Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

Cuba

Werkstuk Aardrijkskunde


Niveau: 3

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 3135 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




Inleiding





Dit werkstuk gaat over Cuba.

Ik heb dit onderwerp voor mijn werkstuk gekozen, omdat het me een heel interessant land leek.

Ik wil meer te weten komen over de revolutie die er in Cuba is geweest. Het lijkt me ook leuk om me meer te verdiepen in de Cubaanse sigaar. Die is wereldberoemd. Cuba ligt in het Caribisch Gebied. Er is daar een heel lekker klimaat. In Cuba zijn prachtige auto’s. Al deze dingen bij elkaar lijken me heel interessant. Ik hoop er meer van te weten te komen.

Het lijkt me heel leuk om ooit eens een keer naar Cuba te gaan.





Het lijkt me leuk om alles over dit land te weten te komen daarom heb ik alvast een aantal feiten opgezocht:



Cuba, een republiek in het Caribische gebied, heet officieel República de Cuba en hoort bij Latijns Amerika.



De hoofdstad van Cuba is Havana, oftewel in het Spaans La Habana.



In Cuba wordt er overwegend Spaans (de officiële landstaal) gesproken, maar ze spreken er ook Engels, Frans, Duits, Italiaans en Russisch.



Het Staatshoofd en regeringsleider van Cuba is Fidel Castro Ruz.



Cuba heeft 14 provincies en 169 gemeenten.



Cuba is voorlopig nog een socialistische staat en een derdewereldland.

Het land heeft nog nauwelijks steun uit het buitenland in vergelijking met de tijd vóórdat de Sovjet-Unie uiteen viel. Via billboards, monumenten en musea laat Cuba je weten welke rol door welke held werd vervuld. Luisterend naar de man op straat, zou de República de Cuba zijn langste tijd in de huidige vorm wel eens gehad kunnen hebben.



Cuba grenst in het Noordwesten aan de Golf van Mexico, in het Zuiden aan de Caribische Zee en in het Noordoosten aan de Atlantische Oceaan.



Munteenheid is de Cubaanse peso.



Nationale feestdagen zijn;

- 1 januari, de dag waarop Castro in 1959 aan de macht kwam.

- 26 juli, de dag van de (mislukte) opstand in 1953 van Castro tegen het bewind van dictator Batista.

- 10 oktober, de dag waarop de onafhankelijkheidsoorlogen worden herdacht.



In vergelijking met Nederland loopt de tijd in Cuba zes uur achter.







Hoofdstuk 1; Economie





§1; industrie

De belangrijkste industriële ontwikkeling geldt de agro-industrieën (suikerraffinage, tabaksindustrie, verwerking van vlees, zuivel en visconserven). Ook in ontwikkeling zijn de kunstmest-, papier- en textielindustrie, de productie van consumptiegoederen en de fabricage van bouwmaterialen. De bijdrage van de industrie aan de economie (Bruto Sociaal Product) is tussen 1975 en 1985 ca. 45% geweest; werkgelegenheid en productie groeien. Er is echter gebrek aan een groot aantal grondstoffen.



§2; handel

Voordat de Verenigde Staten in 1960 een handelsembargo afkondigden, waren zij de belangrijkste handelspartner van Cuba. Nadien werd die rol overgenomen door de Sovjet-Unie en andere socialistische landen (in 1983 vond 87% van de totale handel met deze landen plaats).

Met name de Sovjet-Unie steunde in feite de Cubaanse economie door suiker tegen prijzen boven de wereldmarktprijs af te nemen, door de levering van olie tegen lage prijzen en door ontwikkelingshulp.

Cuba verzekerde zich daarnaast van westerse valuta door een deel van zijn productie (suiker, nikkel, toerisme) op de niet-socialistische markt te verkopen. Daarnaast was met name in de jaren ‘70 veel kapitaal geleend. Hierdoor, en door een tekort op de handelsbalans was de schuld aan westerse landen sterk gegroeid.

De belangrijkste exportproducten zijn suiker en rum, nikkel, vis, koffie, tabak, thee, cacao, citrusvruchten en olieproducten. De belangrijkste importgoederen zijn olie en kapitaalgoederen.



§3; toerisme

Het toerisme is eind jaren ‘80 sterk gestimuleerd door de bouw en renovatie van hotels en verbetering van de infrastructuur. Het is de bedoeling dat deze sector de op één na grootste bron van buitenlandse deviezen wordt.



Je kunt naar Cuba met het vliegtuig, met z’n tweën voor 1.628,60 Euro.

De vliegtijd is ongeveer negen uur.



§4; bank- en verzekeringswezen

De Banco Nacional de Cuba is de enige bank en combineert de functies van handelsbank, investeringsbank, centrale bank en spaarbank. Er bestaat een strikte deviezencontrole. Het verzekeringswezen is eveneens genationaliseerd.



§5; economische planning en ontwikkelingssamenwerking

Vanaf 1960 hebben de socialistische landen Cuba aanzienlijke kredieten verstrekt tegen lage rente. Met name de Sovjet-Unie steunde Cuba; in 1983 bedroeg deze steun $ 4, 2 miljard waarvan $ 1,1 miljard als ontwikkelingshulp en $ 3,1 miljard in de vorm van subsidies op suiker- en nikkelexport. De economische steun van westerse landen is gering. Japan is de belangrijkste westerse crediteur, gevolgd door Spanje, Frankrijk en Canada.



§6; verkeer

De lengte van het spoorwegnet bedraagt 12.654 km, waarvan 60% in gebruik is in de suikersector en 40% voor openbaar vervoer. Van Pinar del Rio naar Santiago loopt een 1144 km lange weg met een aftakking naar de hoofdstad. Het totale wegennet is 20!000 km lang. Het personenvervoer neemt sterk toe, vooral in de sector van het openbaar vervoer. Naast binnenlandse verbindingen verzorgt de nationale luchtvaartmaatschappij Cubana vluchten naar het buitenland. De belangrijkste luchthaven is José Martí nabij Havana, voorts zijn er nog drie internationale luchthavens in Holguín, Santiago de Cuba en Varadero. De koopvaardijvloot vervoert slechts een klein gedeelte van de eigen in- en uitvoer. De belangrijkste havens zijn Havana, Cienfuegos, Santiago de Cuba, Guyabal en Matanzas.



§7; wisselkoers en buitenlandse handel

Cubaanse peso (Ps) = 100 centavos

Wisselkoers: 1 Cubaanse peso = 0,03714 euro,

1 euro = 26,92830 Cubaanse peso,

1 Cubaanse peso = 0,04762 US dollar



Totale invoer in Cuba 4,4 miljard US dollar (2003)

Totale uitvoer uit Cuba 1,5 miljard US dollar (2003)



Uitvoer uit Nederland naar Cuba 56,4 miljoen euro (2002)

Invoer in Nederland uit Cuba 311,9 miljoen euro (2002)



Uitvoer uit Nederland naar Cuba 56,4 miljoen euro (2002)

Invoer in Nederland uit Cuba 311,9 miljoen euro (2002)



Voornaamste handelspartners invoer uit: Spanje, China, Italië, Canada, Frankrijkuitvoer naar: Rusland, Canada, Nederland, China, Spanje

Hoofdstuk 2; Geschiedenis





§1; ontdekking en slavernij

Cuba werd ontdekt door Christophorus Columbus op zijn eerste reis (27 oktober 1492), maar pas veroverd door Diego Velásquez (1511). De oorspronkelijke Indiaanse bevolking werd vermoord. Het eiland werd opnieuw bevolkt door Spanjaarden, Afrikaanse slaven en hun afstammelingen.

Hoewel plantagelandbouw al snel tot ontwikkeling werd gebracht, was de belangrijkste functie van Cuba in het Spaans-Amerikaanse gezag de bevoorrading van de Spaanse vloot (extensieve veeteelt en havenfaciliteiten).

Cuba was, met uitzondering van een Engelse bezetting in 1762, steeds een Spaanse kolonie. Dit veranderde niet toen rond 1820 het Spaans-Amerikaanse continent zich bevrijdde van het moederland. Inmiddels ontwikkelde Cuba zich tot de belangrijkste suikerproducent ter wereld. Deze ontwikkeling was mogelijk dankzij de slavenhandel en slavernij.



De verhouding van de Cubanen tot Spanje was dubbel, omdat de Cubaanse planters benadeeld werden door Spanje. Zaken doen met de Verenigde Staten verliep ongehinderd.

Er gingen zelfs stemmen op om aansluiting te zoeken bij dit land.

Helaas waren de planters afhankelijk van Spanje als het ging om de handhaving van de openbare orde, met name onder de slavenbevolking, die in 1841 43% van de bevolking uitmaakte.

De kwestie van de slavernij bleef een discussiepunt. De eerste onafhankelijkheidsoorlog tegen Spanje (1868–1878) brak uit in het oosten van het land, waar de plantagesector weinig ontwikkelt en slavernij van ondergeschikt belang was. In deze oorlog speelden ook kleurlingen en vrijgemaakte slaven een grote rol. Spanje wist uiteindelijk de opstand te onderdrukken.



§2; onafhankelijkheid

In 1886 werd de slavernij afgeschaft.

De uiteenzetting van de suikerproductie werd echter voortgezet, mede dankzij de immigratie van 125.000 Chinese contractarbeiders. Het verzet tegen Spanje bleef. Onder leiding van de Cubaanse banneling José Martí (1853–1895) werd uiteindelijk een definitieve oorlog gevoerd (1895–1898). Spanje werd inderdaad verslagen, maar de Cubaanse opstandelingen moesten de werkelijke overwinning aan de Verenigde Staten gunnen. Deze mogendheid, sinds lang de belangrijkste economische partner, intervenieerde in 1898 in de oorlog en tekende uiteindelijk in plaats van de Cubanen het vredesverdrag met Spanje.

Cuba kwam korte tijd onder Amerikaans gezag.

In 1902 verkreeg het zijn onafhankelijkheid als republiek. Op grond van de grondwet behielden de Verenigde Staten echter enkele voorrechten. Het belangrijkste daarvan was vervat in het Platt Amendement, dat aan de Verenigde Staten het recht op tussenkomst en enkele marinesteunpunten, waaronder (voor een periode van 100 jaar) de Baai van Guantánamo gaf.

Tegelijkertijd werd in 1903 een handelsverdrag gesloten dat de basis vormde voor een verdere uiteenzetting van het Amerikaanse bedrijfsleven in Cuba. De Cubaanse economie maakte een sterke, maar eenzijdige (op suiker gerichte) ontwikkeling door. Tot 1959 zou Cuba politiek en economisch zeer sterk van de Verenigde Staten afhankelijk zijn.



§3; staatshoofden

Dit zijn de staatshoofden vanaf 1944:



Naam: Jaar:



- Ramón Grali San Martín 1944-1948

- Carlos Príos Socarrás 1948-1952

- Fulgencio Batista y Zaldívar 1952-1959

- Euladio Cantillo 1959

- Carlos Piedra 1959

- Manuel Urrutía Ueo 1959

- Osvaldo Dorticós Torrado 1959-1976

- Fidel Castro Ruz 1976-heden







Hoofdstuk 3; Bevolking en cultuur





§1; bevolking

Van de bijna 11 miljoen inwoners beschouwt 70% zichzelf als blank en ongeveer 29% is van Afro-Cubaanse origine (12% zwarten en 17% mestiezen en mulatten). De oorspronkelijke Indiaanse bevolking is al lang geleden opgegaan in de andere bevolkingsgroepen. Bijna 50 procent van de bevolking is jonger dan 25 jaar.

75% van de Cubaanse bevolking woont in de steden, van wie ruim 2,1 miljoen in de hoofdstad Havana. Het regeringsbeleid probeert verdere verstedelijking tegen te gaan. De bevolking groeit met gemiddeld 1% per jaar. In de Verenigde Staten (Florida) leven ongeveer 1,5 miljoen Cubaanse vluchtelingen.



Cuba is overwegend rooms-katholiek, althans op papier. Slechts een klein percentage van de bevolking is praktiserend. Een gedeelte van de bevolking hangt de Santería aan, een mengeling van godsdiensten, afkomstig uit Afrika, maar vermengd met het rooms-katholicisme.



§2; kunst

De Cubaanse kunst toont een brede variatie: van impressionistische schilderijen tot abstracte beeldhouwwerken die stammen uit de Afrikaanse traditie. In het Nationale Museum in Havana krijg je een goede indruk van de vele Cubaanse kunstuitingen.



Muziek

Cubanen leven met muziek. De cha-cha-cha werd er uitgevonden en de salsa is er een begrip. Duizenden Cubanen verdienen hun boterham met het bespelen van een instrument of met zingen. Van ongehoord goed tot meer dan bedroevend, als er maar geluid uitkomt.

De Cubaan vindt alles prachtig, vooropgesteld dat er ritme in zit. De toerist krijgt het ook allemaal voorgeschoteld. Helaas kan niet iedereen waardering opbrengen voor een orkest dat 's morgens om halfzes de sterren van de hemel staat te spelen op een luchthaven. Ook is niet iedereen erop ingesteld om tenminste tweemaal per dag de geschiedenis aan te horen van de schoonste vrouw op Cuba ooit of zich te verdiepen in de heldendaden van El Commandante. Tóch zul je je daar als goed en welopgevoed toerist op moeten voorbereiden. Sterker nog, de muzikanten verwachten enthousiasme en applaus en in de meeste gevallen een stoffelijke blijk van waardering.



§3; eten

Er zijn niet zoveel typisch Cubaanse gerechten. Natuurlijk kent de bevolking een traditioneel menu, maar of dat nu echt Cubaans is? Er is veel overgenomen uit de Spaanse keuken. Het valt op dat de Cubaan geen viseter is, terwijl je anders zou verwachten. Het eten is grotendeels aan de zoute kant. Andere specerijen worden er nauwelijks aan toegevoegd. In de restaurants kan extra peper of tabasco aan het bedienend personeel worden gevraagd.



Een paar gerechten moet je beslist proberen. Een goed klaargemaakt geroosterd speenvarken bijvoorbeeld is een traktatie van de eerste orde. Ook gewoon varkensvlees kan geroosterd buitengewoon smakelijk zijn. Vaak hebben toeristenrestaurants hun specialiteit, voornamelijk varkensvlees of kipgerechten.

Mensen die vegetarisch willen eten, hebben op Cuba weinig keus. De restaurants van de hotels werken meestal met een buffetsysteem, maar ook dan is de keuze beperkt.



Koffie na het eten is overigens meestal meer iets wat voorhanden is, dan specialisme. Zwarte bonen vormen vaak de groente, rijst is altijd aanwezig om de maaltijd compleet te maken. Na het eten wordt koffie geschonken, heet, zwart en sterk. Thee is meestal niet in de kannen aanwezig. Van de ober kun je een theezakje krijgen en warm water.



Rum is in overvloed aanwezig. Hoewel de Cubaan het over het algemeen puur drinkt, worden er beroemde cocktails van gemixt. De Cuba Libre zal de bekendste zijn, maar stelt niet zoveel voor. De Daiquirí en de Mojito zijn écht Cubaans. Vaak worden cocktails overgenomen uit andere landen. In plaats van jenever of gin gebruiken ze dan rum. De Cubanito bijvoorbeeld is een bloody Mary met rum als basis. Natuurlijk ken je de Piña Colada , maar als je op verschillende locaties om dezelfde cocktail vraagt, zal het opvallen dat ze op veel verschillende manieren klaargemaakt kunnen worden, terwijl je nog steeds dezelfde cocktail vindt. Men gebruikt lichte rum om te mixen, soms lichtbruine. Deze drie jaar oude rum drinkt de Cubaan puur, evenals de donkerbruine oudere rum ( Añejo ).



§4; munteenheid

De Cubaanse munteenheid heet 'peso', verdeeld in honderd centavo's.

De Amerikaanse dollar is het middel en de toegang tot rijkdom en overvloed. Tot 1993 was het verboden voor Cubanen om dollars te bezitten. Nu draait alles om de dollar. Cubaanse miljonairs van wie het bezit uit de peso bestaat, kunnen nog geen blikje bier kopen. Dat kweekt verzet tegen de overheid, want het waren juist díe mensen die Cuba er, met Castro aan het roer, bovenop geholpen hebben.

Bij de bank kun je een peso voor één dollar wisselen. Op de zwarte markt krijg je vijftien tot twintig peso's voor één Amerikaans dollar. Terugwisselen is helaas een stuk ingewikkelder, niemand betaalt je een dollar voor een peso. Niet doen dus, je hebt geen peso's nodig, sterker nog: men accepteert van jou geen peso's. Tenzij het een zogenaamde convertible is, een door de Cubaanse bank (via Intur) uitgegeven dollar die dezelfde waarde vertegenwoordigt als de Amerikaanse munt.



Geld wisselen

Peso's mogen niet worden uitgevoerd, convertibles zijn buiten Cuba waardeloos. En áls je 'zwart' peso's wilt wisselen, doe dat dan bij of via een bekende, bijvoorbeeld hotelpersoneel. Sommige wisselaars op straat zijn in overheidsdienst. Je kunt de kans lopen een boete te krijgen van zo’n 1000 Dollar.



Betaalmiddelen

Met de lokale peso kun je alleen terecht op straat; als je aan stalletjes iets wil eten, of in sommige staatswinkels. Bij sommige trein- en busstations mag je ook nog met peso's betalen, maar bij de grotere moet je als buitenlander meestal in Amerikaanse Dollars betalen. Je betaalt dan evenveel dollars als de Cubaanse peso's, wat er grofweg op neer komt dat je twintig keer zoveel betaalt.

De Nederlandse ambassade in Cuba krijgt steeds meer te maken met reizigers die blut zijn. Deze vakantiegangers hebben van hun bank of van hun reisagent te horen gekregen dat ze in Cuba zonder enig probleem met hun Euro- of pinpas dan wel girobetaalkaart bij banken en automaten geld kunnen opnemen. Dit is niet waar en leidt in veel gevallen tot bedorven vakantievreugde. Neem naar Cuba altijd travellercheques of cash dollars mee. Het wisselen van travellercheques is overigens een dure aangelegenheid. Het beste kun je Amerikaanse dollars meenemen in veel kleine coupures, want wisselen kan een probleem zijn.

Bij touroperators, hotels, restaurants, autohuur kun je allemaal met creditcards betalen, mits het geen creditcards zijn van Amerikaanse origine. Je kunt bijvoorbeeld niet de American Express en de Diners Club gebruiken. De Eurocard en Mastercard zijn wel oké.

Eurocheques zijn op Cuba niet bruikbaar.



§5; toeristensector

Hoogopgeleide Cubanen zoeken werk in de toeristensector, de enige industrie waar Cuba's hoop op gevestigd is. Doctoren en ingenieurs werkten als gids of chauffeur, hoogleraren als bellboy in hotels. De intellectuelen op Cuba werken in de verkeerde sector, waar ze overigens een veelvoud verdienen van wat ze zouden verdienen als ze hun beroep uitoefenden.

Op Cuba kennen ze twee soorten winkels: peso-winkels voor de Cubanen en dollar-winkels voor de toeristen. Het verschil is dat in een peso-winkel weinig te koop is, waar je lang voor in de rij moet staan, terwijl in een dollar-winkel van alles te koop is, zonder dat je erop hoeft te wachten. Toeristen worden geacht in dollar-winkels te kopen. In een peso-winkel kun je soms ook terecht, maar het is vrijwel uitgesloten om in peso's te betalen. Bij tentjes op straat kun je vaak wel terecht met peso's, bijvoorbeeld voor het kopen van een pizza. Op de markt kun je over het algemeen in dollars betalen.

Begeleiding door een Cubaan zou een oplossing kunnen zijn, maar de politie plukt de begeleider zomaar van de straat. Het is namelijk zonder speciale vergunning verboden om als gids of begeleider voor toeristen op te treden.





Hoofdstuk 4; Flora, Fauna, Klimaat en Landschap





Cuba is het grootste en meest westelijke eiland van de Grote Antillen. Het eiland heeft een lengte van 1221 km en een breedte variërend van 30 tot 217 km terwijl de kust 3380 km lang is.

West-Cuba ligt pal onder de kreeftskeerkring. Cuba als geheel ligt tussen 23°50 en 19°80 NB en 85° en 74° WL.



§1; flora en fauna

In Cuba groeien erg veel plantsoorten. Door het aanplanten van suikerriet, koffie en rijst zijn bijna alle oorspronkelijke bossen en wouden verdwenen. Omdat er heel veel bossen zijn verdwenen wil men nu op een eiland nieuwe bossen gaan aanplanten.

In Cuba leven natuurlijk ook dieren. In het water bij de kust zitten vele schaaldieren en vissoorten. Vogels leven er ook op Cuba. Twee derde van alle vogels zijn trekvogels. Er leven op Cuba ook vele dieren op het land. Dit zijn er een paar van: er leven twee soorten krokodillen en er zijn heel veel schildpadden. Ook zijn er Leguanen en andere reptielen. Dit zijn niet alle dieren die er leven. Er leven heel veel dieren in Cuba maar dit zijn wel de bekendste.



§2; klimaat

Er heerst een tropisch en vochtig klimaat. In Havana varieert de temperatuur van 9 tot 41; in juli bedraagt de gemiddelde temperatuur 27, 7, in januari 21,3. De regentijd duurt van mei tot november en wordt gekenmerkt door hevige onweer. Het regent dan overigens niet de hele dag: elke dag rond 18.00 uur valt een zware stortbui van ongeveer een half uur. Het koelere droge seizoen is niet geheel zonder regen. De gemiddelde jaarlijkse neerslag is 1270 mm. De beste reistijd is dus van november tot april-mei.



Klimaatkaart Legenda Tropisch Droog

Equatoriaal Tropisch Woestijn

Tropisch Steppe

Warm gematigd Koude woestijn

Subtropisch

Mediterraan polair berg

koel gematigd Arctisch

Zee Subarctisch

Landklimaat Berg en Plateauklimaat





§3; landschap



Bergen

Het landschap is gevarieerd: soms vlak, soms lichtglooiend, soms bergachtig. Er zijn vier belangrijke bergketens:

- De Sierra de los Organos

- In het westen de Sierra del Rosario

- In het midden ligt de Sierra de Escambray

- In het oosten de Sierra Maestra. Hier bevindt zich het hoogste punt van Cuba: de Pico



Rivieren

Cuba wordt doorsneden door meer dan tweehonderd rivieren, op sommige plaatsen bijna letterlijk. Zo worden de meest westelijke bergketens gescheiden door de rivier San Diego. De langste rivier bevindt zich in het oosten: de Rio Cauto. Deze ontspringt op de Sierra Maestra tussen Santiago de Cuba en Holguin en mondt uit in de Golf van Guacanayabo (Caribische Zee), 370 kilometer verder.



Orkanen

Van juni tot medio november komen op Cuba orkanen voor.



Regenbuien

Hoewel het land een droog (november-april) en een nat seizoen (mei-oktober) kent, valt er het gehele jaar regen. Het minst in februari, het meest in oktober. Het gebeurt overigens maar weinig dat het een hele dag door regent. De meeste buien vallen in de namiddag en de avond en die kunnen behoorlijk fors uitvallen.