Shoutbox

De shoutbox wordt geladen...

China

Werkstuk Aardrijkskunde


Niveau: 3 HAVO VWO

Taal:

Opmerking:


Bekeken: 3297 keer


Beoordeling


Dit huiswerk delen & naar vrienden sturen




China



Ni hao!!

Dit betekent hallo in het Chinees, en dat wordt ook wel Mandarijn chinees genoemd.

Deze taal (Mandarijn-Chinees) wordt ook op heel veel scholen geleerd. Er zijn ook nog een heleboel andere versies van Chinees, bijvoorbeeld Kantonees. Deze taal wordt gesproken in het zuiden van het land bij Guangzou (Kanton). Er zijn ook nog een heleboel andere talen, want China is eigenlijk een soort opvanghuis voor allemaal volken. De grootste groep heet de Han, dat zijn de oorspronkelijke bewoners van China. Er zijn nog 56 andere groepen: Tibetanen, Mongolen, Zhuanig, Hui en Miao. In China leven meer mensen dan in een ander land op de wereld. Het aantal inwoners is meer dan 1 miljard mensen (1.217.311.000). Het oosten en zuiden zijn dicht bevolkt, maar in het uiterste westen en noorden zijn eindeloze woestijnen en veel berggebieden waar weinig mensen kunnen leven. China is een enorm groot land. Het is bijna net zo groot als het vasteland van Europa, en het grenst aan 14 andere landen. De oppervlakte van China is: 9.572.400 km². In het noorden liggen de besneeuwde bossen van Siberië in Rusland. In het zuiden liggen tropische landen van India en Zuidoost Azië.



In het zuidoosten is het klimaat warm en vochtig, hierdoor kunnen boeren rijst en thee verbouwen. De natuur is heel mooi, veel bloeiend koolzaad (bloem) en groene bamboe.

Langs de kust wordt er gevist. Sommige industrieën zijn meer dan 100 jaren oud.

Hangzhou is beroemd vanwege de zijde en in Jingdezhen wordt fijn porselein gemaakt.

In Fuzhou worden prachtige meubels van hout gemaakt.

Je hebt er ook moderne industrieën, zoals elektronica en chemie (scheikunde, wetenschap die onderzoekt waar uit stoffen bestaan en wat er mee gebeurt als je ze met elkaar in contact brengt).

De grootste stad in het zuiden is Kanton, een moderne stad waar veel mensen wonen en werken. De stad is wereldberoemd vanwege hun kookkunst. Op het platteland vind je veel vruchten zoals ananassen en lychees.



Het zuidwesten is het land waar het altijd lente is. Het klimaat is er fris en aangenaam. In de provincie Yunnan wonen de Yi en Dai volken. In Kunming kan je met de bus reizen naar het vreemde landschap van Shilin, het Stenen Bos. Het woud heet zo omdat je daar hoge pilaren van grijs kalksteen ziet. Als je richting het westen gaat kom je bij de uitlopers(een soort zijtakjes) van de Himalya. Ga je richting het zuiden, dan kom je bij de tropische regenwouden van Xishuangbanna. Daar leven zeldzame tijgers en pauwen. In het zuidwesten vind je ook de hoogste bergen ter wereld. De Mount Everest is de grootste berg ter wereld (8.863 m.). In het Chinees heet de berg: Qomolangma.



In het noordwesten wonen in de bergen en woestijnen de Oezbeken en Tadzjieken. Zij spreken een taal die klinkt als Turks. Het landschap is onherbergzaam(daar kan je niet makkelijk verblijven door het landschap of klimaat) en kaal. In de zomer kan het wel 48 graden Celsius worden. Door irrigatie(bevloeiing) is het landschap vruchtbaar gemaakt, waardoor er graan en fruit kan worden verbouwd.















Chinese steden.



Chinese steden waren de grootste steden ter wereld. In China was de stad een symbool van de keizerlijke macht. Als er een nieuwe dynastie aan de macht kwam, liet de vorst meestal een nieuwe hoofdstad bouwen. Chang’an, in Noord-China, werd door de eerste Han-keizer gekozen als hoofdstad, in plaats van de oude keizerstad Xianyang. De muren van deze stad waren 20 km lang, op de meeste plaatsen 18 m hoog en 15 m dik. De inwoners voelden zich op deze manier erg veilig. De keizer en zijn hofdienaars woonden in het zuiden en centrum van de stad. In het noordwesten woonden de handwerkslieden en bedienden van de keizer. De kooplui woonden buiten de stadsmuren. In 25 na Chr. werd de stad verwoest, maar in de 6de eeuw werd de stad weer opgebouwd. Er werd een hoofdweg van 145 m aangelegd. Deze weg deelde de stad in 2 wijken, elke wijk had zijn eigen markt en politie. Chang’an was de grootste stad ter wereld, nog groter dan Rome. De stad had ongeveer 1 miljoen inwoners.



Andere grote steden waren Kaifeng, de noordelijke Song-hoofdstad(960-1126) en Hangzhou (hoofdstad van 1128-1276) in deze stad is Marco Polo geweest. Deze 2 steden waren niet zo groot als Chang’an, maar wel overvol. Er brak regelmatig brand uit omdat al die houten huizen en gebouwen dicht op elkaar stonden. Er waren ook veel dieven, bedelaars en zakkenrollers. Toch kwamen er rijke mensen langs. Als dorpelingen naar de stad gingen om hun producten te verkopen, keken ze hun ogen uit. Er was veel te zien, bijv. theehuizen, mooie stadshuizen en er waren ook veel muziekanten, poppenkasten en goochelaars.





Het huis van een edelman.



Voor een Chinese edelman was het belangrijk hoe zijn huis er uit zag. Je kon dan zien hoe rijk de man was en van welke kaste hij kwam. Veel huizen waren van hout, met een soort skelet waar het dak op lag. De buitenmuren waren van baksteen of van gevlochten bamboe dat besmeers was met klei of aarde. De Chinezen vonden hout mooier dan steen want dat was onnatuurlijk volgens hun. En liepen de bewoners van het huis minder gevaar als het huis instortte bij een aardbeving. In China staan niet zoveel oude gebouwen, want de keizers lieten altijd nieuwe gebouwen bouwen op de plaatsen van oude gebouwen. en oude huizen werden ook steeds gesloopt en weer opgebouwd. (PLAATJE het oude China blz. 24/25)

Dit huis heeft overhangende dakranden zoals bijna elk huis in China heeft. De randen houden de muren droog als het regent en in de zomer heb je dan schaduw (als de zon schijnt). Een rijk man had kon dakpannen kopen, maar gewone mensen moesten hun daken maken met riet. Rond het huis stond een muur, die dus ook gelijk een binnenplaats maakte!(PLAATJE reisnotities van Kuifje, China blz. 16/17)





Het boerenleven.



De meeste Chinezen waren keuterboeren, een keuterboer is een boer met een klein bedrijfje. Ze leefden van de opbrengst die ze kregen met het kleine stukje grond dat ze hadden.

De eerste boeren in Noord-China verbouwden tarwe en gierst. In het warmere en vochtige zuiden werd rijst verbouwd. De boeren hadden varkens en kippen, maar omdat ze bijna/geen koeien hadden, want de boeren hadden geen grote stukken weiland, hadden ze heel soms boter en melk. Ze hadden wel ossen en buffels voor het ploegen.(PLAATJE het oude China blz. 10) In bijna alle rivierdalen woonden mensen in dorpen, want water was er heel erg hard nodig.

In de gebieden waar rijst werd verbouwd, werden de rijstplantjes bevloeid met water dat door een heel netwerk van zelfgemaakte sluisjes. Met andere sluisjes voerden de boeren het water naar visvijvers. Omdat ze niet zoveel dieren hadden ze ook niet zoveel mest, dus gebruikte ze menselijke poep!!



In een dorp hadden ze ook meestal een begraafplaats, met de graven van de voorouders naast elkaar. Eerbied voor de voorouders hebben is in China nu nog steeds belangrijk.





Mao en de volksopstand.



Aan het begin van de 20ste eeuw kwam het volk in opstand. Bij de boeren was er veel armoede en hongersnood en in de steden waren de mensen ontevreden omdat ze hoge belasting moesten betaling en de rechters oneerlijk waren. De keizer moest aftreden in 1911 en in 1921 werd de Chinese Communistische Partij gevormd.

Mao werd leider van het rode leger dat met 100.000 mensen door de bergen trok.

Van de 5 bleef er maar 1 in leven. 1 oktober 1949 riep Mao de volksrepubliek China uit, dus de rijken waren niet meer aan de macht, maar de arbeiders. ‘Vrijheid’ betekende dat de communisten de boeren leerden hoe ze moesten leven, weken en eten. In 1966 zei Mao tegen jonge mensen dat ze het recht hadden om te protesteren omdat de scholen werden gesloten, dat heette de culturele revolutie. De mensen die de lange mars (die optocht door de bergen) hadden gemaakt werden bespot en soms vermoord. 10 jaar lang was het een grote puinhoop. Het leger nam de macht over en 18 miljoen mensen werden naar het platteland gestuurd.

Mao schreef een boekje, dat uit het hoofd geleerd moest worden en gehoorzaamd. Het heette ‘De gedachten van voorzitter Mao’. Het werd beroemd, ook buiten China. Mao stierf in 1976.





De familie.



Vroeger ging het zo: De vader aan het hoofd, een zoon om de vader te gehoorzamen, en een vrouw om haar vader en man te gehoorzamen. De ouders zeiden met wie hun kinderen moesten trouwen. Dat is nu niet meer zo.

Kinderen krijgen veel aandacht en worden heel goed verzorgd. Vroeger waren de families heel groot, maar nu mogen ze maar 1 kind hebben tenzij de oudste een meisje is. Dat is zo omdat de familie naam dan niet uitsterft.

Vrouwen veranderen hun naam niet als ze zijn getrouwd, maar de kinderen krijgen de naam van de vader. Er zijn maar ca. 100 familie namen, de bekendste is Li. Ze houden ook veel van feesten zoals het Chinese nieuwjaar.





De taal en het schrift.



De taal verschilt in alle streken zodat bijna alle Chinezen uit verschillende streken elkaar niet kunnen verstaan.

De geschreven taal is overal hetzelfde. Er zijn 4 verschillende toon hoogten die woorden andere betekenissen geven. In 1955 is 1 taal voor heel China aangeschaft. Het heet Putonghua. Deze taal gebruiken ze dus ook op scholen, televisie en op de radio. Om de krant te kunnen lezen en schrijven moet je 3000 karakters kennen.







De Chinese Muur.



De Chinese Muur werd de Wan Li Chang Cheng genoemd, dat betekent ‘de muur van 10 duizend li’ (een li was een maat). De Chinese Muur is ongeveer 4000 kilometer lang, 10 meter hoog en 7 meter breed. Het bouwen van de muur begon in de 5de eeuw voor Chr. En duurde tot de 16de eeuw na Chr. Alle mannen tussen de 23 en 56 jaar moesten mee werken aan de muur. De muur was bedoeld om ‘het rijk’ (China dus) te beschermen tegen de ‘woeste stammen uit het noorden’ zoals zij die noemden. De muur was ook bedoeld als een soort lijn om berichten door te sturen. De boodschappen werden met signalen doorgestuurd. ‘s nachts met vuur en overdag met vlaggen. De Chinese Muur is ook vanaf de maan te zien!