Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Hoofdstuk 5 Industriële samenleving (Sprekend verleden)

Uitwerkingen Geschiedenis


Niveau: 2 HAVO VWO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 4593 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Opdr. 1

tijdpad, makkelijk in te kleuren, dus weinig werk



Opdr. 2



A Begrippen, sorry, maar die mag je zelf opzoeken, gemakkelijk trouwens, de begrippen staan achter in je werk boek.



B

1= autocoureur, piloot, fabriekarbeiders, vrachtwagenchauffeur, elektricien.

2= door dat er machines waren en het niet met de hand was.

3= "telefoon"/telegraaf en radio

4= aardolie, elektriciteit, plastic en nylon



Opdr. 4



A Veel kapitaal en Grondstoffen, energie, bronnen en voldoende arbeidskrachten.



B Het ontstaan van een industriële kapitalisme

-Een stuk groei van fabrieken en steden

-Een grote verandering in de gelaagdheid van de bevolking

-Conflicten tussen arbeiders en werknemers

-Het industriële kapitalisme ontstaat



Opdr. 5



A Er kwamen fabrieken in de steden en de arbeiders wouden dicht bij wonen



B weer begrippen, en weer makkelijk zelf op te zoeken



C 2 kenmerken van Massaproductie zijn

Arbeids verdeling - maken van product in verschillende stappen

Gebruik van lopende band - brent product in wording



D (nadeel)De arbeider verloor het plezier doordat hij weinig gereedschap had, Vak bekwaam

(voordeel) Iedere arbeider hoefde maar één ding te verrichten, sneller en goedkoper, er was geen verschil in producten.



E -weinig plezier in werk

-hoge temp.

-lange werkdagen

-weinig rust

-werk ongezond en niet veilig



F Veel mensen in kleine ruimte, geen toilet en water leiding, open riolen.



G -Straat verlichting

- Uitgaansgelegenheden

-Waterleiding, riolering

-Ziekenhuizen

-scholen uitgebreid

-openbaar vervoer

etc.



Opdr. 6



A Een ongeluk in een fabriek

B Stroom schokken, onveilig materiaal



Opdr. 7

A Economie waarin de grond en bedrijven, productie middelen eigendom zijn van de ondernemers



B - Arbeider werkt voor opdrachtgever

-werkgever is een zakenman

- meeste bedrijven van particulieren

-werkgevers willen zo veel mogelijk winst maken



C Begrippen,,



D -Veel kapitaal, dmv aandelen

- Groot industriële invloed op samenleving



Opdr. 10

A



- Kleine laag, rijke mensen (bourgeosie, adel)

-mensen met weinig bezit

- boeren, landarbeiders en arbeiders in steden



B- Opkomst fabrikanten

-minder landarbeiders, meer fabriekarbeiders

-Sterke uitbreiding van de middenlaag van de bevolking

-Grotere mogelijkheden om van de ene laag terecht te komen in een andere laag.

"Sociale mobiliteit"



Opdr. 11

is een tijdpad kleuren, makkelijk dus

-----------------------------



Opdr. 20 is als het goed is een televisie opdracht



A Het gaat te snel, hij kan niet eens een vlieg dood slaan.

Dat er té veel door één arbeider het zelfde moet worden gedaan.

Beeld een soort tik uit.

Overal controle



B Dat hij lui is en een beetje gaat zitten puzzelen. En erg streng is. En zo raar met die cameraatjes.



C Hij wordt geschopt enzo omdat hij niet hard genoeg werkt.