Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

De Golfoorlog

Werkstuk Geschiedenis


Niveau: 4 VMBO HAVO VWO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 2683 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




De Golfoorlog



1. Inleiding



In 1990 ontstond er opnieuw een conflict in het al lang onrustige Midden-Oosten. En dit keer ging het in feite maar om een ding: ”Olie”.

Voor de Westerse wereld ging het er vooral om de Koeweitse olie niet in handen te laten vallen van de Iraakse dictator Saddam Hoessein.



Na de slepende oorlog met Iran waarin tienduizenden mensen de dood vonden, wilde Irak haar imago als machtigste land opkrikken. En wat is er dan makkelijker om het kleine, maar rijke buurstaatje Koeweit binnen te vallen. Irak had al meerdere malen beslag proberen te leggen op enkele Koeweitse olievelden langs de grens met Irak, maar deze dreigementen hadden nog nooit een gevolg gehad tot nu. Op de vroege ochtend van de 2de augustus 1990 viel Irak Koeweit binnen, hetgeen een grote verontwaardiging in de wereld tot gevolg had.



Als je naar het verleden van dit uitgestrekte gebied kijkt is het al eeuwen lang een broedplaats geweest van opstanden en oorlogen. Een van die periodes was die van het Ottomaanse rijk in de 19e eeuw. Maar ook in de daarop volgende eeuwen is dit deel van de aarde altijd goed geweest voor heel wat oorlogen waarvan de 8 jaar durende oorlog tussen Irak en Iran (1980 – 1988) het ergste voorbeeld is. Deze loopgravenoorlog werd gekenmerkt door de meest afschuwelijke praktijken van beide kanten, waaronder het veelvuldig elkaar bestoken met gifgas, waar de burger bevolking de dupe van was. Net als de oorlog met Koeweit was een grensconflict de aanleiding, maar zeker niet een goede reden, tot deze oorlog. Het is duidelijk dat in een gebied zoals dit, waar veel rijkdom in de grond zit en er sprake is van verschillende culturen en geloofsopvattingen een conflict snel geboren is.



a) De motieven van Irak



Sinds jaar en dag beschouwen de Irakezen Koeweit als een onderdeel van hun land. Toch is deze theorie moeilijk verdedigbaar omdat de volkeren en hun geschiedenis zeer verschillend zijn.

Irak is al lang ontevreden omdat het nauwelijks toegang heeft tot de zee. Het denkt dat het door de verwerving van de eilandjes Warbah en Bubiyan uit de moeilijkheden zou geraken. De Sjatt-El-Arab, die over vele kilometers de grens met Iran vormt, is slecht bevaarbaar.

De oorlog tegen Iran en de vele wapenaankopen hebben Irak opgezadeld met een torenhoge schuld. De voornaamste schuldeiser was Koeweit. Van de totale schuld van 90 miljard moest Irak 40 miljard terugbetalen aan Koeweit. Dat land, maar ook het westen, toonden weinig begrip voor Irak’s moeilijke positie. Tijdens de Iraans-Iraakse oorlog hadden de Koeweiti's het petroleumveld van Roemeila volop in gebruik genomen. Dat veld ligt op de Iraaks-Koeweitse grens, indien men pompt aan een kant komt er ook petroleum boven die anders aan de andere kant zou zijn opgekomen. Aangezien 80% van het veld in Irak ligt dachten ze dus dat ze ook recht hadden op een deel van de winst van ca. 100 miljard Bfr. Maar ook de prijzenpolitiek van Koeweit werkt Saddam danig op de heupen. De Koeweiti's laten immers lage petroleumprijzen toe, zo hopen zij dat het westen niet gaat zoeken naar vervangproducten zoals alcohol, zon...

De onsamenhangende diplomatie van de VS heeft Saddam Hoessein ervan overtuigd dat hij ongestraft Koeweit kon aanpakken. Toen hij te weten kwam dat Koeweit geen militair akkoord had met de VS, sterkte dat Saddam in zijn overtuiging dat hij er op los kon gaan.



b) De motieven van het bondgenootschap



De motieven van de alliantie zijn uiteenlopend, maar iedereen wil in elk geval Koeweit bevrijden. Men kan immers niet toelaten dat grenzen worden gewijzigd. De grote petroleumreserves hebben ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld in de besluitvorming van de westerse wereld en Japan. Samen beschikken Irak en Koeweit over 20% van de wereldreserves. Voeg daar nog eens Saoedie-Arabie bij, dan komen we bij ruim 50%.

De vernietiging van het nucleaire potentiel van Saddam stond ook hoog op het verlanglijstje van de VS en van Israël. De VS verzetten zich sinds 6 december 1941 tegen de verspreiding van de nucleaire kennis. Ook nu nog pogen zij de verspreiding van kernwapens tegen te gaan. Ook de uitschakeling van het leger en de persoon Saddam Houssein werd door verschillende bondgenoten voorop gesteld. Ze vonden dat Saddam Houssein zich overdreven aan het bewapenen was. Het einde van de Koude Oorlog had de wapenhandel doen ineenschrompelen. Voor de wapenindustrie zou een 'goede' korte oorlog de industrie weer leven inblazen en de modernste wapens zouden kunnen uitgetest worden in de realiteit. Maar ook Syrië en Egypte hadden er belang bij dat Irak verzwakt werd.

Zij vreesden voor hun positie als leidinggevende staten in de Arabische wereld. Ook Frankrijk wil aan de onderhandelingstafel zitten. Het beseft dat een militaire deelname daarom noodzakelijk is. De andere staten volgden als bondgenoten.

De vroegere wijfelaar Bush werd langzamerhand de charismatische leider, die zijn redevoeringen doorspekte met uitspraken van Churchill. De bondgenoten werden dus zowel door principes als door praktische overwegingen gemotiveerd.





2. Keuze rechtvaardigen



Van maart 1984 tot juni 1988 heb ik met mijn ouders en mijn broers in Al Jubail gelegen in het noord-oosten van Saoudi-Arabië gewoond. In die periode was de eerste Golfoorlog (Iran – Irak) bezig en konden we regelmatig olie aantreffen op het strand. Wij zijn zelfs enkele malen tot zeer kort bij de Koeweitse grens geweest.

Daarom spreken de beelden van de talrijke TV-reportages omtrent de Golfoorlog mij sneller aan. Het is een land met veel olie, dus veel rijkdom maar 10 jaar na de Golfoorlog leeft de Iraakse bevolking nog steeds in grote armoede waaraan Saddam Hoessein veel schuld treft. En dit ondanks het feit dat Irak reeds meerdere malen olie heeft mogen verkopen voor voedsel.



3. Mijn vraag



De tol die de burgerbevolking heeft moeten betalen en nog steeds betaalt is zeer hoog . De Golfoorlog heeft net als elke andere oorlog veel slachtoffers geëist. De levens van vele families zijn voor altijd verwoest.

Tijdens mijn zoektocht zou ik graag het antwoord vinden op de vraag hoe het nu, 10 jaar na de Golfoorlog gaat met de burgerbevolking van Irak. Wat zijn de gevolgen van de sancties van de VN voor de burgers ? Hoe is het leven onder het regime van de onverbiddelijke Saddam Hoessein ?





4. Chronologisch verslag van de zoektocht



Toen ik had besloten welk onderwerp ik ging nemen en op welke vraag ik een antwoord ging zoeken wist ik niet goed hoe ik moest beginnen.

Ik ben eerst naar de bibliotheek geweest en heb daar boeken over de Golfoorlog gezocht. Deze heb ik dan thuis doorgenomen en daarin ben ik de belangrijkste zaken over Golfoorlog te weten gekomen.

Ik heb ook op internet gesurft om na te gaan wat daar allemaal over de Golfoorlog te vinden was. Ik ben onder andere naar krantenartikels gaan zoeken van die tijd (1991). Deze hebben me wel goed geholpen.

In de Gazet van Antwerpen, die ik thuis krijg, heb ik ook enkele artikels gevonden over Saddam Hoessein. Deze kon ik goed gebruiken om te verwijzen naar de dag van vandaag.

Als ik voldoende informatie had ben ik gaan selecteren wat ik kon gebruiken en wat minder belangrijk was.

Deze informatie heb ik dan zo goed mogelijk proberen samen te brengen wat dit werk als resultaat gaf.













5. Zoektocht naar het antwoord



2 Augustus 1990, de wereld wordt ’s ochtends wakker met de beelden van westerse vliegtuigen die Bagdad bombardeerden. De oorlog tegen Irak was begonnen. Binnen enkele weken draaide dat voor de geallieerden op een klinkende zege uit.



Op het slagveld althans. Want terwijl zijn tegenstanders van toen inmiddels allemaal met pensioen zijn, is het in Irak nog steeds Saddam voor en Saddam na. Wegzappen kan niet, zelfs niet op tv.



a) Een voorbeeld



Restaurant Castello’s in Bagdad is een klein kasteel compleet met kantelen, een kleine slotgracht en houten ophaalbrug, er staan fonkelnieuwe Mercedessen en BMW’s. Ondanks de economische sancties hebben de luxeauto’s hun weg naar Irak gevonden. Ook restauranthouder Khalil al-Suhail is in goede doen. Met oude karrenwielen heeft hij zijn eethuis aangekleed. Fakkels gemaakt van autoveringen geven het interieur een rustiek tintje.

‘Wat ik in mijn restaurant heb gedaan, hebben alle Irakezen ieder op hun eigen manier gedaan’, zegt hij. ‘Wij hebben allemaal geleerd te improviseren en ons aan de omstandigheden aan te passen. Soms brengt afzien het beste in je boven.’



b) De Irakezen : ongevoelig voor crisissen



Tien jaar na de Golfoorlog zijn de Irakezen door bombardementen, sancties en armoede nagenoeg ongevoelig geworden voor crisissen. Sloegen ze vroeger nog aan het hamsteren van voedsel en benzine als er weer een confrontatie met de Verenigde Staten dreigde, de laatste keer dat de Amerikanen en Britten tot bombarderen overgingen - in december 1998 - keken ze ernaar alsof het vuurwerk was.

‘Wij besloten dat de crisis niet meer onze levens zou bepalen’, aldus Al-Suhail.



c) Welke zijn de internationale sacties ?



De sancties die de veiligheidsraad in 1990 afkondigde, zijn nog steeds van kracht.

Geen enkele staat of persoon mag handel drijven met Irak, met een uitzondering voor levensmiddelen, medicijnen en andere hulpgoederen. De buitenlandse rekeningen van de Iraakse regering zijn bervroren. Irak mag geen olie meer verkopen behalve voor het olie-voor-voedsel programma.

Boven het noorden en het zuiden van Irak geldt ook een vliegverbod, de no-fly zone.



d) De Internationale sancties : Zijn ze echt nodig ?



De Veiligheidsraad bepaalde in maart 1991 dat de sancties alleen maar opgeheven kunnen worden, als Irak geen massavernietigingswapens meer heeft of kan maken. Daarmee wil de Raad beletten dat Irak ooit nog een bedreiging voor zijn buren en de wereld kon vormen. Een speciale commissie van de Verenigde Naties, de UNSCOM, moest erop toezien dat Irak zich aan die voorwaarden hield. De UNSCOM heeft nooit het licht op groen kunnen zetten voor de opheffing van de sancties Volgens hen hield Irak systematisch gegevens achter en probeerde het de inspecteurs te misleiden. De wrijvingen tussen de inspecteurs en Irak leidden herhaaldelijk tot spanningen. In december 1998 barstte de bom : de Amerikanen en de Britten voerden de zwaarste luchtaanval uit sinds de golfoorlog, omdat Irak weigerde nog mee te werken aan de inspecties. De Veiligheidsraad richtte in 1999 een nieuwe inspectiecommisie op, de UNMOVIC, maar Bagdad weigert vooralsnog elke medewerking.



Tien jaar na de Golfoorlog is de ooit welvarende middenklasse van Irak gedecimeerd, heeft de kindersterfte alarmerende proporties aangenomen en blijven de internationale sancties, ondanks de scheurtjes, een zware last vormen. Maar het bewind van Saddam Hoessein, onderdrukkend als altijd, wordt nergens serieus bedreigd. Pompeus en vol bombast nam Saddam onlangs een militaire parade af: met een grote sigaar tussen de lippen en een geweer in de hand, waarmee hij uit de losse pols schoten loste.

De internationale sancties zijn uitgdraaid tot een propagandaoorlog tussen de Verenigde Staten, Engeland en Irak over wie er schuld is aan het lijden van de Iraakse bevolking. Terwijl de Amerikanen voet bij stuk houden, sluiten sommige bondgenoten uit de Golfoorlog zich aan bij de groeiende groep die liever zaken doet met Irak dan het wil straffen.

‘Mensen komen niet naar Irak uit liefde voor Irak. Zij komen omdat er zaken gedaan kunnen worden’, zegt A.K. Hashimi van de Baath-partij van Saddam.



‘De Verenigde Staten hebben geprobeerd de rol van Irak in de wereld te kleineren, maar Irak kan niet genegeerd worden.’ zegt de dictator Saddam.



e) Het olie-voor-voedselprogramma



Een dieptepunt in de economie dwong Irak vijf jaar geleden mokkend akkoord te gaan met het olie-voor-voedselprogramma van de Verenigde Naties. Irak is fel tegen de voorwaarden, die de VN volledig toezicht geven over de bestedingen van Irak. Ook gaat bijna 30 procent van de omzet op aan herstelbetalingen en onkosten van de VN. De Irakezen spreken smalend van het ‘olie-voor-de-VN-programma’.

Toch verzekert het rantsoenkaartensysteem iedere Iraakse burger van een basisvoorraad bloem, rijst, bonen, melk en bakolie. Door een verzachting van de sancties produceert Irak drie miljoen vaten olie per dag, bijna evenveel als voor de oorlog.



f) Blijvende controle



De Amerikaanse militaire aanwezigheid in de Golf moet Saddam ervan weerhouden zijn buurlanden te bedreigen. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, de Amerikaanse stafchef tijdens de Golfoorlog, heeft zich voorgenomen de sancties nieuw leven in te blazen. Het zal een hele opdracht worden om daar de nodige partners voor te vinden.



‘Wees gerust, de bevolking van Irak kan de sancties en de Amerikanen weerstaan’, zei Saddam.



g) Het dagelijkse leven in Irak



De schade van de oorlog is grotendeels hersteld en in Bagdad zijn weinig littekens meer te zien. Moderne flat- en kantoorgebouwen hebben de horizon veranderd en hun onopvallende kleuren steken af tegen de koepels van moskeeën en de paleizen die Saddam ook in karige tijden is blijven bouwen.

Saddam bouwt ook de Grote Saddam-moskee, de grootste van het Midden-Oosten. Saddam-standbeelden verschijnen op steeds meer verkeerspleinen, evenals meer dan levensgrote portretten van Saddam op de gevels van gebouwen: Saddam met bloemen, Saddam met de weegschalen van gerechtigheid, Saddam in gebed. Saddam staat iedere dag op de voorpagina van alle kranten. De Iraakse televisie weet zijn banale uitlatingen op een kabinetsvergadering te vertalen in programma’s voor een hele week. Wegzappen kan niet: het bezit van een schotelantenne is verboden.



h) Saddam Hoessein



Aan de beeltenis van Saddam is bijna niet te ontkomen, maar de president verschijnt in persoon zelden in het openbaar. Iraakse ballingsgroepen beweren dat hij ziek is, maar aan hun diagnostische capaciteiten mag worden getwijfeld. Al meer dan dertig jaar is Saddam (63) de machtigste man in Irak. Zijn veiligheidsdiensten rekenen af met iedereen die een bedreiging voor hem vormt.

De Verenigde Staten hebben vergeefs geprobeerd oppositiegroepen van diverse pluimage te bundelen onder de paraplu van het Iraakse Nationale Congres, maar zonder succes.

‘Deze mensen hebben in geen jaren voet in Irak gezet. Ze kennen de mensen niet en ze hebben geen steun’, zegt Baath-lid Hashimi.















i) Saddam-kinderziekenhuis



Irak poogt de sancties opgeheven te krijgen. Om hun argumenten voor opheffing van de sancties te onderstrepen voeren de Irakezen bezoekers steevast langs het Saddam-Kinderziekenhuis. Op de leukemieafdeling krijgen meer dan twaalf kinderen chemotherapie, een behandeling die ruimer voorhanden is maar nog steeds schaars, aldus dr. Mohammed Firas.

In het ziekenhuis overlijden gemiddeld tien kinderen per week, het merendeel aan leukemie. De helft kan volgens Firas gered worden als er meer geneesmiddelen en betere apparatuur voorhanden zouden zijn.

De sancties verbieden Irak niet om medicijnen te importeren. Volgens de Amerikanen verkwist Saddam het geld aan wapens en paleizen. Via het olie-voor-voedselprogramma heeft Irak sinds 1996 ongeveer 21 miljard dollar ontvangen. Daarvan wil het 1,7 miljard bestemmen voor medische doeleinden. Niets verbiedt het Irak om meer te vragen. Irak zegt dat het gezondheidsprobleem schuilt in de verwoeste infrastructuur: ondervoede moeders die zwakke baby’s baren, minder inentingen en vervuild drinkwater.



j) Een voorbeeld : Het sluipende gif in Basra



In Basra worden baby's met afwijkingen geboren, veel kinderen zijn ernstig ziek en het aantal mensen met leukemie is verzesvoudigd sinds 1991. De Zuid-Irakese stad Basra kampt nog iedere dag met de gevolgen van de Golfoorlog. De geallieerden wierpen tijdens het conflict met Saddam Hoessein honderdduizenden projectielen af die verarmd uranium bevatten. Rond de stad wordt voortdurend een hoge radioactieve straling gemeten. Wereldwijd gaan er steeds meer stemmen op om de economische sancties tegen Irak op te heffen omdat de bevolking daar te zeer onder lijdt.

Gebruik van verarmd uranium tijdens golfoorlog eist tol onder Irakezen. De eindeloze zandvlakte ten zuiden van de stad Basra in Irak is gevuld met macabere herinnering aan de golfoorlog van 10 jaar terug. Her en der staan honderden Irakese tanks. Vernietigd met een speciaal wapentuig door de Amerikanen in de laatste uren van de Golfoorlog. Het is hier waar de VS voor het eerst verarmd uranium hebben gebruikt in hun munitie. Als Dr. Mohammed al-Ani zijn geigerteller bij een kogelgat in een tank aanzet, begint het ding vervaarlijk te piepen, de wijzer slaat uit naar maximum.

Nu na 10 jaar blijkt dit gehele gebied in het zuiden van Irak besmet met radioactieve straling. De Iraki's menen wel 10 maal hoger dan destijds in Hiroshima. Gewassen groeien niet meer als tevoren. Het aantal leukemie- en kankerpatienten is verzesvoudigd en veel baby's worden met stralingsafwijkingen geboren.

De sancties hebben niet Saddam getroffen, maar de burgers.

Hoewel hun land de op een na grootste oliereserve ter wereld heeft, zien de Irakezen niets van het opbrengst. Het geld dat met de opnieuw gestarte olie-export wordt verdiend blijft in handen van de dictator en zijn familie.



Saddam gebruikt de sancties en de daar uit voortvloeiende armoede in zijn land om tweedracht in het VN-kamp teweeg te brengen.

UNICEF becijfert dat in de afgelopen tien jaar meer dan een half miljoen kinderen zijn gestorven als gevolg van de sancties. De Irakese autoriteiten beweren dat de bevolking ook lijdt onder de gevolgen van verarmd uranium in de munitie van het Amerikaanse leger.

In Basra en in de woestijn rond de zuidelijke stad vonden de hevigste gevechten van de Golfoorlog plaats. Bovendien wordt deze streek volkomen genegeerd door het Saddam-regime, omdat de Shia-opstandelingen er hun basis hebben. De inwoners van Basra kampen met een groot tekort aan voedsel en medicijnen, worden onderdrukt en lijden aan allerlei mysterieuze ziektes.

In Amerika zijn inmiddels 90.000 Golfoorlog-veteranen ziek; verarmd uranium is verdachte nummer 1. De effecten op de Irakese bevolking lijken nog groter. Maar tot nu toe ontkent de Amerikaanse overheid iedere relatie met de gebruikte wapens. Aan de desolate gezondheidstoestand en de armoede van de mensen in en rond Basra doet intussen niemand iets.

Het Westen handhaaft de sancties en vooralsnog lijkt dat nog steeds vooral Saddam Hoessein in de kaart te spelen.

Er is een sterk vermoeden dat dergelijke gevolgen ook kunnen optreden in

Ex-Jougouslavië, het zogenaamde Balkan syndroom.





k) Einde van de sancties nabij ?



De regering-Saddam kondigt al geruime tijd het einde van de sancties aan en ze zou wel eens gelijk kunnen krijgen. Sinds september zijn tientallen verkeersvliegtuigen in Bagdad geland, veelal uit landen in het Midden-Oosten. De handel, vooral miljardencontracten voor de ontginning van de Iraakse olievelden, oefent een grote aantrekkingskracht uit, ook op delegaties uit Rusland, Frankrijk en zelfs de Nederlandse Socialistische Partij.

‘De internationale atmosfeer is goed op de opheffing van sancties voorbereid’, zegt de Iraakse onderminister van Buitenlandse Zaken, Nizar Hamdoun.

Want, weet Saddam sinds 1991, eigenlijk heeft hij al gewonnen. Niemand die hem iets maakt.



6. Besluit



‘ We zijn een hele samenleving aan het vernietigen. Zo eenvoudig is dat – en tegelijk zo afgrijselijk.’ Dat zegt Denis Halliday, voormalig coördinator van de humanitaire hulp van de Verenigde Naties aan Irak.



De sancties van de VN hebben niet Saddam getroffen, maar de burgers. Zij leven nu in armoede, honger en ziekte. Het gaat nog steeds niet goed met de Iraakse bevolking.





















































7. Bilbliografie





- Boeken :



- Amok, Een streep in het zand, Nieuwe Orde in de Golf

- Janssens Ludo, De marine in de Golfoorlog

- Keulen jan, Weg van God ?



- Kranten :



- Gazet Van Antwerpen

- De Standaard



- Internet :



http://www.tctubantia.nl/CDA/regioportal/golfoorlog/

http://www.amnesty.org/ailib/aireport/ar98/mde14.htm

http://www.destandaard.be/golfoorlog/

http://www.nrc.nl/W2/Lab/Irak/010217-b.html

http://kinderen.webhotel.be/WO%20tijd/golfoorlog.htm

http://.student.rug.ac.be/~als/archief/99/189/muurp4.html