Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

De berlijnse muur

Werkstuk Geschiedenis


Niveau: 3

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 3033 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




In dit werkstuk gaan we het erover hebben waarom de Oost-Berlijnse bevolking niet in opstand kwam, toen de leiders van de DDR besloten een muur te bouwen, die de grens tussen Oost-Berlijn en West-Berlijn vormde, waardoor de bevolking alleen met toestemming de grens kon oversteken: DE BERLIJNSE MUUR.

Deze vraagstelling hebben we gekozen omdat we bijna alle andere vraagstellingen, zoals: 'waarom besloot men tot de bouw van de muur', al in de les behandeld hebben, en omdat bijna iedereen weet waarom men dit deed. (=rijmpje).

Berlijn met de muur en de deelstaatgrens.

Kaartje van internet (www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Berlijn/muur.html)

1. Waarom besloten de leiders van de DDR in 1961 tot de bouw van de muur?

Al voor het einde van de Tweede Wereldoorlog hadden de geallieerde besloten Duitsland op te delen in bezettingszones. Berlijn lag in de Russische zone en zou dus voor de Russen bezet en bestuurd worden.

De westerse geallieerden wisten echter een deel van Berlijn onder hun bestuur te brengen, in ruil voor de deelstaat Thüringen. Van de twintig Berlijnse stadsdistricten kwamen er acht onder Russisch bestuur, terwijl de overige twaalf samen het door de westerse geallieerden bestuurde West-Berlijn vormden.

West-Berlijn kreeg financiële hulp van de geallieerden, maar Oost-Berlijn kreeg echter geen hulp van de Sovjet-Unie. Zo kon West-Berlijn een goede economie opbouwen, en met Oost-Berlijn ging het steeds slechter. In Oost-berlijn heerste er voedselschaarste en was er werkloosheid, terwijl men in West-Berlijn genoeg voedsel en luxe had.

Dit had tot gevolg dat een groot deel van Oost-Berlijn naar West-Berlijn vluchtte. Dit gebeurde op zo’n grote schaal dat de bevolking in de DDR terugliep van 18,4 miljoen inwoners in 1950, naar 17,2 miljoen inwoners in 1960.

Vooral de hooggeschoolden vertrokken naar West-Berlijn, om daar een betere baan te vinden. Zo bleven in Oost-Berlijn alleen nog de laaggeschoolden over.

Om dit tegen te houden vroeg het Oost-Duitse bestuur in het voorjaar van 1961 toestemming aan Moskou om de massale vluchtelingenstroom te stoppen door middel van een barricade. Chroesjtsjov, de toenmalige leider van de Sovjet-Unie, rekende erop dat de Verenigde Staten geen kernoorlog zouden willen riskeren om dit tegen te gaan.

Nikita Chroetjtsjov uit Encarta ‘98©

Met de bouw van de barricade werd in de vroege ochtend van 13 augustus 1961 begonnen.

Deze barricade werd langzamerhand uitgebouwd tot een reusachtige muur: de Berlijnse muur, met op de grenzen T 34-tanks.

De uittocht van Oost-duitsers had zulke vormen aangenomen, dat dit de enige manier voor de DDR was om haar burgers binnen de grenzen te houden. Tot die datum was er een vrij personenverkeer tussen beide delen van de stad Berlijn. Tienduizenden Oost-Berlijners werkten zelfs in het westelijke deel en omgekeerd werkten ook duizenden West-berlijners in het oosten. Maar op die fatale datum in het jaar 1961 ging de deur tussen beide stadshelften definitief op slot. Tweeëneenhalf jaar bleef de muur potdicht, daarna ging hij langzamerhand op een kier open voor bezoekers uit het westen. Maar in de eerste jaren van zijn bestaan was de muur echter nog lang niet perfect: Er zaten nog veel gaten en zwakke plekken in, die snel door vindingrijke Oost-Berlijners werden gevonden. Zo reed er bijvoorbeeld een Oost-Berlijner met een shovel dwars door de muur heen, ook werden er tunnels onder de muur door gegraven. Vele van deze pogingen mislukte ook, en dan werden de vluchtelingen

Doodgeschoten door de grenswachters. Maar ook de mensen die legaal over wilden steken naar het andere deel werden aan een grondige inspectie onderworpen, door bijvoorbeeld spiegels te gebruiken om onder auto’s te kijken en dergelijke.

2. Welke politieke partij heerste er en hoe ging het economisch met de DDR na de bouw van de muur?

De politieke partij: SED.

De politieke partij die in Oost-Berlijn aan de macht was, was de SED. Dat staat voor: Sozialistische Einheitspartei Deutschlands. Deze ontstond door middel van een fusie tussen een deel van de SPD, die bestuurd werd door Grotewohl, en de Kommunistische Partei Deutschlands. Door het verschil tussen de Sovjet-Unie en het westen, die tot de koude oorlog leidde. Kregen de communisten de touwtjes in handen bij de SED, en uiteindelijk werd de SED de officiële staatspartij. Deze politieke partij was de enige politieke partij die mocht bestaan. Dat wil dus zeggen dat er een dictatuur was, er waren dus geen vrije verkiezingen.

Deze partij werd van 1950 tot 1971 bestuurd door Walter Ulbricht, en van 1971 tot 1981 werd hij bestuurd door Erich Honecker. In de periode dat Honecker de partij bestuurde verloor deze partij zijn greep op intellectuelen en op de jeugd.

Na de Duitse hereniging kwam er een nieuw bestuur dat onder leiding stond van Gregor Gysi. Zij besloten om de partij reorganiseren onder een andere naam: PDS, dat staat voor Partei des Demokratischen Sozialismus.

Bij de verkiezingen van 1990 kregen zij 66 zetels, en dat waren 16,4% van de stemmen. Maar de financiële problemen knaagden echter nog steeds, en hierdoor belandden ze in een Politiek isolement.

De mensen in Oost-Berlijn konden niet vrij hun mening uiten, want dan konden ze worden opgepakt. Er kwamen er alleen maar positieve dingen over de SED op de radio en in de krant. Negatieve dingen over de SED waren gecensureerd.

2.2 De economie van de DDR na de bouw van de muur.

Na de bouw van de muur ging het nog slechter met de economie in Oost-Berlijn, en de vooruitzichten waren somber. De tienduizenden bewoners van de Oostelijke-zone die tot dusver dagelijks naar West-Berlijn waren gekomen om er hun inkopen te doen, mochten de grens niet meer over. Niet dat het zulke grote besteders waren, want de koers van de oost-mark was de laatste tijd steeds verder gedaald, vijf oostmarken tegen één westmark.

In de jaren tachtig werd langzaam maar zeker duidelijk dat de DDR op haar faillissement afstevende. De staatsschuld van de DDR werd steeds hoger en de industrie en infrastructuur waren sterk verouderd. Investeringen in nieuwe technologie waren er nauwelijks en er werd vooral nog gewerkt met een machines uit de jaren twintig en dertig. De grote hoeveelheid van winning van bruinkool had bovendien voor veel milieuvervuiling gezorgd.

Het gebrek aan buitenlandse harde valuta was het grootste probleem voor de DDR. Jarenlang was er geld geleend om de sociale politiek van Honecker te kunnen betalen, zonder dat daar voldoende eigen inkomsten tegenover stonden. ( Honecker was toen partijleider). Om de rente over de buitenlandse leningen te kunnen betalen moesten weer nieuwe leningen worden gesloten. Midden jaren tachtig werd het duidelijk dat de DDR zo niet langer door kon gaan. De SED-leiders hielden het nieuws echter geheim en sloten zich steeds meer voor de realiteit af. Ook voor de onvrede van de bevolking hadden Honecker en de zijnen geen oog meer. Berichten over de groeiende problemen werden eenvoudigweg niet meer gelezen. De aanhoudende problemen zouden in 1989 door de hervormingen van de Russische leider Gorbatsjov naar de oppervlakte komen en leiden tot het einde van de DDR.

3. Wat was de reactie van de Duitse bevolking?

De reactie van de West-Berlijnse inwoners.

Opwinding en verontwaardiging creëerden de stemming in het Westen, toen het nieuws, dat er een muur werd gebouwd tussen Oost- en West-Berlijn, bekend werd gemaakt. De burgemeester van Berlijn, Willy Brandt, bekeek op zondagmorgen de muur. Nu konden degenen die familie hadden in het oostelijke deel van Berlijn daar geen kontact meer mee leggen want 70% van de West-Berlijners had familie in het oosten. Met de overlevingskansen van West-Berlijn leek stond het er niet goed voor, dit kwam onder andere door de Oost-Berlijners die niet meer konden inkopen in West-Berlijn. Niet dat ze zoveel geld uitgaven, maar alles bij elkaar leverde het West-Berlijn veel geld op.

Op 1 mei 1962 kwamen honderdduizenden West-Berlijners naar het plein voor het gebouw van de voormalige ‘Reichstag’ om er te demonstreren tegen de muur met de leuze: ‘Vrijheid kent geen muur’. Onder de sprekers was de burgemeester Williy Brandt.

Wat vond het oostelijke deel van Berlijn van de muur.

Anders was de stemming in het oostelijke deel van de stad, daar klonk het overwinningsgejuich uit de luidsprekers en daar dreunde de marsmuziek. Soldaten en arbeiders werden geïnterviewd en de ene propagandaspreker na de andere sprak zijn instemming uit over de oprichting van de ‘antifascistische beveiligingsmuur’. Maar ook hier had de bevolking angst voor een oorlog. De Oost-Berlijners realiseerden zich snel dat de situatie hopeloos was, niet de West-Berlijners, maar zijzélf waren opgesloten.

Door dit idee bracht probeerden veel mensen nog snel de grens over te vluchten naar het westelijke deel.

4. Hoe reageerden de andere landen op de bouw van de muur.

Washington, Londen en Parijs vonden de situatie van de Berlijnse muur zorgwekkend, maar toch niet alarmerend. De Britse premier Macmillan en de Engelse minister van buitenlandse zaken, die op vakantie waren in Schotland, zagen geen reden om naar Londen terug te keren. In de eerste reactie van de Verenigde Staten benadrukte minister van buitenlandse zaken Dean Rusk dat de maatregelen van de Oost-Duitse autoriteiten niet gericht waren tegen de positie van de geallieerden in West-Berlijn of tegen de toegangswegen naar dat stadsdeel.

Enkele dagen later volgde wel officiële protesten van de westelijke landen, waarbij de westelijke landen zeiden dat de Sovjet-Unie de afspraken geschonden had, maar van militaire of economische acties tegen de Sovjet-Unie was er geen spraken.

Op 26 juni 1963 bracht president John F. Kennedy van de Verenigde Staten een bezoek aan West-Berlijn als onderdeel van een reis die hij door West-Europa maakte. Hij bezocht onder andere de muur, die de stad toen al bijna twee jaar in tweeën deelde. De West-Berlijners ontvingen de president enthousiaster dan waar dan ook gedurende Kennedy’s rondreis langs verschillende Europese landen.

Omdat Kennedy bewondering had voor Berlijn, de stad 18 jaar belegerd is geweest en die nog steeds voortleefde, zei hij: ‘Alle vrije mensen, waar ze ook mogen leven, zij burgers van Berlijn. En daarom, als een vrij man zeg ik met trots: ‘Ich bin ein Berliner’.

5. De val van de Berlijnse Muur

Inleiding.

Toen Hongarije op 2 mei 1982 zijn grenzen opende met Oostenrijk werd het weer mogelijk voor de inwoners van de DDR om hun land te ontvluchten. In de loop der tijd ontstond er langzaam maar zeker een vluchtelingenstroom die van Oost-Duitsland, via Hongarije en Oostenrijk naar West-Duitsland vluchtte reageerde de SED verslagen.

In Leipzich ontstonden er protesten, en iedere maandagavond kwam er een grote demonstratie ondanks het harde optreden van de politie.

Toen Gorbatsjov op 7 oktober 1989 verkondigde dat hij niet militair zou ingrijpen om de SED te redden, werd er weer een demonstratie gepland. Het was nu niet bekend of de DDR zou ingrijpen om de orde te herstellen of niet. Uiteindelijk bleven zowel de demonstranten als de zwaarbewapende politieagenten rustig en er was geen sprake ven een burgeroorlog.

De SED had nu gezien dat er veranderingen moesten komen. Op 18 oktober werd er een nieuwe regering samengesteld. Hierbij werd Honecker vervangen door Egon Krenz. Maar de hervormingen van Krenz gingen de oppositie niet ver genoeg. Ook deze regering kon geen einde maken aan de talloze demonstraties.

Er werden spandoeken meegedragen in de demonstraties die onder anderen de volgenden teksten bevatten:

• ‘Visafrei bis Hawaii’

• ‘Freie Wahlen ohne falsche Zahlen’

• ‘Wir sind das Volk’

Als gevolg van dit soort acties kwamen er rondetafelgesprekken tussen de regering en de oppositie, vereniging de partij: Neues Forum. Hetgeen waarover vooral gediscussieerd was een democratischer socialisme. Deze gesprekken werden al vlug vervangen door de bevolking wiens ideaal was: een verenigd Duitsland.

De leus ‘Wir sind das Volk’ werd vervangen door: ‘Wir sind ein Volk’.

De uiteindelijke val van de muur.

Op 9 november hield de SED-functionaris Schabowski een persconferentie. Hierin verkondigde hij dat de regering besloten had om vrij te reizen aan de DDR-burgers toe te staan. Wanneer dit besluit in zou gaan was nog niet duidelijk.

Meteen na de uitzending kwamen vele mensen naar de muur om over te steken naar West-Berlijn. Maar de regering bleek te hebben vergeten de grenswachten te vertellen dat de nieuwe wet in werking was gesteld. Toen de grote massa mensen gearriveerd was, besloten de grenswachten zelf de grens te openen.

Zonder dat er geschoten werd, werd de grens uiteindelijk geopend. De Berlijnse muur was gevallen en vrij reizen tussen de twee helften was weer toegestaan. En de beelden van de feestende Berlijners werden uitgezonden over de hele wereld.

Maar de vluchtelingenstroom nam hierdoor alleen maar toe. In totaal zijn in 1989 bijna 400.000 mensen uit de DDR vertrokken en in de periode 1949-1988 zijn er ± 3,8 miljoen Oost-Duitsers naar het Westen gegaan. De DDR dreigde in een complete chaos te raken. De SED had nu haast geen invloed meer op de gebeurtenissen.

Wat er gebeurde met Duitsland na de afbraak van de muur.

West-Duitsland wilde Oost-Duitsland erbovenop te helpen. Hiervoor had de toenmalige bondskanselier Kohl een tienpuntenplan gemaakt dat de ‘2 Duitslanden’ weer samen moest voegen. De bondsrepubliek zou Oost-Duitsland met het eenwordingsproces financieel steunen, maar alleen als er vrije verkiezingen en economische hervormingen kwamen. Met hulp van de Amerikaanse president Bush kon Kohl de verschillende partijen voor zijn plannen winnen.

Maar de West-Europese landen waren hier niet erg tevreden over. De Franse president Mitterrand en de Engelse premier Thatcher waren bang dat Duitsland weer té machtig en té groot zou worden. Kohl en Bush stelden hen weer gerust door te beloven dat Duitsland lid zou blijven van de NAVO en van de Europese Gemeenschap.

De mening van de Sovjet-Unie was ook heel belangrijk met betrekking tot het Duitse eenwordingsproces. Als Moskou een veto uitsprak dan zou het eenwordingsproces vertraagd worden.

Gorbatsjov had in de zomer van 1990 laten weten dat hij het niet goedvond dat Oost-Duitsland lid werd van de NAVO. Omdat Kohl dat wel wilde vertrok Kohl met een hoop geld naar de kaukasus om Gorbatsjov van mening te laten veranderen.

Uiteindelijk kwam de beslissing dat het lidmaatschap van Oost-Duitsland aan de NAVO zou ingaan zodra de Russische troepen werden teruggetrokken.

Gorbatsjov had niet alleen zijn veto ingetrokken vanwege het geld, want hij had al gezien dat de Duitse eenwording moeilijk meer tegen te gaan was.

De Duitse eenwording.

Op 18 maart waren de eerste vrije verkiezingen in Duitsland. De Oost-Duitse CDU, dat staat voor Christlich-Demokratische Union, werd de winnaar met 48 procent van de stemmen. De CDU werd gesteund door de CDU/CSU uit het Westen.

De CDU werd vooral gekozen omdat zij zo snel mogelijk het eenwordingsproces wilden voltooien.

De SPD kreeg daarentegen slechts 22 procent van de stemmen dit kwam vooral door de aarzelende houding tegenover de Duitse eenwording. De kiezers zaten niet te wachten op de uitspraken van de SPD’er Oskar Lafontaine dat bijvoorbeeld de Duitse eenwording hoge kosten mee zou dragen. Dan hadden zij liever ‘Die Blühende Landschaften’ waarover Helmut Kohl het had.

Met de duidelijke mening van de kiezers en met de toestemming van de grote mogendheden werden Oost- en West-Duitsland op 3 oktober 1990 officieel samengevoegd tot één Duitsland. De grondwet van de Bondsrepubliek werd nu van kracht voor heel Duitsland.

Conclusie.

De Oost-Berlijnse bevolking kon moeilijk massaal in opstand komen tegen de bouw van de muur want ze werden onderdrukt door de regering en ze kregen lang niet alles te horen van wat er gebeurde vanwege de gecensureerde pers. De enige manier waarop dit kon was een totaal onverwachte manier, zoals bijvoorbeeld met een shovel door de muur rijden, of met een luchtballon eroverheen. Dit zijn acties die je alleen in je eentje kon uitvoeren hiervoor moest je je gezin, familie en kennissen achterlaten, wat zwaar lag bij de meeste inwoners. Als je betrapt werd tijdens een vluchtpoging moest je dit vaak bekopen met de dood. De inwoners voelden zich dus muizen tegen over de grootmachten die als een wakende kat op hen loerden. Vanwege deze angst voor de regering durfde de bevolking niet in opstand te komen.