaal bureau (IIASA) een computer programma ontwikkeld om de groei van de bevolking te berekenen. De wetenschapper dr. Scherbov denkt dat in 2050 de bevolkingsgroei bijna zeker (95%) tussen de 8 en 12 miljard zal liggen (nu 6 miljard). Een reden waarom dit misschien niet zo betrouwbaar is is omdat in ontwikkelingslanden, zo’n 200 miljoen mensen, niet bij de tellingen zijn opgenomen.

De club van Rome (50 wetenschappers kwamen voor het eerst samen in Rome) hadden een opdracht;
De onderlinge afhankelijkheid en wisselwerking tussen 5 variabelen op wereldschaal in kaart brengen:
1)bevolkingsgroei
2)voedselproductie
3)industrialisatie
4)uitputting van natuurlijke hulpbronnen
5)milieuvervuiling
Dit rapport wat hiervan gemaakt werd heet ‘grenzen aan de groei’, hierna kwamen een hele paniekgolf, maar het rapport was vooral bedoeld als waarschuwing. De 2 belangrijkste conclusies;
-Als de wereldbevolking blijft groeien moet de voedselproductie ook groeien, dit geld ook voor de industrialisatie en de milieuvervuiling. Natuurlijke hulpbronnen zullen uitgeschakeld worden, al eerder zijn de fossiele brandstoffen uitgeput
-Als de groei afneemt kan een zekere stabiliteit ontstaan. Ieder mens kan in zijn 1e levensbehoefte voorzien.

In het midden oosten bevinden zich de grootse hoeveelheden ruwe aardolie. 2/3 van de 1000 miljard vaten (159 L p/s) bevind zich onder de grond in het golfgebied Saoedi Arabië het meest, daarna Irak, Iran, Koeweit.
De oliewereld toont steeds nieuwe voorraden aan. De voorraad zou dus ook wel 2000 miljard vaten kunnen zijn.

Technische ontwikkelingen en nieuwe uitvindingen maken modellen die voorspellingen doen onbetrouwbaar.
De wetenschap is voortdurend bezig schaarse of duurdere grondstoffen te vervangen door goedkopere of technisch betere kunststoffen (bijv glasvezel vervangt koper)

Het begrip duurzaamheid word gebruikt voor productieprocessen die het milieu niet belasten en de grondstoffen niet uitputten. ; een duurzame ontwikkeling bevredigt de vraag van deze tijd, zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties aan te tasten. Bijv. windmolens en zonnecollectoren.
Duurzaamheid is het best te verwezenlijken bij deze kringlopen;
- Technische kringloop = recycling
- Natuurlijke kringloop = bijv.composteren van groenafval

Auto rijden is de minst duurzame activiteit. Om het duurzaam te maken kan er bijvoorbeeld van alcohol brandstof gemaakt worden. Alcohol kan bijv. uit suikerriet worden gewonnen. Alle auto’s met een benzine motor (of LPG) moeten een driewegkatalysator hebben. Dat is een onderdeel van de uitlaat dat schadelijke stoffen uit de verbrandingsgassen verwijdert. De driewegkatalysator maakt er hoofdzakelijk Co2 en water van ( zonder katalysator = koolstofmono-oxiden, stikstofoxiden of koolwaterstoffen). Auto’s en motors veroorzaken de meeste verontreiniging.

Voor economen is de uitbreiding van schiphol van ‘levensbelang voor ons land’, milieugroepen zeggen; het is slecht voor het milieu. Vliegen is betrekkelijk goedkoper, omdat er geen accijns op de brandstof bestaat.
Zowel verkeers- als milieudeskundigen zijn het over 1 ding eens; de toekomst is aan het openbaar vervoer. Voordelen hiervan;
-spaarzaam gebruik van energie en ruimte
-relatief weinig bevuiling
-veiligheid per persoon per kilometer is groter dan bij de auto

Reacties van ontwikkelingslanden is ‘wat jullie hebben willen wij ook’ dus kiezen ze voor het ‘auto vervoer’, terwijl het westen en de VS ze aanraden om voor het openbaar vervoer te gaan.

De eerste landbouwers kwamen er al gauw achter dat hun planten voeding nodig hadden. De landbouwgrond raakte door hun manier (alleen zaaien en oogsten) snel uitgeput. Daarom trokken ze verder en ontginde nieuwe grond door het platbranden van bossen. De as die overbleef ploegde ze onder en dit werd vruchtbare grond. Later gingen boeren ook de mest van hun dieren over de grond strooien. Ook merkte ze dat die mest goed was voor de plantengroei. Nog later gingen de boeren ook gestampte botten of zeewier over hun akkers gooien.

Jan Baptist van Helmond (1577-1644) deed gericht onderzoek naar de groei van planten, hij kwam er alleen niet achter dat voor bijv. de groei van een wilg ook co2 nodig was.
Bij de fotosynthese zetten planten zonne-energie (zonlicht) om in chemische energie, daarbij neemt de plant water op uit de grond en koolstofdioxide uit de lucht. Daarvan maakt de plant in bladgroenkorrels glucose en zuurstof die worden uitgescheden
Reactievergelijking; 6Co2+6H2O>C6H12O6+6O2
Bij de fotosynthese wordt uit elk molecuul CO2 het koolstofatoom opgenomen in een molecuul glucose. Planten zetten die glucosemoleculen om in grotere moleculen (bijv. Zetmeel) dat als reservevoedsel dient of moleculen van cellulose dat voor de stevigheid dient. Ook in die moleculen wordt het zetmeel atoom bewaard, als planten sterven en vergaan worden die zetmeelmoleculen afgebroken tot o.a.Co2 moleculen. In het lichaam vindt de omgekeerde reactie plaats.

De snelgroeiende bevolking maakte het dringend noodzakelijk stoffen te vinden die voor grotere oogsten zouden zorgen. Van Liebig (Duitse chemicus) onderzocht welke elementen er nodig waren voor de groei van planten; fosfor, kalium, stikstof of zwavel. Na 10 jaar moeizaam experimenteren kwam hij tot de ontdekking van kunstmest. Hij gebruikte daar deze mineralen voor; fosfaten, kaliumzouten en nitraten. Stikstofhoudende stoffen worden niet in de grond gevonden (er lag stikstofhoudende mest in Peru, maar dat is afgegraven) dus nu word in een chemische fabriek stikstof uit de lucht gehaald en via ammoniak omgezet in nitraten.

Stikstofkringloop;
Door de energie in bliksem reageren stikstof en zuurstof met elkaar tot stikstofoxiden, met de regen komt nitraat op de aarde, planten nemen dit met hun wortels uit de bodem op( voor opbouw eiwitten) als planten (dieren) sterven zorgen bodembacteriën voor de afbraak van de eiwitten tot nitraten, een deel word zelfs afgebroken en komt als stikstof in de lucht terecht.

Groene revolutie = het verhogen van de opbrengst van landbouwgewassen.
Men kreeg in sommige mensen een weerzin van kunstmest, omdat alleen de rijke boeren dit konden betalen en de armen dus failliet gingen.
Monoculturen = het telen van 1 plantensoort op 1 stuk land.
Er zijn maar weinig planten die stikstof meteen uit de lucht kunnen nemen (bijv. erwt, soja, klaver en lupine. Zij krijgen behulp van een bacterie (Rhizobium) deze zet stikstof uit de lucht om in nitraat (en bevind zich in knolletjes op de wortels).
Groenbemesting = als je de uitgegroeide planten omploegt, komt de stikstofverbinding in de grond, hierdoor word de grond heel vruchtbaar.

Als je je mest op het bouwland gebruikt, en met die mest weer veevoer voor je beesten produceert werk je duurzaam, doe je dit niet, dan heb je kans op een mestoverschot. (Dit kwam met de opkomst met het intensieve kamp, door het gebruik voer van buiten het bedrijf ontstaat die mestoverschot, boeren kunnen hun mest niet meer kwijt.) De grote hoeveelheid mineralen die in de grond komt is voor een groot deel overbodig voor de planten, ze komen terecht in het oppervlakte water en in het grondwater (=uitspoeling).
Mest bestaat voor 90% uit water.
De voordelen van kunstmest:
-er er minder van nodig om aan dezelfde hoeveelheidmeststoffen te komen
-het is goedkoper (ook qua arbeidstijd)
-het is makkelijker te verwerken

In 1998 moest een kwart van de varkens worden afgemaakt (om het mestprobleem te verkleinen en i.v.m. de varkenspest) daaraan zaten 2 kanten:
1) Er werd een aanslag gepleegd op het inkomen van de boeren
2) Producten worden duurder, waardoor er een slechtere concurrentie positie is ten opzichte van het buitenland.
Op dit moment moeten boeren een mineraal boekhouding bij houden om te kunnen controleren of ze mestoverschot hebben (bijv. bij boer Piet komt 400.000 kg mineralen binnen maar er verlaten er maar 20.000 in de vorm van producten), dan riskeert hij een boete omdat zijn bedrijf te weinig van de opgebrachte mest verbruikt.
Een alternatief is een gemengd bedrijf; in het ene deel werkt men Ecologisch (zonder gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen). In het andere gedeelte werkt men Geïntegreerd (met alle moderne technologie, met een zo laag mogelijk gehalte kunstmest en bestrijdingsmiddelen).
Bij duurzame bouw streeft de boer ernaar om de grond in een zo vruchtbaar mogelijke grond te houden. Compost bestaat uit gedeeltelijk verteerde plantenresten, het is een uitstekende natuurmest. Het is een prototype van kringloopmateriaal; planten die via de aarde weer nieuwe planten worden. Aanhangers van intensieve landbouw vinden dit te duur, duurzame boeren doen dit meestal wel, maar moeten voor hun producten een iets hoger bedrag vragen. Een middel tegen insecten plagen zijn bestrijdingsmiddelen, dit is alleen slecht voor het milieu en de insecten kunnen er op den duur resistent voor worden. De overheid stelde zich in om tussen 1991-2000 het gebruik van de bestrijdingsmiddelen te halveren.
Ecologische boeren proberen plagen en ziekten zo te bestrijden dat het niet schadelijk is voor het milieu. Bijvoorbeeld biologische bestrijding(bijv. sluipwespen om rupsen op te sporen) (gebruik van feromenen; reuk-lok-stoffen voor mannelijke insecten, zij worden gelokt en onvruchtbaar gemaakt).